Ed Baarslag doet het gewoon nóg een keer
Er zijn mensen die denken dat schaken een sport voor jongeren is. Dat is een hardnekkig misverstand, ongeveer van hetzelfde kaliber als de gedachte dat een goede opening belangrijker is dan een goed eindspel of dat iedereen met een hoodie ineens een grootmeester wordt.
Voor de schakers die de vijftig zijn gepasseerd bestaat al sinds 1973 het Nederlands Seniorenkampioenschap. Een vriendelijk toernooi, zou je zeggen. Minder gehaast, minder pubers die in anderhalve minuut twintig zetten uit hun computer reproduceren en vervolgens verontwaardigd kijken wanneer je zelf nog wilt nadenken.
Vanaf je vijfenzestigste wordt het nog interessanter. Dan mag je strijden om de titel Veteranenkampioen van Nederland en lonkt zelfs het wereldkampioenschap voor veteranen. Het deelnemersveld groeit ieder jaar, alsof de pensioengerechtigde leeftijd rechtstreeks evenredig is aan de behoefte om eindelijk eens serieus te schaken. Dit jaar waren er negen groepen, met in de hoofdgroep 44 spelers. Tussen hen ook twee oude bekenden uit VAS: Gerrit Visser en John Markus.
En dan is er Ed Baarslag.
Vorig jaar deed hij iets wat je niet vaak ziet: hij werd tegelijkertijd Senioren- én Veteranenkampioen van Nederland. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. In een groot deelnemersveld waarin iedereen tientallen jaren ervaring heeft verzameld, is winnen meestal een kwestie van één moment van concentratie meer dan de rest. Of één blunder minder.
Wie dacht dat zoiets een eenmalige oprisping was, kwam dit jaar bedrogen uit.
Ed begon met een overwinning op John Markus. Daarna deed hij wat sterke toernooispelers doen: niet verliezen. Dat klinkt eenvoudiger dan winnen, maar is meestal veel moeilijker. Onderweg voegde hij nog twee overwinningen toe aan zijn score en bereikte de laatste ronde zonder nederlaag.
Daar wachtte Anton van Rijn, spelend met de witte stukken. Op het spel stonden beide nationale titels. De partij eindigde in remise. Dat bleek precies genoeg. Van Rijn mocht zich voor de vierde maal Seniorenkampioen van Nederland noemen, terwijl Ed Baarslag opnieuw Veteranenkampioen van Nederland werd. Een titel verdedigen is vaak lastiger dan hem veroveren. Ed leek daar weinig boodschap aan te hebben.
Het aardige van veteranenschaak is misschien wel dat de partijen zelden over jeugdige bravoure gaan. Ze gaan over geduld. Over ervaring. Over weten wanneer je juist níét moet aanvallen. Ergens onderweg ontdek je dat leeftijd in het schaken niet alleen Elo kost, maar ook iets oplevert: gevoel voor gevaar.
En soms zelfs een tweede opeenvolgende landstitel.
Hieronder volgen twee fraaie fragmenten uit Eds toernooi, uit de partijen tegen Bert Houweling en Jim van de Vreede.

Er volgde 56.. Pf1+ 57. Kg2 Pxg3 58. Td5 – Da6 59 Tf2 – Tg6 60 Txe5 – Pe4+ 61 Tg5 – Pxg5 62 x95 – Txg5+ 63. Kh1 – Th5 64. Kg1 – Dh6 65. Tg2 – Th1+ 66. Kf2 – Dh4+ 67. Tg3 -Txe1 en opgegeven.

28. Pb5 – c4 29. Pe1 – Ke7 30. Pg2 – Lxb5 31. xb5 – d4 32. f4 – g4 33. Ke2 – a4 34. Kd2 – Kd6 35. Ph4 Ke6 36. f3 – Ld8 37. b6 – Lxb6 38. xg4 – xg4 39. xd4 – Lxd4 40. Kc2 – f6 41. f5+ – Ke5 42. Pg6 – Kxf5 43. Pe7+ – Ke4 44. Pc6 – Le5 0-1
Daarna rest alleen nog de uitslagenlijst, waarin zwart op wit staat wat VAS al wist: sommige spelers worden met de jaren gewoon steeds moeilijker te verslaan.
