De banketbakker van de beroemde boterspits
Wie tegenwoordig bij VAS binnenloopt, hoeft niet lang op iets eetbaars te wachten. Er is een koekje, een chocolaatje of een pindarotsje en bij warm weer wil er zelfs nog weleens een ijsje verschijnen. Tegen het einde van de avond gaan de bitterballen en vegetarische loempiaatjes rond.
VAS zorgt goed voor zijn schakers.
Maar vermoedelijk steekt het allemaal toch wat schril af tegen de tijd dat er bij de vereniging een echte banketbakker rondliep die door zijn clubgenoten zonder verdere toelichting werd aangeduid als ‘de fabrikant van de beroemde boterspits’.
Die banketbakker was Antonius Jacobus Gräve.
Van de Bloemgracht
Gräve werd op 3 maart 1850 in Amsterdam geboren als zoon van Bernard Gräve en Berendina Christina Vleeshouwer. Hij groeide op in een groot rooms-katholiek gezin aan de Bloemgracht.
Het vak kreeg hij van huis uit mee. Zijn vader Bernard was banketbakker en Antonius zou in diens voetsporen treden. Daarmee behoorde hij tot de geschoolde katholieke ambachtslieden van het negentiende-eeuwse Amsterdam. Banketbakken was een vak dat moest worden geleerd: kennis van grondstoffen, recepturen, ovens en bereiding bepaalde het verschil tussen een bakker en een goede bakker.
Antonius werd banketbakker. Veel meer weten we vooralsnog niet over zijn beroepsloopbaan. We hebben geen winkeladvertentie gevonden waarin hij zelf zijn waren aanprijst en kunnen hem nog niet met zekerheid aan een eigen zaak verbinden. Eén product kunnen we hem echter wel met enige stelligheid toeschrijven, omdat zijn eigen schaakvrienden dat deden.
Toen het VAS-clubblad in 1930 een portret aan hem wijdde, werd Gräve omschreven als ‘de fabrikant van de beroemde boterspits’.
Kennelijk hoefde niemand binnen VAS te vragen welke boterspits daarmee werd bedoeld.
Alida en de kinderen
Op 19 mei 1881 trouwde Gräve met de Amsterdamse Alida Johanna Nieuwint, geboren op 13 oktober 1863. Zij was dertien jaar jonger dan haar echtgenoot.
Het echtpaar kreeg een gezin. Onder hun kinderen vinden we Franciscus Bernardus Antonius en Antoinette Alida Gräve, die op 24 augustus 1887 in Amsterdam werd geboren. Antoinette trouwde later met Joseph Alphonse Hubert Vranken.
Ook de adressen vertellen iets van Gräves lange Amsterdamse leven. Vanuit de Bloemgracht van zijn jeugd vinden we hem later onder meer aan de Nieuwendijk 239 en uiteindelijk aan de Palestrinastraat 28 boven. In één mensenleven verhuisde hij daarmee als het ware mee met een stad die zelf ingrijpend veranderde.
Een constante kwam daar vanaf het midden van de jaren tachtig bij: VAS.
Bedaard, taai en geduldig
Omstreeks 1885 werd Gräve lid van het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap. Hij zou er niet meer weggaan.
Wie in de oude clubbladen zoekt naar grote toernooioverwinningen van Gräve, zoekt waarschijnlijk naar de verkeerde man. Zijn betekenis voor VAS lag ergens anders. Hij was een verenigingsmens.
Het clubblad beschreef hem later als een ‘bedaard man, die zich nooit op den voorgrond heeft geplaatst’. Dat verklaarde volgens de schrijver ook waarom de jongere generatie hem wat minder goed kende.
De ouderen kenden hem des te beter. Zij herinnerden zich Gräve als:
‘een stoer speler, taai en geduldig.’
En toen was de verleiding om zijn beroep erbij te halen kennelijk niet langer te weerstaan. De fabrikant van de beroemde boterspits kon volgens het clubblad ook aardig koken, want wanneer Gräve op dreef was, wist hij zijn tegenstander nog weleens ‘een aardige kool te stoven’.
Het blad hoopte dat hij nog veel van zulke ‘culinaire kunststukjes’ zou mogen uithalen.
Het is een kleine grap uit een oud clubblad, maar misschien vertelt hij meer over Gräves plaats binnen VAS dan een reeks schaakpartijen zou doen. Dit was kennelijk een man die iedereen kende: de stille banketbakker die al jarenlang op de club kwam en die aan het bord niet gemakkelijk opzij te zetten was.
De Gräve-klokken
In 1925 was Gräve veertig jaar lid van VAS. De vereniging huldigde hem voor die uitzonderlijke trouw en bood hem een souvenir aan.
Gräve reageerde op geheel eigen wijze. Hij kwam met een geschenk terug.
Niet met één schaakklok, maar met tien.
Het clubblad sprak niet voor niets van een ‘vorstelijk geschenk’. De klokken kregen een metalen inscriptie en zouden binnen de vereniging bekendstaan als de Gräve-klokken. Daarmee werd zijn naam letterlijk onderdeel van het materiaal waarmee zijn clubgenoten hun partijen speelden.
Het past opmerkelijk goed bij wat we over hem weten. Gräve zocht het podium niet op. Hij schonk zijn vereniging iets wat gewoon iedere woensdagavond op tafel kon worden gezet.
En daarmee was de uitwisseling van blijken van waardering nog niet afgelopen.
Tachtig jaar en erelid
Vijf jaar later viel er opnieuw iets te vieren.
Op 3 maart 1930 werd Antonius Jacobus Gräve tachtig jaar. Tegelijkertijd was hij inmiddels 45 jaar lid van VAS. Voor de vereniging was die combinatie aanleiding om de oude banketbakker tot erelid te benoemen.
VAS maakte er een echte gebeurtenis van.
Op woensdag 5 maart 1930 werd een speciale Gräve-avond gehouden. Om half negen zou de jubilaris in het clublokaal worden gehuldigd. Daarna volgde ter ere van hem een gongwedstrijd om fraaie prijzen.
Ook Jan Rotgans droeg zijn steentje bij. Hij tekende Gräve voor het clubblad: een inmiddels hoogbejaarde Amsterdammer die daar goed geschoren en met snor de lezer aankijkt. Naast de foto die van hem bewaard is gebleven, hebben we daardoor ook het beeld dat een van zijn eigen schaakvrienden van hem maakte.

De man die zich nooit op de voorgrond had geplaatst, kon er die avond even niet aan ontkomen.
Een boekenkast terug
En opnieuw vond Gräve dat een huldiging niet onbeantwoord kon blijven.
Na de Gräve-avond schonk hij als dank een boekenkast aan VAS. De vereniging had hem het erelidmaatschap gegeven; Gräve gaf zijn vereniging iets terug.
Het lijkt bijna een patroon. In 1925 werd hij gehuldigd en schonk hij tien schaakklokken. In 1930 werd hij opnieuw gehuldigd en erelid gemaakt en volgde een boekenkast.
Over de financiële positie van Gräve weten we onvoldoende om uit die geschenken grote conclusies te trekken. Maar over zijn verhouding tot VAS zeggen ze wel iets. Dit waren geen symbolische presentjes. Het waren praktische zaken waarvan andere leden jarenlang plezier konden hebben.
De schaakklokken stonden op tafel. De boeken gingen in de kast.
En op beide manieren bleef Gräve aanwezig.
Misschien haalt hij de negentig wel
Het clubblad was in 1930 buitengewoon hartelijk over zijn oude clublid. Gräve was geen beroemd meester, geen man van grote bestuurlijke functies en kennelijk evenmin iemand die veel behoefte had aan aandacht. Maar hij was een bij iedereen gewaardeerd clublid.
Aan het einde van het portret van de tachtigjarige sprak de schrijver een wens uit:
‘Misschien haalt hij de negentig wel en dan zul je eens wat beleven!’
Tien jaar later bleek Gräve ook daarin taai en geduldig.
Op 3 maart 1940 vierde Antonius Jacobus Gräve daadwerkelijk zijn negentigste verjaardag. Op 24 september 1940 overleed hij in Amsterdam.
Zijn vrouw Alida was hem al in 1922 voorgegaan. Gräve werd begraven op de rooms-katholieke begraafplaats Buitenveldert; later zou ook zijn dochter Antoinette daar haar laatste rustplaats vinden.
Hij had toen ongeveer 55 jaar tot VAS behoord.

De beroemde boterspits
Wat er van de tien Gräve-klokken is geworden, is nog een vraag. Hetzelfde geldt voor de boekenkast. Misschien hebben generaties VAS-leden er achteloos gebruik van gemaakt zonder nog te weten welke oude banketbakker ze ooit had geschonken.
En ook het recept van zijn beroemde boterspits lijkt verdwenen.
We weten zelfs niet of Gräve zijn schaakvrienden er ooit op een clubavond mee heeft getrakteerd. Dat zou een aantrekkelijk verhaal zijn, maar de bronnen vertellen het ons niet. Ze zeggen alleen iets dat misschien nog aardiger is: binnen VAS was de boterspits van Gräve blijkbaar zo bekend dat verdere uitleg overbodig was.
De culinaire kant van het verenigingsleven heeft de banketbakker overigens ruimschoots overleefd. Nog altijd wordt een bezoeker van VAS een koekje, chocolaatje of pindarotsje aangeboden. Op warme dagen komt daar soms een ijsje bij. En later op de avond trekken de bitterballen en vegetarische loempiaatjes langs de schaakborden.
Het is bepaald geen slechte verzorging.
Maar de lat ligt hoog bij een vereniging die ooit een erelid had dat in zijn eigen tijd bekendstond als:
‘de fabrikant van de beroemde boterspits’.
