Norman Willem van Lennep

Norman Willem van Lennep (1872–1897)

Schaker, schrijver en organisator — een uitzonderlijk talent in de geschiedenis van VAS

Toen Norman Willem van Lennep op 29 september 1897 overleed, was hij pas vijfentwintig jaar oud. Toch had hij in zijn korte leven al een opmerkelijke plaats verworven in de Nederlandse en internationale schaakwereld. Hij had zich gemeten met de sterkste Nederlandse schakers, een internationaal toernooi gewonnen, zich onderscheiden als schrijver en een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Nederlandsche Schaakbond.

Ook voor het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap was hij een bijzondere persoonlijkheid. Zijn Amsterdamse schaakprestaties, zijn bestuurlijke werkzaamheden en zijn contacten met de vooraanstaande spelers van zijn tijd maken hem tot een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de vereniging.

Zijn overlijden veroorzaakte grote verslagenheid. In oktober 1897 opende het Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond zijn necrologie met de woorden:

Wanneer ge deze regelen onder de oogen krijgt, lezer, weet ge het al, het droeve nieuws, dat hij heengegaan is, voor eeuwig heengegaan, van Lennep, onze van Lennep.

Vooral die laatste woorden zijn veelzeggend: onze van Lennep. In nauwelijks enkele jaren had de jonge Amsterdammer een plaats veroverd in de harten van zijn schaakvrienden.

Een beroemde grootvader

Norman Willem van Lennep werd op 20 september 1872 in Amsterdam geboren. Hij stamde uit een vooraanstaande familie met een rijke intellectuele en culturele traditie.

Zijn grootvader was Jacob van Lennep (1802–1868), een van de grote schrijvers uit de negentiende-eeuwse Nederlandse literatuur. Zijn historische romans, waaronder De Roos van Dekama en Ferdinand Huyck, behoren tot de bekendste werken uit die periode. Daarnaast was Jacob van Lennep dichter, toneelschrijver, uitgever en een invloedrijke figuur in het culturele leven van Amsterdam.

Ook Normans overgrootvader David Jacob van Lennep had als classicus en letterkundige een belangrijke reputatie opgebouwd. Zijn moeder was een van Loon, een zo mogelijk nog invloedrijkere familie in de stad.

De jonge Norman zou niet de literatuur, maar het schaakspel tot zijn belangrijkste werkterrein maken. Toch bleek later dat hij meer van zijn beroemde grootvader had meegekregen dan alleen zijn achternaam. Zijn schaakverslagen getuigen van een opmerkelijk schrijftalent.

De familie stond onder meer ingeschreven aan de Keizersgracht in Amsterdam. Norman bracht daarnaast een deel van zijn jonge jaren door in de omgeving van ‘s-Graveland, Haarlem en Hilversum, waar hij betrokken raakte bij het plaatselijke schaakleven.

Zijn verblijf in die omgeving en zijn vroege schaakactiviteiten worden uitvoeriger behandeld door Johan Hut in zijn artikel over de tragiek van Norman van Lennep.

Een onbekende jongeman in Café Panopticum

In zijn necrologie van oktober 1897 haalde een schaakvriend een herinnering op aan een zondagmiddag aan het einde van 1889.

In het Amsterdamse Café Panopticum was een gezelschap schakers verwikkeld in een discussie over het Evansgambiet. Een nog onbekende jongeman mengde zich in het gesprek en bleek over een verrassend scherp inzicht te beschikken.

Het was Norman van Lennep.

De anekdote is kenmerkend voor zijn vroege ontwikkeling. Van Lennep maakte niet alleen indruk door zijn resultaten, maar ook door zijn vermogen om stellingen te doorgronden en analyses overtuigend uiteen te zetten.

In 1891 eindigde hij als tweede in de tweede klasse van het bondstoernooi in Utrecht. Een jaar later won hij in Schiedam de eerste prijs in die klasse. Daarmee had hij zich opgewerkt naar het hoogste nationale niveau.

Ook in Amsterdam liet zijn talent zich steeds duidelijker zien.

Van Den Hertog via Van Foreest naar Loman en Bleykmans

Van Lenneps snelle opkomst wordt misschien wel het duidelijkst zichtbaar in zijn eerste matches tegen sterke Nederlandse spelers.

Zijn eerste Amsterdamse match speelde hij tegen ASC speler Den Hertog. Van Lennep won overtuigend

Daarna volgde een ontmoeting met Arnold van Foreest, een van de sterkste Nederlandse schakers van die tijd. Van Lennep won drie partijen en speelde er twee remise. De einduitslag was daarmee 4–1.

Die overwinning was meer dan een persoonlijk succes. Zij vormde de directe aanleiding voor Rudolf Loman om Van Lennep uit te dagen.

Loman had toen al een grote reputatie opgebouwd, zowel in Nederland als daarbuiten. Dat juist hij de jonge Van Lennep wilde ontmoeten, laat zien welke indruk de overwinning op Van Foreest had gemaakt.

De eerste match tegen Loman eindigde in 2–2. In een volgende ontmoeting wist Van Lennep zelfs met 1½–½ te winnen.

Daarna volgde oa een match tegen Bleykmans die Van Lennep met 3-0 wist te winnen.

Binnen enkele jaren had Van Lennep zich zo ontwikkeld van een veelbelovende jongeling tot en Nederlandse topschaker

VAS en de Nederlandsche Schaakbond

Van Lennep was niet alleen een sterke schaker. Hij bleek ook over grote organisatorische kwaliteiten te beschikken.

In augustus 1893, nog maar twintig jaar oud, werd hij gekozen tot secretaris van de Nederlandsche Schaakbond. Daarnaast was hij betrokken bij de redactie en later de hoofdredactie van het Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond.

In een tijd waarin de landelijke schaakorganisatie nog volop in ontwikkeling was, betekenden deze functies veel werk. Van Lennep hield zich bezig met correspondentie, de organisatie van wedstrijden, het onderhouden van contacten met verenigingen, het geven van simultaans en het versterken van de bond.

Als secretaris en redacteur gebruikte hij Kerkstraat 188 in Amsterdam als correspondentieadres. Hij stond daar niet als bewoner ingeschreven.

Zijn werkzaamheden waren nauw verbonden met het Amsterdamse schaakleven. Bij VAS vond hij niet alleen sterke tegenstanders, maar ook medestanders die zich inzetten voor de ontwikkeling van het schaken.

Onder hen bevond zich Emanuel van Dien, die eveneens een belangrijke rol speelde binnen VAS en de landelijke schaakorganisatie.

In de necrologie van 1897 werd Van Lenneps bestuurlijke werk uitvoerig geprezen. De schrijver herinnerde aan zijn inzet om verenigingen bij de bond te betrekken, zijn organisatietalent en zijn onvermoeibare werkzaamheden voor het tijdschrift.

Het was opmerkelijk hoeveel hij in zo korte tijd tot stand wist te brengen.

Leipzig 1894: internationaal meester

In 1894 reisde Van Lennep naar Leipzig, waar het negende congres van de Duitse Schaakbond werd gehouden.

Hij nam deel aan het Hauptturnier A, een sterk bezet internationaal toernooi. Van Lennep eindigde als winnaar en verwierf daarmee de erkenning als schaakmeester.

Voor de Nederlandse schaakwereld was dit een belangrijke gebeurtenis. Internationale successen van Nederlandse spelers waren in die jaren nog betrekkelijk zeldzaam.

Van Lennep werd bij zijn terugkeer dan ook met enthousiasme ontvangen.

Zijn overwinning in Leipzig was niet alleen een bevestiging van zijn talent, maar ook een resultaat dat zijn naam buiten Nederland bekend maakte.

Bijzonder is dat Van Lennep over het toernooi zelf verslag deed in het bondsblad. Ook hier kwam zijn schrijftalent tot uitdrukking.

Leipzig was daarmee op twee manieren belangrijk: als internationaal schaaksucces en als onderdeel van zijn ontwikkeling tot schaakjournalist.

Hastings 1895: tussen de grootste meesters

Een jaar later vond in Hastings een van de beroemdste schaaktoernooien van de negentiende eeuw plaats.

Onder de deelnemers bevonden zich wereldkampioen Emanuel Lasker, oud-wereldkampioen Wilhelm Steinitz en grootheden als Tarrasch, Tschigorin, Janowski, Blackburne, erelid Bird en Pillsbury.

Van Lennep reisde naar Engeland als reservespeler. Uiteindelijk nam hij niet deel aan het hoofdtoernooi.

Volgens zijn eigen verslag bood erelid Isidor Gunsberg hem op de eerste dag nog zijn plaats aan. Van Lennep zag daarvan af omdat hij niet gedurende het gehele toernooi beschikbaar kon zijn.

Hoewel hij dus niet zelf meespeelde, werd Hastings een van de belangrijkste ervaringen uit zijn schaakleven.

Hij volgde de partijen, sprak met de deelnemers, analyseerde met vooraanstaande meesters en schreef uitvoerig over het verloop van het toernooi.

Zijn kennis en geheugen maakten indruk. Volgens latere herinneringen kon hij ingewikkelde partijen vrijwel volledig uit zijn hoofd reconstrueren.

Maar vooral als verslaggever onderscheidde hij zich.

Een geboren stylist

Van Lenneps verslag van Hastings verscheen in 1895 in het Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond.

Het is een bijzonder document. Niet alleen omdat het een rechtstreeks verslag geeft van een historisch schaaktoernooi, maar ook vanwege de manier waarop Van Lennep zijn ervaringen beschreef.

Hij beperkte zich niet tot zetten, uitslagen en analyses. Hij observeerde de deelnemers, beschreef hun karaktertrekken, maakte geestige opmerkingen en had oog voor de sfeer buiten de speelzaal.

Zijn portretten van de meesters zijn soms bewonderend, soms kritisch, maar vrijwel altijd levendig.

Hier komt de vergelijking met zijn grootvader Jacob van Lennep opnieuw naar voren. Norman was geen romanschrijver, maar hij bezat wel degelijk het vermogen om mensen en gebeurtenissen met woorden tot leven te brengen.

In de necrologie van 1897 werd hij dan ook treffend omschreven als een ‘geboren stylist’.

Die kwalificatie lijkt niet overdreven. Zijn verslag van Hastings is ook voor lezers die minder geïnteresseerd zijn in de schaaktechnische details aantrekkelijk.

Het werd in 1978 opnieuw uitgegeven, voorzien van een biografische inleiding door Wim F. Andriessen. Daarmee kreeg zijn werk vele tientallen jaren na zijn overlijden opnieuw aandacht.

Amsterdamse bekenden in Hastings

Van Lenneps verslag bevat ook interessante verwijzingen naar andere personen uit de geschiedenis van VAS.

Zo beschreef hij het banket van 22 augustus 1895, waarbij zijn Amsterdamse stadgenoot Emanuel van Dien aanwezig was. Van Dien was die dag aangekomen en bleef enkele dagen in Hastings om het toernooi te volgen.

Ook Dirk van Foreest komt in zijn beschouwingen ter sprake.

Bij de bespreking van de Engelse schaker William Pollock herinnerde Van Lennep aan diens eerdere bezoek aan VAS. Pollock had daar onder meer simultaanvoorstellingen gegeven en tegen sterke Amsterdamse schakers gespeeld.

Van Lennep betwijfelde of Pollock zich bij dat bezoek duidelijk sterker had getoond dan Dirk van Foreest.

Het is een persoonlijke beoordeling van Van Lennep, maar tegelijk een interessante verwijzing naar de internationale contacten van VAS in de jaren vóór het toernooi van Hastings.

Dergelijke passages maken zijn verslag extra waardevol voor de geschiedenis van de Amsterdamse schaakvereniging.

Het eerste erelid van de Schaakbond

In december 1895 vertrok Van Lennep naar Engeland, waar hij zich in Londen vestigde.

Zijn vertrek betekende ook het einde van zijn werkzaamheden als secretaris van de Nederlandsche Schaakbond en hoofdredacteur van het bondsblad.

Op 15 december 1895 besloot een buitengewone algemene vergadering hem tot erelid te benoemen.

Norman Willem van Lennep werd daarmee het eerste erelid in de geschiedenis van de Nederlandsche Schaakbond.

Dat was een uitzonderlijke onderscheiding voor iemand van slechts 23 jaar.

Het besluit werd genomen uit erkentelijkheid voor alles wat hij in korte tijd voor de bond had gedaan. De vergadering benadrukte dat men met erelidmaatschappen voorzichtig moest omgaan, maar dat Van Lennep deze onderscheiding ten volle verdiende.

Zijn benoeming is daarmee een belangrijke aanwijzing voor de bijzondere waardering die hij als organisator genoot.

Het is opmerkelijk dat deze primeur lange tijd weinig bekendheid heeft gehad. Pas bij later historisch onderzoek naar de ereleden van de KNSB werd opnieuw duidelijk dat Van Lennep als eerste op de lijst thuishoort.

Een Nederlandse meester in Londen

In Londen vond Van Lennep al snel aansluiting bij het Engelse schaakleven.

Hij speelde onder meer bij de City of London Chess Club en nam deel aan clubwedstrijden, matches en simultaanvoorstellingen.

Ook in wedstrijden voor Surrey behaalde hij goede resultaten.

Zijn schaakkwaliteiten werden in Engeland gewaardeerd. Het British Chess Magazine besteedde in mei 1897 uitgebreid aandacht aan de jonge Nederlandse meester. Edward Winter heeft die periode erg goed beschreven. Prachtige foto’s ook!

Zijn Engelse jaren laten zien dat Van Lennep niet uitsluitend een sterke Nederlandse speler was. Hij kon ook in de veel grotere en internationaal georiënteerde Engelse schaakwereld uitstekend meekomen.

Een fraaie illustratie daarvan is zijn partij tegen Henry Holwell Cole uit 1896.

Van Lennep speelde met zwart het Falkbeers tegengambiet en won een bijzonder scherpe partij. De ontmoeting werd gepubliceerd in het British Chess Magazine van mei 1896.

De partij is later opnieuw besproken door Robert Beekman in zijn artikel over Cole–Van Lennep (1896).

Nog eenmaal de sterkste bij VAS

Van Lennep verloor tijdens zijn verblijf in Engeland het contact met zijn Nederlandse schaakvrienden niet.

Wanneer hij in Nederland was, bezocht hij zijn oude schaakomgeving. Ook bleef hij belangstelling tonen voor de ontwikkelingen binnen de bond en bij VAS.

In april 1897 nam hij deel aan een door VAS sterk bezette wedstrijd in Amsterdam.

Van Lennep won vijf partijen en speelde er twee remise. Met 6 uit 7 eindigde hij ongeslagen op de eerste plaats.

Onder zijn tegenstanders bevonden zich Arnold van Foreest, Tresling, Bleykmans en andere vooraanstaande Amsterdamse spelers.

Het was een overtuigend resultaat, dat nog eens onderstreepte dat Van Lennep tot de sterkste Nederlandse schakers behoorde.

Achteraf kreeg deze overwinning een bijzondere betekenis. Het zou een van zijn laatste grote schaakprestaties zijn.

Twee verenigingen met zijn naam

De bekendheid van Van Lennep beperkte zich niet tot Amsterdam en de Schaakbond.

Zijn naam was in het Nederlandse schaakleven zo vertrouwd dat twee schaakverenigingen de naam Van Lennep droegen: een in Arnhem en een in Oudshoorn.

De Arnhemse vereniging bestond al tijdens zijn leven.

Niettemin is het opmerkelijk dat een jonge schaker een dergelijke bekendheid genoot. Het illustreert hoe groot zijn reputatie al vóór zijn vroege overlijden was.

Een persoonlijk leven

Achter de succesvolle schaker en gewaardeerde organisator ging ook een persoonlijk leven schuil dat niet altijd eenvoudig was.

Van Lennep was homoseksueel en leefde in een tijd waarin homoseksualiteit maatschappelijk nauwelijks werd aanvaard. In latere biografische beschouwingen wordt aandacht besteed aan zijn geaardheid, zijn persoonlijke levensbeschouwing en de spanningen die hij mogelijk binnen zijn familie ondervond.

Vooral Hans Ree heeft deze kant van zijn leven goed beschreven. Zowel in artikelen in de bondsbladen van 1993 als in druk.

Een onverwacht einde

Op 29 september 1897 kwam onverwacht een einde aan het leven van Norman Willem van Lennep.

Tijdens een overtocht van Engeland naar Nederland sprong hij overboord en maakte daarmee een einde aan zijn leven.

Hij was negen dagen eerder vijfentwintig jaar geworden.

Zijn overlijden veroorzaakte grote verslagenheid onder zijn Nederlandse en Engelse schaakvrienden.

De schaakwereld verloor een speler die zich al internationaal had onderscheiden, een schrijver met uitzonderlijke kwaliteiten en een organisator die veel voor het Nederlandse schaken had betekend.

‘Vergeet hem nooit’

De necrologie in het Tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond van oktober 1897 is een bijzonder document.

De schrijver, Den Hertog, herinnerde zich Van Lennep als een enthousiaste, begaafde en onvermoeibare persoonlijkheid.

Hij beschreef zijn eerste kennismaking met de jonge schaker, zijn snelle ontwikkeling, zijn overwinning in Leipzig, zijn verblijf in Hastings en zijn grote verdiensten voor de Schaakbond.

Maar vooral de afsluiting is indrukwekkend.

De schrijver riep de leden van de Schaakbond op een portret van Van Lennep aan de muur te hangen. Wanneer zij zich vervolgens in het schaakspel verdiepten, moesten zij af en toe naar dat portret opkijken en zich herinneren hoeveel Van Lennep voor het schaken had gedaan.

Zijn oproep eindigde met de woorden:

‘Vergeet hem nooit!……’

En vervolgens:

‘Diep betreurde vriend Van Lennep, rust zacht!’

Een blijvende plaats in de geschiedenis van VAS en het Nederlandse schaak

Norman Willem van Lennep behoort tot de opmerkelijkste schakers uit de negentiende-eeuwse geschiedenis van VAS.

Zijn leven was kort, maar zijn prestaties waren talrijk.

Als schaker ontwikkelde hij zich razendsnel. Hij versloeg Bleykmans en Arnold van Foreest, wist Rudolf Loman te weerstaan en vervolgens te verslaan, won het internationale Hauptturnier in Leipzig en maakte naam in de Engelse schaakwereld.

Als schrijver liet hij met zijn verslagen van Leipzig en vooral Hastings zien dat hij beschikte over een bijzondere pen. De literaire traditie van zijn familie kreeg bij hem een geheel eigen vervolg.

Als organisator droeg hij op jonge leeftijd grote verantwoordelijkheid voor de Nederlandsche Schaakbond en het bondsblad. Zijn benoeming tot eerste erelid van de bond was daarvoor een uitzonderlijke erkenning.

En als VAS-lid maakte hij deel uit van een generatie die het Amsterdamse schaakleven hielp verbinden met de internationale schaakwereld.

Zijn tragische overlijden mag niet de herinnering aan zijn leven overheersen. Veel belangrijker is wat hij in slechts vijfentwintig jaar wist te bereiken.

Daarom is de oproep uit 1897 ook voor VAS nog altijd toepasselijk:

Vergeet hem nooit.

 

Overzichtspagina Portretten

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *