B.J. van Trotsenburg – de man die alles gedaan kreeg

Op zaterdag 14 mei 1938 was er feest in het Amsterdamsche Schaakhuis. Het eerste tiental van VAS was kampioen van Nederland geworden en B.J. van Trotsenburg werd gehuldigd. Terecht. Hij had het team dat seizoen geleid.

Van Trotsenburg was 64 jaar, voorzitter van VAS, voorzitter van de Koninklijke Nederlandsche Schaakbond en al bijna een kwart eeuw schaakredacteur van het Algemeen Handelsblad. Sommige mensen hebben aan één functie genoeg. Van Trotsenburg kennelijk niet.

Die avond kwam ook een boek ter sprake. Een gedenkboek voor P.F. van Hoorn, VAS-lid en kort daarvoor plotseling overleden. Van Trotsenburg had eraan meegewerkt. Zijn bijdrage heette eenvoudig De Schaakspeler Van Hoorn. Hij bood die zaterdag nog een exemplaar van het boek aan.

Een dag later was Van Trotsenburg zelf dood.

Het Algemeen Handelsblad verloor daarmee meer dan zijn schaakredacteur. De krant schreef over een man die in bijna vijfentwintig jaar een goede vriend van de redactie was geworden. Hij kwam er geregeld langs om over zijn rubriek te praten en had onder de redacteuren persoonlijke vrienden.

VAS verloor zijn voorzitter. De Schaakbond verloor zijn voorzitter. En de Kweekschool voor Machinisten verloor een docent die er bijna 38 jaar had gewerkt.

Er waren in het Nederlandse schaakleven niet veel plekken waar Van Trotsenburg níét thuishoorde.

Natuurkunde

Boudewijn Johannes van Trotsenburg werd op 6 september 1873 in Amsterdam geboren. Zijn vader, Jacobus Adrianus van Trotsenburg, was conducteur.

Boudewijn koos voor de wetenschap.

In 1891 deed hij HBS-eindexamen. Een jaar later slaagde hij voor het staatsexamen dat toegang gaf tot de universitaire studie in de geneeskunde of de wis- en natuurkunde. In 1895 vinden we hem in Amsterdam terug bij het kandidaatsexamen wis- en natuurkunde. Een jaar later werd hij benoemd tot leraar natuurkunde aan de tweede ambachtsschool van de Maatschappij voor den Werkenden Stand.

Vanaf 1 september 1900 werkte hij aan de Kweekschool voor Machinisten in Amsterdam.

Hij zou er niet meer weggaan.

Van Trotsenburg doceerde natuurkunde en mechanica en werd later plaatsvervangend directeur. Volgens zijn necrologie in het Handelsblad had hij een belangrijk aandeel in de ontwikkeling van het onderwijs aan scheepswerktuigkundigen. Dat waren geen jongens die voor hun plezier wat aan een stoommachine mochten sleutelen. Ze werden opgeleid tot officieren van de Nederlandse koopvaardijvloot.

Van Trotsenburg schreef zijn lessen ook op.

Er verschenen onder meer Algemeene Natuurkunde, Warmteleer en Natuurkunde voor Scheepswerktuigkundigen. Van dat laatste werk behandelde het eerste deel de algemene natuurkunde, hydrostatica en aerostatica; het tweede deel was geheel aan de warmteleer gewijd. Ook verschenen afzonderlijke antwoordenboeken.

Samen met de bekende wiskundige Fred. Schuh schreef hij het Leerboek der mechanica voor het middelbaar onderwijs. Het bevatte 169 figuren en 1072 vraagstukken. Meer dan duizend opgaven: Van Trotsenburg wilde kennelijk niet alleen dat zijn leerlingen lazen, maar vooral dat ze aan het werk gingen.

Daarnaast werkte hij mee aan het omvangrijke en rijk geïllustreerde De Wonderen der Techniek. In zijn laatste jaren trad hij bovendien op als deskundige bij examens aan de Technische Hoogeschool.

En zelfs daarmee zijn we nog niet klaar.

Want ook het schaken wist hij in lesvorm te gieten.

Van zijn Hoe leer ik schaken, een beknopte handleiding voor beginners, verscheen ten minste een vierde druk. Die telde 38 diagrammen en verscheen in de populaire reeks Weten en Kunnen.

De docent en de schaker waren bij Van Trotsenburg blijkbaar moeilijk van elkaar te scheiden.

Trouwen deed hij ook. Drie keer zelfs.

En ondertussen schaakte hij.

VAS én ASC

In 1902 werd Van Trotsenburg lid van zowel VAS als ASC.

Dat klinkt merkwaardiger dan het in het Amsterdamse schaakleven van die tijd was. Verenigingen waren rivalen, maar geen vijandelijke legers. Schakers kwamen elkaar overal tegen en konden van meer dan één club lid zijn.

Als er gespeeld moest worden, was voor Van Trotsenburg overigens duidelijk waar hij thuishoorde.

Hij speelde zijn wedstrijden voor VAS.

En hij kon behoorlijk schaken.

In augustus 1902 vinden we hem bij de wedstrijden van de Nederlandsche Schaakbond in Rotterdam nog in de tweede klasse. Daarna ging het snel. In 1910 speelde hij in de adspirant-meesterklasse, tussen Esser, Schelfhout, Gouwentak, Reeders, Strick van Linschoten en Loman. Twee jaar later zat hij in de meesterklasse.

Na zijn dood herinnerde het Algemeen Handelsblad hem als een goede speler die de hoofdklasse had bereikt. De Locomotief ging verder. Volgens die krant had Van Trotsenburg een jaar of vijfentwintig eerder zonder twijfel tot de tien beste spelers van Nederland behoord.

We hoeven er geen historische ratinglijst voor te verzinnen.

Hij won in 1905 voor VAS van T.R. Kirkpatrick in de wedstrijd tegen Hastings. Abraham Speijer scoorde eens zes uit zeven in een VAS-wedstrijd. Zijn enige nederlaag was tegen Van Trotsenburg. Esser, Schelfhout, Loman en Te Kolsté komen we tegenover hem tegen.

Van Trotsenburg hoorde erbij.

En op 6 augustus 1919 speelde hij tegen een jongen van achttien.

Die heette Max Euwe.

Euwe–Van Trotsenburg, 0–1

We moeten van die partij niet iets maken wat ze niet was. Max Euwe was in 1919 nog niet de wereldkampioen van 1935. Hij was een uitzonderlijk talent van achttien jaar.

Maar Van Trotsenburg won wel.

Met zwart.

Volgens het Algemeen Handelsblad offerde hij in het Weens een paard op e5. Hij kreeg er twee pionnen en de kwaliteit voor terug en hield uiteindelijk genoeg materiaal over om de partij te winnen.

Een mooie overwinning van een sterke Nederlandse speler op een jongen van wie toen nog niemand kon weten wat hij zou worden.

Het aardige zit vooral in wat daarna kwam.

Van Trotsenburg zou Euwe nog vaak ontmoeten.

Alleen steeds minder vaak aan de andere kant van het bord.

Schaakrubriek No. 1

Van Trotsenburg schreef niet alleen leerboeken. Hij schreef ook over schaken.

Veel.

Hij was hoofdredacteur geweest van het Tijdschrift van den Nieuwen Nederlandschen Schaakbond toen zich in november 1913 een mooie gelegenheid voordeed. J.F.S. Esser vertrok naar het buitenland en stopte na vijf jaar met de schaakrubriek van het Algemeen Handelsblad.

Van Trotsenburg nam het over.

Op 6 december 1913 verscheen Schaakrubriek No. 1 onder zijn naam. Wie hem iets wilde sturen, kon dat doen naar Johannes Verhulststraat 78.

Hij begon keurig met een compliment aan zijn voorganger:

„Bij het overnemen van de redactie voel ik mij gedrongen in de eerste plaats mijn voorganger hulde te brengen voor de origineele wijze, waarop hij zich van zijne taak gekweten heeft.”

Daarna bleef hij bijna vijfentwintig jaar.

Zijn rubriek werd vanzelf een kroniek van het Nederlandse schaakleven. Partijen, problemen, clubwedstrijden, buitenlandse toernooien, Amsterdamse ruzies en landelijke gebeurtenissen: het kwam allemaal voorbij.

In 1927 verscheen het duizendste schaakprobleem in zijn rubriek. Dat was reden voor een huldiging.

Soms werd Van Trotsenburg zelf onderwerp van andermans rubriek. In 1921 analyseerde Emanuel Lasker in De Telegraaf een partij die Van Trotsenburg in het VAS-kampioenschap tegen Abraham Speijer had gespeeld.

Zijn eigen teller zou uiteindelijk stoppen bij 1285.

Schakers besturen

Besturen deed Van Trotsenburg al voordat hij goed en wel was uitgegroeid tot hoofdklassespeler.

In 1903 werd hij penningmeester van de Nederlandsche Schaakbond. Een jaar later was hij secretaris van VAS. In augustus 1906 was hij voorzitter.

En natuurlijk was er ruzie.

De behandeling van oud-VAS-voorzitter H.D.B. Meijer tijdens een bondsvergadering in Arnhem was bij VAS bijzonder slecht gevallen. Van Trotsenburg en secretaris W. Peekema ondertekenden namens de vereniging een scherpe motie.

Het conflict liep zo hoog op dat Nederland uiteindelijk twee schaakbonden had.

Eén klein schaakland. Twee bonden.

Van Trotsenburg kwam ook bij de nieuwe bond in het bestuur terecht. In 1908 werd hij hoofdredacteur van het tijdschrift van de Nieuwe Nederlandsche Schaakbond en maakte hij deel uit van de commissie die moest proberen de twee kemphanen weer bij elkaar te krijgen.

Dat lukte.

Waarmee niet gezegd is dat schakers daarna ophielden ruzie te maken.

In 1917 werd Van Trotsenburg opnieuw penningmeester van de landelijke bond. Hij kende inmiddels bijna alle kanten van het schaakbestuur: geld, ruzie, afsplitsing, hereniging, journalistiek.

Die ervaring kwam van pas.

Want in 1926 was het bij VAS weer zover.

„Zoo democratisch mogelijk”

VAS verkeerde in een bestuurscrisis.

Tijdens een buitengewone ledenvergadering werd een tijdelijk bestuur gekozen. Van Trotsenburg zat erin. Niet veel later volgde hij mr. Max Levenbach op als voorzitter.

Volgens het Algemeen Handelsblad kwam daarmee een einde aan de moeilijkheden binnen VAS.

Een terugblik na zijn dood vertelt iets aardigs over de manier waarop hij dat deed. Wie een vereniging uit een crisis moet halen, zou kunnen besluiten voortaan zelf de baas te spelen.

Van Trotsenburg deed het tegenovergestelde.

„Integendeel, hij regeerde zoo democratisch mogelijk, ieder vond bij hem gehoor, met ieders belang werd voor de volle 100% rekening gehouden.”

De Locomotief kwam langs een andere weg ongeveer bij hetzelfde oordeel uit. Van Trotsenburg hield niet van hard optreden en kreeg toch gedaan wat hij wilde. Niet door met zijn vuist op tafel te slaan, maar door integriteit, belangeloosheid, vriendelijkheid en eerlijkheid.

Het blijven woorden uit necrologieën. Doden krijgen nu eenmaal zelden een slechte recensie.

Maar als verschillende tijdgenoten onafhankelijk van elkaar ongeveer hetzelfde schrijven, mag je er wel iets van onthouden.

Van Trotsenburg bleef voorzitter van VAS tot zijn dood.

Twaalf jaar.

Onder zijn voorzitterschap vierde VAS in 1932 het 110-jarig bestaan. De jubileumwedstrijden trokken 140 deelnemers, verdeeld over 35 groepen. Van Trotsenburg opende de wedstrijden en zat bij de feestelijke bijeenkomst in De Roode Leeuw aan tafel met erevoorzitter C. Tinholt.

Een aardig beeld van een vereniging die zes jaar eerder nog in een bestuurscrisis verkeerde.

Die jongen van achttien

Intussen was er iets gebeurd met die jongen die in 1919 van hem had verloren.

Max Euwe was de sterkste schaker van Nederland geworden.

In 1928 werd Euwe bij VAS uitgebreid gehuldigd. Van Trotsenburg zat niet meer tegenover hem. Hij stond vóór hem, als voorzitter van VAS, sprak hem toe en bood hem een lauwerkrans aan. Ook Max Levenbach, betrokken bij de organisatie van grote matches van Euwe tegen Aljechin en Bogoljubow, sprak.

In januari 1931 gebeurde het opnieuw.

Euwe kwam terug uit Hastings en werd in De Roode Leeuw gehuldigd. Er bestaat een prachtige foto van. Van Trotsenburg overhandigt namens VAS de krans.

Twaalf jaar na Euwe–Van Trotsenburg, 0–1.

De tegenstanders waren bestuurders en kampioenen geworden. Alleen was inmiddels duidelijk wie van de twee het beste kon schaken.

De Schaakbond

Begin jaren dertig deed ook de landelijke schaakwereld opnieuw een beroep op Van Trotsenburg.

Zijn voorzitterschap van de Schaakbond bracht hem uiteindelijk bij een gebeurtenis die groter was dan alles wat hij tot dan toe in het Nederlandse schaken had meegemaakt.

Op 3 oktober 1935 begon in Amsterdam de wedstrijd om het wereldkampioenschap tussen Alexander Aljechin en Max Euwe.

Van de opening bestaat een foto.

Aan de eretafel zitten Alexander Rueb, voorzitter van de FIDE, Euwe, G. van Dam, burgemeester Willem de Vlugt, minister Slotemaker de Bruïne, Max Levenbach en wereldkampioen Aljechin.

Geheel rechts zit B.J. van Trotsenburg.

De man die ooit penningmeester was geweest van een schaakbond die vervolgens in tweeën brak, zat daar nu als voorzitter van de Nederlandse Schaakbond bij de opening van een wereldkampioenschap.

Hij hield geen obligaat praatje.

Van Trotsenburg sprak over de geschiedenis van het wereldkampioenschap en vooral over de manier waarop zulke matches werden georganiseerd. Daar moest volgens hem eindelijk eens een definitieve internationale regeling voor komen. Hij zag daarbij een taak voor de wereldschaakbond.

Dat was misschien ook wel typisch Van Trotsenburg.

Zelfs bij de opening van Euwe–Aljechin begon hij over de organisatie.

Koninklijk

Tijdens de twintigste partij van de match, op 16 november 1935, had Van Trotsenburg nieuws.

De Nederlandsche Schaakbond mocht zich voortaan Koninklijk noemen.

Een paar weken later werd Euwe wereldkampioen.

Daarmee was een merkwaardige cirkel bijna rond.

In 1919 had Van Trotsenburg de achttienjarige Euwe verslagen. In 1928 en 1931 had hij hem als VAS-voorzitter gehuldigd. In 1935 zat hij als voorzitter van de Schaakbond aan de eretafel toen Euwe aan de wedstrijd begon die hem wereldkampioen zou maken.

Van Trotsenburg werd geen grootmeester.

Hij zat wel overal bij.

Parkwijk

VAS was zijn schaakhuis, maar niet zijn hele schaakwereld.

Sinds 1902 was Van Trotsenburg ook lid van ASC. Vanaf 1910 was hij betrokken bij Schaakclub Parkwijk in het Vondelparkkwartier. Later werd hij er voorzitter.

Parkwijk was een andere wereld. Een sjieke vereniging met leden uit de betere buurten rond het Vondelpark. Ook G. Boissevain, hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, speelde er. Van Trotsenburgs voorganger bij de schaakrubriek, Esser, was actief betrokken bij de oprichting.

Er werd gespeeld in Parkzicht aan de Stadhouderskade, bij de Hobbemastraat. Tegenwoordig zitten daar Park Centraal en MOMO.

En voor wie denkt dat in een schaakgeschiedenis werkelijk alles uiteindelijk met elkaar verbonden kan worden: in hetzelfde gebouw werd op 1 november 1925, tussen de schaakwedstrijden door, ook de VARA opgericht.

Daar laten we Parkwijk verder maar even.

Het Schaakhuis

Van Trotsenburg dook nu eenmaal op waar iets georganiseerd werd.

Eind 1936 werd het Amsterdamsche Schaakhuis geopend. Emanuel van Dien verwelkomde de gasten, wethouder Emanuel Boekman verrichtte de officiële opening en Van Trotsenburg sprak namens de KNSB.

Het Schaakhuis werd ook een van de plekken waar hij zijn laatste schaakactiviteiten zou ontplooien.

Begin 1938 kondigde VAS er cursussen aan voor beginners en gevorderden. Opening, middenspel en eindspel.

Kijk even naar de docenten:

Max Euwe, Hans Kmoch, Salo Landau, Louis Gans, B.J. van Trotsenburg en W.A.T. Schelfhout.

Probeer tegenwoordig maar eens zo’n cursusprogramma samen te stellen.

Van Trotsenburg was 64 jaar. Ruim veertig jaar nadat hij als jonge natuurkundige voor de klas was gaan staan, gaf hij nog altijd les.

Nu over schaken.

En eigenlijk is dat, nu we Hoe leer ik schaken kennen, minder verrassend dan het eerst leek. Lesgeven was bij Van Trotsenburg geen beroep dat naast het schaken stond. Hij deed het ook binnen het schaken.

Ook buiten VAS hield hij zich met schaakonderwijs bezig. Hij was bestuurslid van de Stichting ter bevordering van het schaken onder de schooljeugd. Toen eind december 1938 de jaarlijkse schoolschaakwedstrijden werden gehouden, werd het inmiddels overleden bestuurslid bij de opening herdacht.

Docent bleef hij kennelijk overal.

Weenink en Van Hoorn

Van Trotsenburg schreef niet alleen over levende schakers.

Na de plotselinge dood van Henri Weenink behoorde hij samen met Max Euwe, M. Niemeijer en A. Rueb tot de samenstellers van het Weenink-Gedenkboek. Daarin werden Weeninks composities, eindspelen en partijen bijeengebracht.

Een paar jaar later overleed P.F. van Hoorn.

Opnieuw kwam er een gedenkboek.

Opnieuw werkte Van Trotsenburg mee.

Hij schreef De Schaakspeler Van Hoorn.

En in zijn schaakrubriek van het Algemeen Handelsblad besprak hij het boek.

Het was zijn laatste boekbespreking.

De laatste zaterdag

Het seizoen 1937–1938 eindigde prachtig voor VAS.

Het eerste tiental werd kampioen van Nederland. Van Trotsenburg was voorzitter van de club en dat seizoen ook leider van het team.

Op zaterdagavond 14 mei 1938 werd hij in het Schaakhuis gehuldigd.

Hij bood er het gedenkboek voor de plotseling overleden Van Hoorn aan.

De volgende dag stierf hij zelf.

Plotseling.

Het Algemeen Handelsblad plaatste een uitvoerig In Memoriam met zijn portret. De krant verloor een man die bijna een kwart eeuw zijn schaakrubriek had verzorgd.

Zijn laatste rubriek was toen al gezet.

De redactie plaatste er een mededeling boven:

„De plotselinge dood van den heer B.J. van Trotsenburg heeft ons beroofd van een trouwen toegewijden medewerker, wiens laatste rubriek, de 1285ste, heden vóór u ligt.”

Nummer 1285.

Daarin besprak hij het gedenkboek voor Van Hoorn.

Het kan bijna niet mooier worden opgeschreven, behalve dat het werkelijk zo gebeurd is.

Ook De Telegraaf, de Haagsche Courant, De Locomotief en andere kranten herdachten hem uitgebreid.

Daarbij kwam steeds dezelfde merkwaardige combinatie naar voren.

Bijna 38 jaar docent. Schrijver van leerboeken over natuurkunde, warmteleer en mechanica. Auteur van een schaakboek. Plaatsvervangend directeur. Deskundige bij examens van de Technische Hoogeschool.

En daarnaast hoofdklasseschaker, schaakjournalist, clubbestuurder, VAS-voorzitter en voorzitter van de Koninklijke Nederlandsche Schaakbond.

In oktober 1938 zou hij met pensioen gaan.

Ook dat haalde hij niet.

Drie opvolgers

Na zijn dood moesten op drie plaatsen nieuwe namen worden ingevuld.

Bij VAS werd Van Trotsenburg opgevolgd door H.A. Koen.

Bij de Koninklijke Nederlandsche Schaakbond koos de Bondsraad op 8 oktober 1938 G.W.J. Zittersteyn tot nieuwe voorzitter.

En bij het Algemeen Handelsblad nam Lodewijk Prins de schaakrubriek over.

Drie opvolgers voor één man.

Dat zegt misschien meer dan een lange opsomming van functies.

Het Handelsblad schreef dat Van Trotsenburg zelfs de hoofdklassespelers van VAS — „een moeilijk te regeeren stelletje schakers” — volledig in de hand had.

De Locomotief dacht te weten waarom. Niet omdat Van Trotsenburg zo hard optrad, maar juist omdat hij dat niet deed. Integriteit, vriendelijkheid en belangeloosheid waren zijn wapens.

Daarom duikt zijn naam waarschijnlijk ook zo vaak op zonder dat hij zichzelf voortdurend op de voorgrond plaatste.

Een bondsruzie? Van Trotsenburg.

De hereniging? Van Trotsenburg.

Crisis bij VAS? Van Trotsenburg.

Een gedenkboek? Van Trotsenburg.

Schaakles? Van Trotsenburg.

Euwe huldigen? Van Trotsenburg.

Een wereldkampioenschap openen? Van Trotsenburg.

Hij werd in 1902 lid van VAS.

Zesendertig jaar later stond hij er op zaterdagavond nog steeds. Voorzitter van de vereniging, leider van het landskampioensteam, met het gedenkboek voor een overleden clubgenoot in zijn handen.

Een dag later was hij er niet meer.

Overzichtspagina Portretten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *