Jacob (Jaap) Wolff

Jacob Wolff (Japie) wordt op 2 december 1925 geboren in Amsterdam, als enige zoon van Abraham Wolff (Amsterdam, 25 april 1880) en Judith Bloemhof (Amsterdam, 15 september 1892). Het gezin woonde achtereenvolgens aan de Swammerdamstraat 27, daarna vanaf 26 mei 1928 op de Eerste Boerhaavestraat 15 (2e verdieping), vervolgens aan de Johann Keplerstraat en de Eerste Boerhaavestraat 70. Het laatste gezamenlijke Amsterdamse adres is Eemsstraat 31, in de Rivierenbuurt. Zijn vader was stempelmaker; het beroep stond op het bordje bij de deur, al was hij in de jaren dertig werkloos geworden. Iedereen in de buurt kent Jacob als Japie: een jongen met sluik haar dat over zijn bleke gezicht hangt, aardig en slim. In 1938 zit hij in de vijfde klas van de zesde Montessorischool aan de Niersstraat in de Rivierenbuurt; er bestaat nog een klassenfoto waarop hij staat. De afbeelding bij deze tekst komt van die klassenfoto. Buurtgenoot Bram Mulder herinnerde zich hem als een ‘geleerde’: een jongen die tijdens het straatvoetballen vertelde wat er in de wereld gebeurde, en die na de Duitse inval in Rusland thuis een kaart bijhield waarop hij met spelden en draden het verloop van het Oostfront aangaf. Volgens Mulder kon Japie dankzij een beurs naar de HBS of de Openbare Handelsschool. Voor een intelligente jongen uit een gezin zonder middelen was dat allerminst vanzelfsprekend. Hij haalt een diploma op de vierjarige HBS-A.

Schaken: VAS, de Roode Toren en problemen

Jaap Wolff is lid van zowel VAS als de Roode Toren (Oost). Hij schaakt niet alleen, maar componeert ook schaakproblemen: hij laat een reeks twee- en driezetten na. Zij die hem hebben gekend, beschreven hem als zeer talentvol. Het gedenkboek ‘Partij Verloren’ noemt hem de jongste van de herdachte schakers, ‘maar zeker een der meest talentvolle’, en roemt een positiegevoel dat voor zijn leeftijd zeer bijzonder mocht worden genoemd. Zowel in het partijgedeelte als in het opstel ‘Eenige probleemvrienden’ van dat boek zijn proeven van zijn kunnen opgenomen.

 

De oorlog: bode bij de Joodse Raad

De bezetting maakte een einde aan het gewone leven. Na de jodenregistratie en de uitsluiting van Joodse jongeren uit het reguliere onderwijs verdween het perspectief waarop iemand van zijn leeftijd mocht rekenen. In de zomer van 1942 meldde Jaap zich voor de zogenaamde ‘Arbeidsinzet voor Joden’, maar hij kreeg uitstel. Vanaf 15 augustus 1942 werkt hij als bode bij de Joodse Raad, meer in het bijzonder bij de Expositur, afdeling bagage en ordedienst, in de Jan van Eyckstraat 15, een afdeling die midden in de machinerie van de vervolging stond. Zijn persoonskaart vermeldt als beroep kortweg ‘bode JR’. De functie bezorgt hem een Sperre: een officiële vrijstelling van deportatie. En omdat zijn Sperre ook zijn ouders beschermde, leek het een redding. Uit aantekeningen op zijn registratiekaart van de Joodse Raad blijkt dat hij vermoedelijk in 1943 is verhuisd naar het Afrikanerplein 28 in Amsterdam-Oost.

Het lot van zijn ouders

De bescherming houdt niet stand. Zijn vader Abraham wordt begin oktober 1942, tijdens de grote razzia’s in Amsterdam, toch opgepakt en naar Westerbork afgevoerd (barak 57). Na herhaalde verzoeken om uitstel van deportatie mocht hij aanvankelijk blijven. Maar op 20 juni 1943 wordt ook zijn moeder Judith gearresteerd, bij de in het geheim voorbereide razzia van die dag, en naar Westerbork gebracht (barak 70). Op 13 juli 1943 worden Abraham en Judith samen op transport gesteld naar Sobibor. Ze worden er op 16 juli 1943, bij aankomst, onmiddellijk vermoord. De tragiek van Japies functie bij de Joodse Raad wordt hiermee pijnlijk concreet: hij redde zijn ouders tijdelijk, maar kon hun uiteindelijke lot niet afwenden.

Westerbork en deportatie

Japie zelf verliet Amsterdam op 29 september 1943, met het laatste grote transport naar Westerbork. Zijn persoonskaart vermeldt 15 december 1943 als datum van administratieve uitschrijving naar ‘Westerbork Lager’; feitelijk verbleef hij er toen al ruim twee maanden. In Westerbork belandde hij in barak 64 en ook daar schaakte hij. Sterker: hij organiseerde er het schaken. Te midden van de onzekerheid en de wekelijkse transporten bracht de zeventienjarige jongen uit de Rivierenbuurt medegevangenen achter het bord samen. Op 8 februari 1944 ging hij op transport naar Auschwitz, met meer dan duizend anderen. Het transport arriveerde op 10 of 11 februari. De achttienjarige Jacob werd geselecteerd als dwangarbeider, binnen of buiten het kamp. Wat er daarna precies met hem is gebeurd, is niet bekend. Na de oorlog gaf het Ministerie van Justitie de gemeente Amsterdam opdracht een overlijdensakte op te stellen, waarin werd vastgesteld dat hij op 30 juni 1944 in Midden-Europa is overleden. Hij is dan achttien jaar oud; de jongste van de 36.

Onderstaande partij van Jaap Wolff is van commentaar voorzien door Max Euwe, in het april-mei-nummer 1943 van het Tijdschrift K.N.S.B.

Bronnen: Partij verloren… Gedenkboek ter herinnering aan de schakers in Nederland die tijdens de bezetting zijn omgekomen. (Eggink & Schelfhout) | Joods Monument | Oorlogsbronnen | Geheugen van Plan Zuid

Terug naar overzichtspagina | De 36 op Facebook