VAS 2 wint wat gelukkig van Spijkenisse

Vorig jaar hadden we maar één doel: niet degraderen. Dat is een overzichtelijke doelstelling. Je hoeft er niet voor te rekenen en niemand kan je verwijten dat je last hebt van grootheidswaan.

In de tweede ronde verloren we vervolgens met 8-0. Dat hielp bij het vasthouden aan die bescheiden ambities.

Daarna gebeurde er iets merkwaardigs. We begonnen wedstrijden te winnen. Aan het einde van het seizoen stonden we tweede en hadden we promotie op een haar na gemist. Inmiddels is het team versterkt en vooral in de breedte zijn we er behoorlijk op vooruitgegaan. Dat heeft binnen VAS tot een gevaarlijk verschijnsel geleid: optimisme.

Er wordt zelfs gevraagd of VAS 2 dit jaar misschien voor promotie speelt.

Nee.

Op papier zijn we nummer vijf van de tien en het verschil met nummer negen is niet eens zo groot. Onze doelstelling is dus nog altijd handhaving. Wie daar anders over denkt, moet vooral niet naar de stand kijken.

Na de mooie overwinning in de eerste ronde in Capelle wachtte Spijkenisse. We moesten het doen zonder Raghav, Tom, Emilien en Take. Vier namen waarvan de gemiddelde teamleider langzaam naar zijn telefoon zou grijpen om te informeren of uitstel wegens personeelsgebrek mogelijk was.

Wij haalden Pim Haselager van de bank.

Spijkenisse heeft een jong en ambitieus team. De spelers wonen verspreid over het land, maar blijven hun club trouw. Dat is sympathiek. Het zijn jongens die je het beste gunt.

Maar niet in het Cygnus.

Vorig jaar hadden ze lang zicht op de overwinning. Spijkenisse stond zelfs met 3½-1½ voor, waarna wij alsnog met de punten naar Amsterdam vertrokken. Misschien hadden ze dat nog in hun hoofd. Misschien ook niet.

Dit keer begon het in ieder geval opnieuw niet best.

Joris verwisselde in de opening twee varianten. Dat is vervelend, vooral wanneer je daarna iets doet wat je normaal nooit doet en onmiddellijk verloren staat. Op zet 19 was er nog een kansje om bijna gelijk te komen. Dat klinkt achteraf troostrijker dan het tijdens de partij voelde.

Een nul.

Luc offerde op bord vijf een pion voor activiteit. Daarna nog een. En toen nog een.

Er kwam inderdaad activiteit, maar vooral bij zijn tegenstander.

Sommige stellingen zijn te ingewikkeld voor een eenvoudige teamleider, dus ik houd een slag om de arm, maar volgens mij heeft het er voor Luc niet echt ingezeten.

Gelukkig werd er ook goed geschaakt.

De meest overtuigende partij kwam van Job. Hij deed eigenlijk niets bijzonders, en dat bedoel ik als compliment. Heel langzaam duwde hij zijn tegenstander naar achteren. Eerst een beetje, daarna nog een beetje, totdat er nauwelijks nog iets over was om naar achteren te duwen. Na wat tactische schermutselingen won hij het eindspel zonder problemen.

Zijn punt bracht ons op 4½.

Job was dus matchwinnaar.

En stelde daarna de onvermijdelijke vraag: mochten we nu eindelijk naar boven kijken?

Rustig, Job.

Want wie alleen naar de einduitslag kijkt, zou kunnen denken dat VAS 2 een beheerste middag achter de rug had. Dat was niet helemaal het geval. De overige partijen bewogen zich ergens tussen spannend, moeizaam en krankzinnig.

Pim Haselager zat de hele middag te duwen. Er gebeurde niet veel, maar Pim bleef duwen. Dat is een kwaliteit. In het toreneindspel leek de muziek er zo langzamerhand uit, totdat zijn tegenstander een zwakke zet deed.

Pim won.

Een buitengewoon prettig extra halfje, al was het formeel natuurlijk een heel punt.

Ook Pim Ghijsen hielp mee aan het geluk. Hij speelde een prima Najdorf, verslikte zich ergens en zag vervolgens de kansen keren.

Bjorn Verstraate had met Dh6 een mokerslag kunnen uitdelen, maar koos voor Ld4. Na Pe6 wist Pim de boel weer bij elkaar te rapen en naar remise te koersen.

Soms bestaat goed schaken ook uit dankbaar aannemen wat je tegenstander je aanbiedt.

En toen was er Wouter.

Zijn partij was volkomen krankzinnig. Met 26.h3 had hij het zichzelf een stuk eenvoudiger kunnen maken. Dat deed hij uiteraard niet. Er verscheen een stelling op het bord die er uitstekend uitzag voor zwart, behalve dat al dat uitstekende nergens helemaal bleek te werken.

Daarna kwam de tijdnood.

De tegenstander stortte in.

Wouters eigen analyse na afloop was beknopter dan die van Stockfish:

“Ik ben Wouter Bik, ik win dit.”

Daar valt inderdaad weinig tegenin te brengen.

Twee wedstrijden, twee punten.

Op de witte borden haalden we ondertussen vier punten. De leukste aanvalspartij kwam van Fabian, die de eerste ronde nog verhinderd was. Hij kreeg een stelling waarin hij zijn loper op g6 offerde.

De computer was het ermee eens.

Dat is altijd prettig wanneer je een loper weggeeft.

Daarna ging niet alles perfect, maar verdedigen is nu eenmaal moeilijker dan aanvallen. Een paar zetten later stond zijn tegenstander mat.

Mooi debuut van Fabian in de tweede klasse.

En toen zat Marcos er nog.

Iedereen was klaar, maar Marcos had een stuk op d4 geofferd en vervolgens allerlei kruispenningen georganiseerd waardoor het eruitzag alsof zijn tegenstander ieder moment van het bord kon vallen. Die bleef helaas nuchter. Het voordeel verdween en uiteindelijk resteerde voor Marcos een technisch verloren eindspel.

Hij vocht door.

En nog wat langer.

En nog iets langer.

Totdat ook dat halfje binnen was.

5-3.

Vorig jaar kwamen we in Spijkenisse terug van 3½-1½ achter. Ditmaal waren er verloren stellingen, gemiste mokerslagen, een toreneindspel dat eigenlijk nergens meer heen ging en Wouter Bik die eenvoudig besloot dat hij Wouter Bik was en dus ging winnen.

Je kunt zo’n wedstrijd geluk noemen.

Je kunt ook zeggen dat een team dat dit soort wedstrijden wint blijkbaar iets goed doet.

En dan moeten we nog terugkomen op de vraag van Job.

Mogen we naar boven kijken?

De volgende ronde spelen we tegen het sterke Philidor Leiden. Als we daar een resultaat halen, valt die vraag niet langer met een eenvoudig nee te beantwoorden.

Tot die tijd houden we het bij handhaving.

En genieten we stiekem van de stand.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *