In de negentiende eeuw speelde een groot deel van het schaakleven zich niet alleen op het bord af, maar ook in de kolommen van tijdschriften. Daar bevochten twee mannen elkaar met minstens zoveel energie als in hun partijen: Wilhelm Steinitz en Johannes Zukertort.
Steinitz schreef onder meer voor The Field. Zukertort werd later redacteur van Chess Monthly. Via die bladen bestookten ze elkaar met analyses, open brieven en polemieken. Steinitz vond dat Zukertort de ware principes van het schaakspel niet begreep en dat diens aanvallen vaak meer gebaseerd waren op hoop dan op correcte analyse. Zukertort vond op zijn beurt dat Steinitz een arrogante theoreticus was die deed alsof hij het schaakspel persoonlijk had uitgevonden.
Het publiek smulde ervan.
Lang voordat er Twitterruzies, schaakblogs en commentsecties bestonden, was er al schaakjournalistiek. En die kon verrassend venijnig zijn.
De ruzie ging niet alleen over persoonlijke eer, maar ook over schaaktheorie. Steinitz verkondigde een revolutionair idee: een aanval moest positioneel gerechtvaardigd zijn. Zonder structurele voordelen – betere pionnenstructuur, zwakke velden bij de tegenstander – hoorde een aanval volgens hem eenvoudigweg niet te werken. Het klonk bijna als natuurkunde.
Zukertort speelde anders. Dynamischer. Tactischer. Spectaculairder. Hij geloofde in initiatief, activiteit en aanvalskansen. In een tijd waarin het romantische schaak nog altijd de toon zette, sprak dat veel spelers en toeschouwers aan.
Het debat moest uiteindelijk op het bord worden beslecht.
En dat gebeurde in 1883 in Londen.

Daar werd een dubbelrondig toernooi georganiseerd met veertien deelnemers. In feite de wereldtop van dat moment. Namen die nog steeds door schaakboeken zweven: Steinitz, Blackburne, Anderssen, Winawer, Chigorin, Mason, Bird en nog een handvol andere grootheden uit de negentiende eeuw.
En toen gebeurde er iets onverwachts.
Zukertort begon het toernooi met 11 uit 12.
Dat is geen goede start. Dat is een statistische anomalie.
De reeks deed denken aan wat moderne toeschouwers later bij spelers als Fischer of Caruana zouden zien: een speler die in korte tijd de hele wereldtop van het bord veegt. Uiteindelijk eindigde Zukertort met 22 punten uit 26 partijen, drie punten voor Steinitz en een straatlengte voor de rest van het veld.
Zelfs Henry Bird, ere-lid van VAS, moest eraan geloven. Bird verloor beide partijen tegen Zukertort en eindigde uiteindelijk op 12 uit 26.
Voor veel tijdgenoten was de conclusie simpel: dit moest wel de sterkste speler ter wereld zijn.
Overigens was Zukertort niet alleen schaker. Hij was ook journalist, schrijver en volgens eigen zeggen nog een aantal andere dingen. In een tijd zonder factcheckers – geen internet, geen ChatGPT, geen Grok – kon een mens zich nog permitteren om een indrukwekkend curriculum vitae te presenteren.
Volgens sommige verhalen sprak hij veertien talen, was hij oorlogsheld, militair arts, geleerde, en tussendoor ook nog de beste schaker ter wereld.
Of dat allemaal waar was, is een andere kwestie.
CV-fraude is immers van alle tijden.
Maar het punt blijft: rond 1883 was hij waarschijnlijk daadwerkelijk de sterkste speler op aarde.
Drie jaar later kreeg hij de kans dat officieel te bewijzen. In 1886 speelde hij in de Verenigde Staten tegen Steinitz om wat later de eerste officiële wereldkampioenschapsmatch zou worden genoemd. De match werd gespeeld in drie steden: New York, St. Louis en New Orleans.
Zukertort begon opnieuw sensationeel en nam een 4-1 voorsprong.
Daarna gebeurde iets dat vaker gebeurt met briljante maar kwetsbare spelers: hij stortte langzaam in. Historici wijzen op zijn slechte gezondheid, de zware reisomstandigheden en het feit dat hij tussen de partijen door ook nog analyses moest schrijven en wedstrijdverslagen produceren.
De journalistiek wacht immers op niemand.
Uiteindelijk verloor hij de match met 10–5 (bij 5 remises). Steinitz werd daarmee de eerste officiële wereldkampioen.
Later werd deze overwinning vaak gezien als een symbolisch moment: de overwinning van het moderne, positionele schaak op het romantische aanvalsspel. Dat verhaal heeft een eigen leven gekregen en staat tegenwoordig in veel schaakgeschiedenissen.
Maar moderne historici – onder anderen IM Willy Hendriks – hebben laten zien dat het waarschijnlijk een stuk ingewikkelder ligt. Zukertort speelde vaak positioneler dan het stereotype suggereert, terwijl Steinitz zelf ook regelmatig spectaculaire aanvallen uitvoerde.

Geschiedenis houdt nu eenmaal van eenvoudige verhalen. De werkelijkheid is meestal rommeliger.
Ondertussen gebeurde er iets op een bescheidener schaal dat misschien nog opmerkelijker is.
Op 18 december 1884 werd in de toenmalige gemeente Nieuwer-Amstel de Schaak- en Damclub Zukertort opgericht. Een eigen clubgebouw was er nog niet. Men kwam bijeen in café Het Dorstige Hert of het Het Wapen van Nieuwer-Amstel, om een beetje met wat houtjes te schuiven.
De naam van de club was een eerbetoon aan de man die de schaakwereld op dat moment had verbaasd: Johannes Zukertort.
De keuze bleek duurzaam.
Al in 1892 leverde de club een Nederlands kampioen in de persoon van F. van den Berg. Na de fusie met de schaakvereniging van de Vrije Universiteit (ASVU) in 1972, en dankzij een sterke jeugdafdeling, groeide Zukertort Amstelveen uit tot een stabiele vereniging op het hoogste nationale niveau.
Decennialang speelde het eerste team in de Meesterklasse.
Vorig jaar degradeerde het team weliswaar uit die hoogste afdeling, maar dat zegt in het schaak niet alles. Sommige clubs promoveren. Andere degraderen.
Maar er zijn maar weinig clubs die 140 jaar bestaan.
En ergens is dat misschien wel de mooiste overwinning.
Niet die van Steinitz.
Niet die van Zukertort.
Maar die van een vereniging die hun naam nog steeds draagt.
Maar goed.
Dat waren de helden van toen.
Steinitz, Zukertort, Van den Berg, wereldtitels, polemieken in tijdschriften en theoretische revoluties.
Het moderne clubleven ziet er iets minder heroïsch uit.
Geen internationale toernooien, geen schaakfilosofie die de wereld verandert – maar gewoon een vrijdagavond, een halflege werkweek, een paar vermoeide schakers en een bord met 32 stukken.
En uiteindelijk komt het daar nog steeds op neer.
Het liefst zit je op vrijdagavond aan de stamtafel om de week weg te spoelen. Alle bestuurders, directeuren en gasten zijn de afgelopen week weer netjes te woord gestaan, het bureau is half leeg gewerkt de rekeningen zijn betaald, documenten getekent en de dode hersencellen moeten worden afgevoerd. Er is meer behoefte aan bier dan aan frisse gedachten. Schaken heeft op zo’n moment iets verplichtends. Grappen maken over de vierdaagse werkweek bij de overheid, de toestand in de straat van Hormuz bespreken of speculeren over de gevolgen van de Box3 heffing heeft de voorkeur, praten over schaken vooruit, maar zelf schaken, ach. Dirk Goes placht in zo’n geval “Voor god en Vaderland te zeggen” lazen we op de site van Zukertort. Ter meerdere ere en glorie van Dirk dan maar.
Als de bel gaat staat Luc voor de deur, de koffie staat nog op het fornuis, we gaan iets te laat arriveren in het Herman Wesselink college, we informeren de teamleider en nemen ons voor om onze stinkende best doen om er iets van te maken. Als we op de A10 zijn gaat de telefoon, Aran heeft wat moeite het schoolgebouw te vinden, ook hij is vermoeid. Bij binnenkomst lopen de klokken al, even later zit iedereen achter zijn bord.
Zukertort en VAS zijn twee toonaangevende verenigingen in de SGA. Twee jaar terug konden beide verenigingen in de laatste ronde nog kampioen van de SGA worden; VAS had genoeg aan 4-4, Zukertort had een 8-0 overwinning nodig. Niels van Dam scoorde het laatste punt en bracht de eindstand op het bord (4-4). Ook vorig jaar werd VAS kampioen van de SGA, maar dit jaar is alles anders. Beide teams draaien matig, Zukertort zelfs dat niet eens.
De score werd al vroeg geopend door Luc, die profiteert van een enorme bok van zijn tegenstander. Daarna was het prijsschieten geblazen. Eric Roosendaal blijft een lange martelgang bespaard en wordt al snel opgebracht in een tamelijk romantische stijl. Het zag er allemaal fantastisch uit, maar de partij zal niet blijvend worden herinnerd door de geboden hulp.

Aran ziet het allemaal gebeuren en besluit remise aan te bieden in een stelling waar hem nog weinig kan gebeuren. De plicht is vervuld, het zit er voor deze dag weer op. De tegenstander accepteert het dankbaar, en blijft nog even hangen. Te jong om aan het bier te gaan leek me.
Als Take daarna zijn partij van PP Theulings weet te winnen begint het er goed uit te zien.

Ik zat tevreden naar het bord te kijken. Pionnetje meer, actieve stukken (behalve de sombere toren op f8). Echter kon wit hier mij de das omdoen met het sterke Lxf7+! Ik dacht na Lxf7+ dat Txf7 Txf7 en Te3 wint. Maar wit speelt na Te3 rustig Txf5 en staat gewonnen. In de partij speelde mijn tegenstander de andere slagzet op f7. Cadeautjes sla ik niet af en ik graaide de loper van het bord.
Na zijn geweldige prestatie op NK jeugd stortte onze teamleider helemaal in. Alles wat mis kon gaan, ging mis. Het schaken was niet eens zo slecht, maar de resultaten bleven wat achter. Nu heeft hij weer drie overwinningen in de knsb en twee overwinningen in de SGA te pakken. Deze keer zat het ook nog eens enorm mee.
Met een 2½-½ tussenstand en een goede positie op vrijwel alle borden ziet het er dan zonnig uit voor VAS.
Zeker als je weet dat Marc nog bezig is. Er staat dit seizoen in de SGA geen maat op Marc, in de knsb-cup liet hij nog een halfje liggen (met zwart tegen GM David Klein red), in de SGA zelfs dat niet. Hij wint gewoon alles. Vorige ronde tegen IM Robert Ris, dit keer tegen FM Stan van Gisbergen.

I was paired against Stan Van Gisbergen who’s been having a good year at KNSB and SGA. In a nervous game where my opponent and I were both fighting for the initiative, my opponent took a little bit too much time and played a little too passively. He had a few moments where he could have sacrificed 1-2 pawns and put me on the defensive. Instead I was able to stabilize the position and my opponent felt compelled to sacrifice the exchange to ease the pressure. We arrive at this instructive position.
White is certainly better but this can change quickly with the 2 passed pawns. To succeed, white has to use prophylaxis against black’s threats as well as push for active play. 30.Rc3! (threatening Rxc5 but more importantly to prevent d5) 30…Rd7 (30…c4 allows white to blockade the dark squares) 31.g3 (with the idea to exchange bishops) 31…Kf8 32.h4 (I wanted to play 32.Bg2 but I’m not in any hurry, and I notice that I can develop some threats if the black king decides to be too active) 32…Ke7 33.Re3 (good timing, black’s king doesn’t have a good square) 33…Kf6 (33…Kd8 34.Bh3 and the d6 pawn falls) 34.g4 (white’s attack is actually quite threatening) 34…h6 35.f4 g5 36.Re8 (I found a pretty way to conclude. Of course 36.fxg5 hg 37.h5 is also winning) 36…gxf4 (same thing happens on 36…gxh4) 37.Bh3! (everything collapses) Kg7 38.g5
Soms is schaken gewoon enorm simpel. Ook Ed heeft de gave om het spel simpel te doen lijken. Hij doet gewoon een heleboel gezonde zetten en houdt dat enorm lang vol. Zeker als de tegenstander zijn stukken wat krom neer zet willen teamgenoten nog wel eens naar een weerlegging zoeken, maar zo zit Ed niet in elkaar. Gewoon weer een gezonde zet, en weer een, en nog een. Na afloop zei Ed nog dat hij er ook niets aan kon doen. Hij had geen gekke zet gedaan, was ook niet nodig.
Anton is onze rots, verliest zelden, wint ook niet altijd. Bij afwezigheid van Victor deed hij voor het eerst dit seizoen mee. Verwacht met zwart geen hele gekke dingen van Anton, geen blunders en geen hyperscherpe Najdorfs. Tegen de sterke Sybolt Strating haalde hij een keurig halfje binnen. In zijn eigen woorden:
I opted for an Indian setup, but the opening did not go particularly well, and I was left with a somewhat passive position. My opponent took the initiative and maintained persistent pressure.
At a critical moment, however, he went wrong, allowing me to untangle my position by sacrificing two minor pieces for a rook and a pawn, reaching a materially imbalanced position.
The resulting endgame (rook vs. two knights) proved to be quite rich in possibilities. My rook was very active, and post-game analysis suggests that I had realistic winning chances. Nevertheless, I was unable to find the most precise continuation, and the game eventually ended in a draw, which was a fair result.
Daarna waren alleen Daan en Joris nog bezig.
Daan had een zware partij waarin zijn tegenstander een pion offerde voor wat activiteit. Dit leek allemaal bekend te zijn en waarschijnlijk is het objectief niet zo best voor zwart. Voor de stervelingen onder ons, het duurt heel lang voor je die pion terugziet en voorlopig kan je nauwelijks bewegen. Daan heeft duidelijk een andere kijk op het spelletje als Marc en ging op zijn pion zitten. Daarbij gaf hij zijn tegenstander de kans om een pion terug te pakken. Of die pion vergiftigd was of niet bleek lang onduidelijk. Uiteindelijk wist Daan een gewonnen positie te krijgen, en weer weg te geven.

Wat we onszelf aan doen op een vrijdagavond grenst aan het ongelofelijke. Maar laat Daan zelf maar vertellen wat er nu eigenlijk gebeurde.
Daans tegenstander offerde een pion in de Draak. Even later (diagram) besloot hij zelfs tot Lxa2!? b3 Dd4?! met het idee Da1#. Daan reageerde goed en won de loper tegen twee pionnen. In het eindspel werden de technische problemen hem echter te machtig, en ging hij in pogingen om te winnen door zijn vlag.
Als allerlaatste was Joris bezig tegen oud-VAS lid Harold de Boer Harold had Joris net na de start geholpen met de koffie en de sfeer was al snel beter dan de zetten. Beide spelers knoeiden maar wat aan in de opening en behielden zo een evenwichtige stelling. Meerdere keren wees Joris een remise aanbod af, ook al wist hij dat er een biertje ging volgen, ging hij remise uit de weg of weigerde hij de stelling gelijk te maken. Je kunt een slechte dag hebben maar zoveel onbegrip van de stelling kan geen toeval meer zijn.
Uiteindelijk werd de volgende stelling bereikt waarin beide spelers niet meer hoefden te noteren.

Joris probeerde wat te forceren maar dat werkte niet zo goed.
Een paar slechte zetten later stond Joris verloren, en deze keer liet Harold niet meer los.
Einduitslag 5-3 voor VAS
Zukertort zal in de laatste ronde nog aan de bak moeten om degradatie af te wenden, VAS heeft niets meer in eigen hand maar mag nog dromen van hele gunstige scenario’s.
En zo eindigt een schaakavond zoals zoveel schaakavonden eindigen.
Acht mensen die zich ruim drie uur lang hebben ingespannen om iets verstandigs met 32 stukken te doen, en uiteindelijk vooral ontdekken dat vermoeidheid, ambitie en een klein beetje geluk nog steeds de belangrijkste factoren zijn.
De stukken gaan terug in de doos, de klok wordt uitgezet en ergens verschijnt alsnog dat biertje waar het allemaal mee begon.
Schaken is tenslotte een merkwaardige hobby: je offert een vrijdagavond op om ingewikkelde problemen te creëren die je vervolgens probeert op te lossen.
En als het goed gaat win je een punt.
Maar meestal vooral een verhaal.

