Jan Frederik Pilger (1861-1934)

Jantje Secuur

Sommige mensen winnen schaakpartijen. Andere zorgen ervoor dat de lichten blijven branden.

Schaakverenigingen worden meestal herinnerd om hun kampioenen. Om mannen die een paard offerden alsof het een oude paraplu was en vervolgens met een glimlach een dame wonnen. Maar verenigingen overleven niet dankzij zulke mannen. Ze overleven dankzij de mensen die de kas op orde houden.

Jan Frederik Pilger was zo iemand.

Geen romantische schaker. Geen genie. Geen revolutionair. Hij was penningmeester.

Dat klinkt ongeveer even opwindend als iemand die uit liefhebberij belastingaangiften invult. Toch werd Pilger een van de belangrijkste figuren uit de geschiedenis van VAS. Bijna een halve eeuw liep hij er rond. Eerst als gewoon lid, later als bestuurder en uiteindelijk als erelid. Hij werd lid in 1887 en leek daarna eenvoudigweg niet meer weg te gaan. Zijn naam duikt tientallen jaren achter elkaar op in notulen, jaarverslagen en jubilea. Niet als winnaar van een toernooi, maar als de man die ervoor zorgde dat de vereniging financieel gezond bleef.

Overdag werkte Pilger bij de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij. Eerst als administratief medewerker en expediteur, later als kassier. Beroepen waarbij één verkeerd cijfertje een heel slechte dag kon opleveren. Waarschijnlijk was dat precies de reden dat VAS hem de kas toevertrouwde. Wie dagelijks de financiën van een grote rederij beheerde, zou de contributie van een paar honderd schakers ook wel aankunnen.

Maar VAS was niet de enige die hem vertrouwde. Ook de Nederlandsche Schaakbond benoemde hem tot penningmeester. Dat is misschien wel het grootste compliment dat een verenigingsman in die tijd kon krijgen. Je werd niet gekozen omdat je luid sprak, een visie had of met modieuze bestuursplannen kwam. Je werd gekozen omdat niemand zich kon voorstellen dat je ooit een gulden verkeerd zou boeken. Zo iemand was Pilger.

Hij kreeg een bijnaam die mooier is dan menig eretitel: Jantje Secuur.

Probeer die bijnaam vandaag nog maar eens te verdienen. Tegenwoordig ben je “visionair”, “verbinder” of “kwartiermaker”. Pilger was secuur. Punt. Je ziet hem voor je. Een man die na het sluiten van de kas nog één keer controleert of de kas echt gesloten is. Vervolgens nog een tweede keer. En thuis, vlak voor het slapengaan, zich ineens afvraagt of hij misschien toch vergeten is de inktpot dicht te draaien.

Er zijn schakers die beroemd werden door een combinatie die honderd jaar later nog in leerboeken staat. Pilger werd beroemd omdat de boekhouding klopte. En misschien is dat nog wel moeilijker.

Toen hij afscheid nam als penningmeester, sprak men nog jarenlang over de “vette potjes” die hij had aangelegd voor de magere jaren. Het klinkt alsof hij thuis weckflessen met bonen vulde, maar het waren gewoon financiële reserves. Degelijk, saai en buitengewoon verstandig. Precies zoals Pilger.

Bij het 110-jarig bestaan van VAS in 1932 was hij al jaren geen penningmeester meer. Toch werd juist hij nog expliciet bedankt voor zijn “eminente penningmeesterschap”. Zijn opvolgers beheerden de kas, maar men sprak nog steeds over Pilger. Dat is ongeveer hetzelfde als een voetbalclub die dertig jaar later nog beweert dat het gras vroeger beter gemaaid werd.

Uit bevolkingsregisters weten we inmiddels dat Pilger een geboren Amsterdammer was, zoon van Jan Frederik Pilger en Maria Louisa Knaudt. Hij groeide op in een familie die nauw verbonden was met de Amsterdamse handels- en scheepvaartwereld. Misschien verklaart dat waarom hij zich zo thuis voelde tussen de cijfers, de administratie en de degelijkheid die een rederij verlangde. Buiten het bestuur hield hij zich bezig met het oplossen van schaakproblemen en vertegenwoordigde hij VAS waar dat nodig was. Hij stond zelden op de voorgrond, maar was altijd aanwezig.

Van Pilger is een zeldzaam portret bewaard gebleven. Een gedrongen man met een zware snor en een blik die lijkt te zeggen dat er ergens een dubbeltje ontbreekt en dat hij net zo lang blijft zoeken tot hij het gevonden heeft. Geen pose. Geen bravoure. Alleen betrouwbaarheid.

In het hoekje links onder een typische pose van Pilger. Noodgedwongen op de voorgrond.

Toen Pilger in 1934 overleed, nam de schaakwereld niet alleen afscheid van een trouwe VAS’er. Zij verloor een bestuurder die jarenlang de financiën van zowel VAS als de Nederlandsche Schaakbond had beheerd. Hij won geen groot toernooi. Hij heeft geen opening op zijn naam. Niemand spreekt over de Pilger-variant. Maar generaties schakers konden hun contributie betalen, toernooien organiseren en hun vereniging gezond houden omdat ergens op de achtergrond een man zat die ervoor zorgde dat de boeken klopten.

Dat is misschien wel een mooiere nalatenschap dan een glanzende beker.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *