De man die liever op de achtergrond bleef
Het zal Emanuel van Dien niet helemaal naar de zin zijn geweest. Op 26 mei 1935 stelde VAS-voorzitter B.J. van Trotsenburg voor hem bij acclamatie tot erevoorzitter te benoemen. De vergadering vond het een uitstekend idee. Van Dien zelf wat minder. Volgens de krant ging de benoeming gepaard met het „heftig protest van het slachtoffer”.
Het hielp hem niet. De aanwezigen applaudisseerden, Van Dien bedankte en VAS had een erevoorzitter.
Hij was toen bijna zeventig en al ruim een halve eeuw aan de vereniging verbonden. Tijd genoeg om eraan gewend te raken dat zijn naam af en toe werd genoemd, zou je denken. Maar Van Dien lijkt zich het prettigst te hebben gevoeld wanneer hij iets kon organiseren zonder zelf het middelpunt te zijn. En er viel nogal wat te organiseren.
Hij hielp een internationaal schaaktoernooi van de grond krijgen, was secretaris en voorzitter van VAS, bestuurder van de Schaakbond, haalde mede Emanuel Lasker naar Amsterdam, schonk de Van Dien-beker, stond aan het hoofd van het Amsterdams Schaakhuis en speelde een rol rond de wereldkampioenschapsmatch Euwe-Aljechin. Buiten het schaken hielp hij ondertussen een nieuw beroep in Nederland opbouwen, zat hij in de Amsterdamse gemeenteraad en vervulde hij belangrijke functies binnen Joods Amsterdam.
Een man van de achtergrond misschien, maar wel een achtergrond die opmerkelijk vaak nodig bleek om anderen op de voorgrond te kunnen laten staan.
Zodra het mocht
Emanuel van Dien werd op 13 oktober 1865 in Amsterdam geboren als zoon van Gaim van Dien en Sara Philips. Hij was het vierde van dertien kinderen. Zijn vader komen we in de bronnen tegen als onderwijzer, commissionair, koopman en makelaar.
Van Dien was nog jong toen hij bij het Amsterdamse schaakleven betrokken raakte. Een terugblik uit 1923 vermeldt zelfs dat hij in 1879 had meegewerkt aan de reorganisatie van het Amsterdamsch Schaakgenootschap. Hij was toen dertien jaar. Lid kon hij nog niet zijn: daarvoor moest je achttien zijn.
Op 13 oktober 1883 bereikte hij die leeftijd. In 1884 werd hij lid van VAS.
Dat is een klein gegeven dat eigenlijk veel zegt. Van Dien werd lid vrijwel zodra het mocht.
In december van datzelfde jaar duikt zijn naam op in een heel andere wereld. In Den Haag werd een E. van Dien uit Amsterdam toegelaten voor het geven van huisonderwijs in boekhouden. Emanuel was inmiddels negentien. Schaken en boekhouden zouden de twee grote lijnen in zijn leven worden, al kon niemand toen voorzien hoe ver beide zouden voeren.
Twee Emanuels
Vijf jaar later mocht de jonge Van Dien al aan een bijzonder groot project meewerken.
VAS wilde in 1889 een internationaal schaakcongres in Amsterdam organiseren. Aan bestuurlijke ervaring was in de commissie geen gebrek. Mannen als Hermann Kothe, Tinholt, Tresling en Dirk en Arnold van Foreest zaten erin.
Toch werden uit die commissie twee mannen speciaal aangewezen voor de uitvoering van het plan: Arnold van Foreest en Emanuel van Dien. Van Dien was 23.
Het toernooiboek was achteraf ongewoon duidelijk over hun aandeel. Aan de „unermüdlichem Fleiss und Ausdauer” van Van Foreest en Van Dien was het te danken dat het eerste internationale schaakcongres op Nederlandse bodem tot stand was gekomen.
Van Dien was bovendien penningmeester. Bij de prijsuitreiking mocht hij nog iets anders laten zien. Hij reikte de prijzen uit en sprak de winnaars volgens het verslag ieder in hun eigen taal toe.
Onder de deelnemers bevond zich een twintigjarige Duitser: Emanuel Lasker.
Van Dien was daarmee een van de mannen die ervoor zorgden dat Lasker naar Amsterdam kwam. De jonge Duitser stond nog aan het begin van zijn internationale loopbaan en zou enkele jaren later wereldkampioen worden.
Het zou bepaald niet de laatste keer zijn dat de twee Emanuels elkaar in de schaakwereld tegenkwamen.
Besturen en een beetje schaken
Een jaar later werd Van Dien secretaris van VAS. Die functie vervulde hij van 1890 tot 1895. Later zou hij opnieuw bestuurlijke functies vervullen en ook voorzitter van de vereniging worden. In 1895 was hij bovendien ondervoorzitter van de Nederlandsche Schaakbond, met Dirk van Foreest als voorzitter.
Bij zoveel bestuurswerk zou je bijna vergeten dat Van Dien ook gewoon schaakte.
Hij speelde in de jaren negentig in de eerste klasse van de interne competitie van VAS, tussen mannen als Arnold van Foreest, Louis Gans en Hermann Kothe. Zijn resultaten maken duidelijk dat we hier geen vergeten schaakmeester hebben ontdekt. Van Dien kon behoorlijk spelen, maar zijn betekenis voor het schaken lag vooral naast het bord.
Al stond hij er wel degelijk achter. Toen de Franse meester Jean Taubenhaus in april 1895 bij VAS een simultaan gaf aan de Warmoesstraat, konden deelnemers zich aanmelden bij secretaris E. van Dien aan de Nieuwezijds Voorburgwal 214.
Van Dien schreef ook over schaken en hield van iets bijzonders. In 1896 stelde hij een speciale prijs beschikbaar voor een speler die buiten de gewone prijzen viel maar goed had gepresteerd tegen de prijswinnaars. Een jaar later bedacht hij een prijs voor de fraaiste aangekondigde mat in drie of meer zetten. J.D. Tresling won hem.
Dat laatste detail is aardig om te onthouden.
Accountant
Want terwijl Van Dien zich met VAS bezighield, was hij ook bezig een beroep op te bouwen dat in Nederland nog nauwelijks bestond.
In de winter van 1889-1890 reisde hij naar Engeland. Daar maakte hij kennis met de accountancy zoals die zich daar al had ontwikkeld. Hij bestudeerde het vak en keerde met Engelse vakliteratuur terug.
Op 11 februari 1893 vestigde hij zich als accountant. De datum staat vast omdat zijn collega’s precies 25 jaar later zijn beroepsjubileum vierden.
Het woord was in Nederland nog zo nieuw dat Van Dien er zelf mede bekendheid aan gaf. In advertenties bood hij aan administraties in te richten en te controleren, balansen op te maken en boeken te onderzoeken. Later werd hij de oudste firmant van Van Dien, Van Uden & Co.
Maar zoals bij het schaken beperkte hij zich niet tot zijn eigen zaak.
In 1895 zat Van Dien in een kleine commissie die voorstellen voor de statuten van het Nederlandsch Instituut van Accountants voorbereidde. Later behoorde hij tot de oprichters van de Nederlandsche Accountants-Vereeniging en werd hij voorzitter. In 1912 en 1913 vinden we hem in die functie terug.
Zijn deskundigheid werd ook van buitenaf ingeroepen. In 1906 benoemde de Amsterdamse rechtbank hem tot deskundige bij het onderzoek naar malversaties rond twee financiële instellingen. Twintig jaar later gebeurde iets vergelijkbaars bij de surséance van de Hollandsche Handelsbank.
Het zijn functies die goed bij Van Dien lijken te passen. Wanneer er boeken moesten worden onderzocht, regels moesten worden opgesteld of een onafhankelijk oordeel nodig was, kwam zijn naam nogal eens boven.
De gemeenteraad
Uiteindelijk kwam hij zo ook in de politiek terecht.
In 1913 stond Van Dien op een voorlopige kandidatenlijst van de vrijzinnige kiesvereniging Vooruitgang. Een jaar later ontstond in het Amsterdamse kiesdistrict IV een vacature door het overlijden van mr. L.W. van Gigch.
Vooruitgang stelde Van Dien kandidaat. Op 15 oktober 1914 werd hij bij enkele kandidaatstelling gekozen in de Amsterdamse gemeenteraad.
Hij maakte daar vooral naam met wat hij beroepsmatig al jaren deed: naar cijfers kijken. Een Hoornse krant kon hem in 1917 zonder nadere uitleg aanduiden als „de heer E. van Dien als financieele specialiteit in den Amsterdamschen gemeenteraad”.
In mei 1919 liet hij zien wat daarmee werd bedoeld. Bij de discussie over de elektrische centrales van Amsterdam, Haarlem en Noord-Holland diende hij een concreet voorstel in over de waarderingsgrondslag waarop gemeentelijke eigendommen moesten worden overgedragen.
Van Dien behoorde tot de Unie-Liberale raadsleden. In 1919 stelde hij zich niet opnieuw beschikbaar. De politiek liet hij daarna grotendeels aan anderen over, maar zijn liberale overtuiging niet. Nog in 1931 en 1939 zette hij zijn naam onder liberale verkiezingsoproepen.
Joods Amsterdam
Wie alleen naar het schaken en de accountancy kijkt, mist nog een belangrijk deel van Van Diens leven.
Hij was actief binnen georganiseerd Joods Amsterdam.
In 1910 was hij lid van de Kerkeraad van de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge. Ook daar zat hij niet voor de sier. Hij diende een uitvoerig voorstel in om het reglement van de Kerkeraad te wijzigen. Het betrof de wijze waarop benoemingen en stemmingen tot stand kwamen. Van Dien wilde voorkomen dat er twijfel kon ontstaan of een stemming wel „zuiver” was verlopen.
Het klinkt bijna als de accountant die een kerkbestuur binnenwandelt.
In 1911 vinden we hem bij de Nederlandsche Israëlietische Federatie en in 1919 leidde hij een vergadering van de Vereeniging tot Steun aan het Nederlandsch Israëlietisch Seminarium. Later wordt hij genoemd als vicevoorzitter van de Kerkeraad en curator van het Nederlandsch Israëlitisch Seminarium. Daarnaast was hij betrokken bij verschillende liefdadigheidsorganisaties.
De werelden verschilden, de rol eigenlijk nauwelijks. Van Dien organiseerde, controleerde, bestuurde en probeerde instellingen beter te laten functioneren.
Alida
Op 8 augustus 1899 was Emanuel van Dien getrouwd met Alida Zilver. Hij was 33, zij achttien. Ook het Nieuw Israëlietisch Weekblad vermeldde hun huwelijk.
Het echtpaar kreeg vier kinderen. We kennen inmiddels onder anderen Anna Ernesta, Clara Esther en Emilie Alida. Twee van de vier kinderen zouden de oorlog overleven.
Het gezin woonde later aan de De Lairessestraat 145.
Van Dien moet ondertussen een druk bestaan hebben geleid. Een accountantskantoor, VAS, beroepsorganisaties, gemeenteraad, Joodse instellingen en een gezin met vier kinderen: de man die liever op de achtergrond bleef, zat zelden stil.
Een beker met zijn naam
In december 1922 vierde VAS zijn honderdjarig bestaan. Van Dien kwam met een cadeau: een zilveren wisselbeker.

De ZilverenVan Dien-beker staat tegenwoordig in het max Euwecentrum
Opmerkelijk genoeg was het niet Van Dien zelf die zijn naam eraan gaf. De voorzitter doopte het geschenk de Van Dien-beker.
De beker moest ieder jaar gaan naar het VAS-lid dat de fraaiste partij had gespeeld. Daarmee keerde een oude voorkeur van Van Dien terug. Een kwart eeuw eerder had hij immers al prijzen beschikbaar gesteld voor bijzondere prestaties en een fraaie mataankondiging.
Voor de eerste Van Dien-beker werden vijftien partijen ingestuurd. Arbiter J.W. te Kolsté koos de partij Max Euwe-H. van Hartingsvelt uit de wintercompetitie van februari 1922.
Zo werd Max Euwe de eerste winnaar.
Daarna volgden Benjamin Frank in 1923, Van Hartingsvelt in 1924 en Jan Rotgans in 1925.
Van Dien had een beker geschonken. VAS maakte er een traditie van.
Terug waar het begon
In het leven van Van Dien zit nog een fraaie Amsterdamse toevalligheid.
De geschiedenis van het Amsterdamsch Schaakgenootschap begon op 19 september 1822 in het Leesmuseum aan het Rokin. Daar werd de vereniging opgericht waaruit het huidige VAS is ontstaan.
Meer dan honderd jaar later was Emanuel van Dien commissaris van datzelfde Leesmuseum.
Een foto uit 1925 toont hem tussen de andere commissarissen van het Leesmuseum en het Anton Reinhard Falckfonds.

Het leesmuseum bestaat 125 jaar. Zittend v.l.n.r.: mr C. van Eeghen, J.B. van Nierop, J.E.J. Bonnike. E. den Tex. Mr dr C. Heeswijk, prof. Dr H Brugmans en E. van Dien. Staande: J.J. Hacke, mr E.J. Orobio de Castro, A. Asscher en dr H. Timmer
We weten niet dat zijn schaakleven iets met die benoeming te maken had en moeten dat verband ook niet suggereren. Maar het toeval is fraai genoeg.
In het Leesmuseum kwamen als het ware twee lijnen uit zijn leven bij elkaar.
De accountant wordt zelf een instituut
In de jaren twintig begon Van Dien binnen zijn vak zo langzamerhand tot de gevestigde orde te behoren die hij zelf had helpen creëren.
In 1926 vond in Amsterdam een groot internationaal accountantscongres plaats. Van Dien stond aan het hoofd van het uitvoerende comité. Op een groepsfoto in het Koloniaal Instituut zit hij tussen vertegenwoordigers van een inmiddels internationaal georganiseerd beroep.

Datzelfde jaar werd hij erelid van de Britse Society of Incorporated Accountants and Auditors. Het was een bijzondere erkenning uit het land waar hij tientallen jaren eerder zelf kennis was gaan halen.
In 1929 volgde nog een benoeming tot erepresident binnen de accountancy.
Van leerling in Engeland tot internationaal geëerd accountant: het was een lange weg. En ondertussen bleef hij gewoon bij VAS rondlopen.
Lasker komt terug
Daar verscheen in 1928 een oude bekende.
Emanuel Lasker werd zestig en bovendien was het veertig jaar geleden dat hij zijn eerste internationale schaakprijs had gewonnen. In Nederland werd een grote huldiging voorbereid.
Voorzitter van het uitvoerende comité was Emanuel van Dien.
Bijna veertig jaar eerder was Van Dien een van de jonge organisatoren geweest die Lasker naar Amsterdam hadden gehaald. Toen was Lasker twintig en stond zijn internationale loopbaan nog aan het begin. Nu was hij voormalig wereldkampioen en een levende legende.
En opnieuw was Van Dien degene die hielp de zaken te organiseren.
De twee Emanuels waren ouder geworden. De rolverdeling was eigenlijk nauwelijks veranderd.
Eerst erelid
VAS vond ondertussen dat Van Dien zelf ook wel eens in het zonnetje mocht worden gezet.
Op 24 september 1932 werd een bijzondere algemene vergadering gehouden met slechts één onderwerp. Het bestuur stelde voor Emanuel van Dien, „sedert 1884 lid van het Genootschap”, tot erelid te benoemen.
Die paar woorden zeggen misschien wel genoeg.
In 1884 was hij lid geworden, vrijwel zodra hij de vereiste leeftijd van achttien jaar had bereikt. Bijna een halve eeuw later was hij er nog steeds.
Drie jaar daarna vond VAS een erelidmaatschap kennelijk niet meer voldoende.
En toen begon Van Dien dus te protesteren.
Tussen Euwe en Aljechin
Veel tijd om van zijn erevoorzitterschap te genieten kreeg hij niet, want in 1935 stond Nederland voor een gebeurtenis die het schaakleven volledig beheerste: Max Euwe ging Alexander Aljechin om het wereldkampioenschap uitdagen.
Van Dien werd erevoorzitter van het Euwe-Aljechin-comité. Hij was aanwezig bij de formele ondertekening van de afspraken en deed zelfs mee aan een grote simultaan van Euwe.
Maar misschien vertelt een foto meer.

Aan een gedekte tafel zitten onder anderen Aljechin, mevrouw Euwe, mevrouw Aljechin en Euwe. Midden tussen hen zit Van Dien. Het diner werd aangeboden door de erevoorzitter van VAS aan de beide spelers, de leden van het comité en enkele Amsterdamse schaakvrienden.
De man die enkele maanden eerder nog zo heftig tegen zijn eigen benoeming had geprotesteerd, zat nu letterlijk tussen de hoofdrolspelers.
Dat hij daar zat, was geen toeval. Van Dien behoorde inmiddels zelf tot de oude garde van het Nederlandse schaakleven.
Een huis voor de schakers
En nog was hij niet klaar.
Eind 1936 werd het Amsterdams Schaakhuis aan de Plantage Franschelaan geopend. Wethouder Emanuel Boekman verrichtte de officiële openingshandeling.
De voorzitter van de stichting Het Amsterdamsche Schaakhuis heette Emanuel van Dien.
Hij vertelde bij de opening over de lange zoektocht van de Amsterdamse schakers naar een eigen onderkomen en bedankte degenen die het praktische werk hadden verricht.
Dat laatste past misschien nog wel het beste bij hem. Van Dien stond aan het hoofd van de stichting, maar wees naar de anderen die het hadden gedaan.
In 1889 had hij als 23-jarige geholpen een internationaal schaakcongres van de grond te krijgen. Bijna een halve eeuw later hielp hij de Amsterdamse schakers aan een gezamenlijk huis.
Nog één nieuw spel
Je zou denken dat iemand van 75 die inmiddels erelid en erevoorzitter was, tevreden achterover kon leunen.
Van Dien niet.
Op 28 september 1941 stond hij weer bij VAS. Ditmaal met een voordracht over Neo-schaak. In november verscheen bij De Schaakwereld een resumé van zijn lezing.

Van Dien experimenteerde met de vertrouwde regels van het schaakspel. En ook ditmaal zorgde hij ervoor dat het niet bij praten bleef.
Na afloop verklaarden Salo Landau en Hans Kmoch zich bereid een partij volgens de regels van Neo-schaak te spelen. Landau kreeg wit en won na dertig zetten. Van Dien nam de volledige partij in zijn boekje op.
Dat twee spelers van dat niveau na zijn voordracht bereid waren het experiment meteen op het bord uit te proberen, maakt het verhaal des te aardiger.
Neo-schaak heeft het gewone schaakspel niet verdrongen.
Maar Van Dien zou waarschijnlijk met enige belangstelling hebben gekeken naar wat er tegenwoordig bij VAS gebeurt. Er wordt nog altijd wekelijks krachtschaak gespeeld. Een historische lijn van Neo-schaak naar krachtschaak is er niet, maar de neiging om af en toe met de regels van het oude spel te spelen is de vereniging kennelijk nooit helemaal kwijtgeraakt.
Van Dien na Van Dien
Ook in zijn andere wereld bleef zijn naam bestaan.
Van Dien, Van Uden & Co. ontwikkelde zich na zijn tijd verder. Via latere fusies komen we zijn naam nog terug tegen in Dijker Van Dien en vervolgens Coopers & Lybrand Dijker Van Dien.

Uiteindelijk loopt die geschiedenis door naar het huidige PwC.
Een personeelsfoto van Van Dien, Van Uden & Co. in het Amsterdamse Stadsarchief is gedateerd op 11 februari 1933.

Kantoor Van Dien, Van Uden & CO aan de Sarphatistraat 5
Precies veertig jaar eerder, op 11 februari 1893, had Van Dien zich als accountant gevestigd.
Of de foto speciaal voor dat jubileum werd gemaakt, weten we niet. Het onderschrift zegt het niet. Maar toeval kan soms wel heel precies zijn.
Blaricum
Toen kwamen de oorlogsjaren.
Van Dien was Joods en moest onderduiken. Samen met zijn vrouw en anderen vond hij onderdak in Blaricum bij zijn medefirmant Dirk Gijsbertus Gerrits.
Daar overleed Emanuel van Dien op 24 maart 1943. Hij was 77 jaar.
Zijn overlijden werd pas na de oorlog officieel geregistreerd.
Van Dien kreeg zijn laatste rustplaats op de Joodse begraafplaats in Muiderberg.
Daarmee blijven we met een vraag zitten waarop we waarschijnlijk nooit een antwoord zullen vinden. Wie heeft ervoor gezorgd dat het lichaam van een Joodse onderduiker in 1943 vanuit Blaricum naar Muiderberg kon worden gebracht en daar begraven?
We kennen de namen niet. We weten niet hoe het werd georganiseerd. In de omstandigheden van 1943 zal het bepaald niet zonder risico zijn geweest.
Wie hem naar Muiderberg brachten, weten we niet. Alleen dát iemand het deed, staat vast.
Zijn vrouw Alida werd op 28 januari 1944 in Auschwitz vermoord. Van hun vier kinderen overleefden er twee de oorlog. Anna Ernesta en Emilie Alida deden dat niet.
Toch op de voorgrond

Emanuel van Dien was geen groot schaker.
Misschien is dat juist belangrijk om vast te stellen. Want zijn plaats in de geschiedenis van VAS heeft weinig met zijn resultaten achter het bord te maken.
Hij was de man die in 1884 lid werd zodra zijn leeftijd dat toeliet. De 23-jarige die samen met Arnold van Foreest het internationale congres van 1889 hielp realiseren en daarmee ook Emanuel Lasker naar Amsterdam bracht. De secretaris en later voorzitter. De schenker van de Van Dien-beker. De organisator van de Lasker-huldiging. De erevoorzitter die tussen Euwe en Aljechin aan tafel zat. De voorzitter van het Amsterdams Schaakhuis. En de 75-jarige die nog een nieuwe schaakvariant kwam uitleggen.
Buiten VAS hielp hij ondertussen het Nederlandse accountantsberoep opbouwen, bestuurde hij Joodse instellingen en bracht hij zijn financiële kennis naar de Amsterdamse gemeenteraad.
Steeds weer dezelfde rol: niet noodzakelijk degene om wie het draaide, maar opvallend vaak degene die ervoor zorgde dat het kon draaien.
Misschien verklaart dat ook zijn protest in 1935. Na meer dan vijftig jaar achter de schermen zette VAS hem ineens zelf in het middelpunt.
Ditmaal kwam Emanuel van Dien er niet onderuit.
De man die liever op de achtergrond bleef, moest uiteindelijk toch naar voren.
