Er was een berisping van de secretaris voor nodig tijdens de Algemene Ledenvergadering, maar het is nu eindelijk zover. Het langverwachte verslag is daar: hoe Vasuranga de Eerste Klasse van de SGA Rapidcompetitie won. Een saga over hoogmoed, juridische dwalingen, strijd met schaakstukken en strijd met woorden. Het liep hoog op, er kwamen zure mailtjes aan te pas – dan weet je dat je het bont hebt gemaakt in de schaakwereld.
Volgens sommigen verdient het niet de schoonheidsprijs. Anderen zien in rechtvaardigheid een schoonheid, een pure schoonheid. Ik zie dat er geschiedenis is geschreven. Een precedent is geschept. Eentje die de toekomst van het lokale rapidschaken gaat bepalen. En ik zie een verhaal van doorzetten. Altijd gaan tot het gaatje. Een wijsheid die iedereen wel toepast tijdens de partij. Maar dat kan dus ook ná de partij!
De wijze heren
Soms zijn sterke teamgenoten niet genoeg. Dan heb je sterke arbiters nodig. Gelukkig hebben we die bij de SGA. Internationaal Arbiters zelfs. Oftewel, de grootmeesters onder de arbiters. Een titel die terecht ontzag opwekt. Zoals een GM de beste zet kan vinden, zo kan een IA de beste regel vinden.
Deze wijze heren van de SGA zitten in de Protestcommissie. Het zijn de wijste heren van de hele SGA. Ik noem ze bij de naam en toenaam. Ze zouden het erelidmaatschap bij de SGA, misschien zelfs bij VAS, moeten ontvangen. Mensen met een schoon geweten. Zij hebben de waarheid in pacht. Het zijn de apostelen van het schaakgeloof. Originalisten. Woord voor woord lezen zij het het heilige boek: de ‘FIDE Regels van het Schaakspel’. En zij wijken geen millimeter af van wat daar staat. Orthodoxen. Zij weten hoe het hoort, altijd trouw aan de letter én de geest van de wet die tot ons is gekomen. De wijze heren van de SGA hebben Vasuranga het kampioenschap opgeleverd.
Hulde aan:
- IA Sernin van de Krol
- IA Eric Roosendaal
- Paul Scheermeijer
- Rob van de Kamp
Zo houd je hoop
Lees goed mee, want dit kan je rapidschaakcarrière beïnvloeden. Wat zijn de grootste levenslessen?
- Volg de arbiterscursus II van de KNSB. Ook al ga je nooit arbiteren, dan weet je hoe je moet reageren op ongewone situaties in je partij. En zelfs dan is het moeilijk om de juiste actiepunten te vinden, als het erom draait.
- Als er iets geks gebeurt, sta erop dat de arbiter van dienst de regels eerst opzoekt voordat die een beslissing maakt, en dat de arbiter van dienst het met die regels kan onderbouwen. Er hoeft nooit haast te zijn.
- Je mag meestal gewoon doorspelen als een arbiter een foute beslissing maakt. Alleen als een andere beslissing de stelling verandert, moet je je zorgen maken voor het principe van ‘wedden op twee paarden’.
- Om remise te forceren, speel een illegale zet als de tegenstander zijn koning blundert. Tenzij je winnend kan komen te staan met een andere zet. (Door bijvoorbeeld een dame aan te vallen, terwijl het nog steeds schaak staat.) Of tenzij (en dit is mijn interpretatie – is geen uitspraak over gedaan) je al eerder in de partij een illegale zet hebt gespeeld, want een tweede illegale zet verliest de partij.
- Het Systeem werkt.
Wat is Vasuranga?
We zullen het ook een beetje over het schaken hebben. Daar zit niemand op te wachten natuurlijk, dat lees je al elke dag op deze website. Maar we moeten het er zeker over hebben, voordat we naar het echte spannende deel stappen. Want het team steeg boven zichzelf uit.
Vasuranga is niet alleen een VAS-team. Voorzitter Remy Hakvoort zet de SGA rapidcompetitie in om de warme banden met Chaturanga, de schaakvereniging in Gein, aan te halen. Dit is het betere diplomatieke werk. En Chaturanga werkt graag mee, in een poging diezelfde voorzitter los te weken. Het is immer al eens eerder gelukt met een voormalig VAS-penningmeester.
Eén ding staat vast. Met gebundelde krachten kom je verder. Denk aan de volgende namen: Jouke van Veelen, Elco Hakvoort, Samuel Cohn, Jasper Boonstra, Jonathan van Nie, Pjotr van Nie en Remy Hakvoort. Spelers van een VAS-team dat zelf niet doorging, lachten onze opstelling nog uit. Het is de typische arrogantie van de VAS-jeugd.
Ons doel was om met absoluut minimale inspanning door te gaan naar de Finale. Dat heet krachten sparen. Eerst het bordje van de tegenstander leegeten. Of je kunt het een voorbeeld van de alomtegenwoordige zesjescultuur noemen.
We eindigen met een half bordpunt meer dan Oosten-Toren, dat het op een salonremise had gegooid. Tenminste, daar leek het op, met vier remises in hun slotronde. Het maakt het verhaal in ieder geval mooier, wat een miscalculatie zal dat zijn geweest.
Het maakt eigenlijk niet uit hoe, maar we flikten het. Na een diepe analyse kwamen we erachter: het lag aan die ene remise van Pjotr in de zevende speelronde. Het zou zijn laatste half punt zijn in de komende tijd, nu hij definitief met schaaksabbatical is.
Toen was het tijd voor de Finale-avond. In Amsterdam West, het Bilderdijkpark. De speeltuin deed dienst als rookhok. De speelzaal deed dienst als het podium van deze avond. Een Shakespeareans drama werd er opgevoerd.
Nog met regenbroek aan moest ondergetekende zijn eerste zetten eruit blitzen. Ik zat op bord één, want dat moest van Het Systeem. Kort gezegd: goed spelen wordt beloond, slecht spelen wordt gestraft, en slecht spelen op hogere borden wordt harder gestraft. De resultaten van voorgaande ronde bepaalt de opstelling.
Haters zeggen dat je met zo’n tactiek nooit kampioen kan worden.
De eerste ronde eindigde naar wens. Een minimale winst tegen De Paardenfluisteraar biedt perspectief. Ondergetekende verloor op het eerste bord, en werd logischerwijs teruggewezen naar bord vier. VAS’ers Elco won wél. Het waren de Chaturangezen die het verschil maakten: Jonathan wint van een medejeugdleider en Jasper deelt het punt met één van de vele Roebers.
De wereld houdt zijn adem in
De tweede ronde was waar het gebeurde. Ontsteltenis, verbazing, onkunde. Het was de dood of de gladiolen. Een ronde voor de geschiedenisboekjes.
Vasuranga trad aan tegen de heren van De Amstel 1. Het vlaggenschip uit Uithoorn. Daar kwamen ze aangevaren, over de Amstel afzakkend naar hartje Amsterdam. Via het IJ de Kostverlorenvaart op. Eenmaal aangemeerd bij het Bilderdijkpark, was het oud-VAS’er Wim Eveleens die als eerste het land betrad. De kapitein.
Zijn manschappen wilden niet met lege handen terugkeren. Er was een buit om te grijpen. Een satijnrode kistje. Met daarin verborgen het meest kostbare en het meest ongrijpbare voor een mens: de tijd. In de SGA Rapidcompetitie is de digitale schaakklok namelijk de hoofdprijs.
Dat was de schat waar deze ronde om draait. De Amstel 1 had al gewonnen, Vasuranga had al gewonnen. Wie is écht de sterkste?
Tijd voor oorlog dus. En zoals iedereen weet, hoor je je tijdens een oorlog netjes te houden aan het oorlogsrecht.
Zo ging dat ook. De spelers nemen plaats in hun formatie. Op de flanken de twee VAS’ers. De cavalerie wordt rechtgezet. Recht in de ogen van de tegenstander kijken. En dan klinkt het startsignaal, de handen zijn geschud.
Opperste concentratie. Jasper is wel goed bezig. Maar wat verschijnt er naast hem? Een totale grafstelling op bord vier.
Het kan niet anders, of er is weer flink geklooid in de opening. Het was een eenzijdig wedstrijdje kogelstoten, maar dan met pionnen. Er blijft een ruïne achter.
Oftewel, de topscorer van het team laat het afweten in de Finale. Wat heb je aan statistieken als je zo goed bent als je laatste wedstrijd?

Een paar zetten later was het moment daar. Het moment voor de eeuwigheid.
Ondergetekende met zwart geeft schaak: Db6+ staat op het bord.

Sommige schakers brengen dan hun koning even in veiligheid, maar wit was verblind. Hij zag iets en hij kon er niet mee wachten. Met dat glimmend rood van de klok als een waas voor zijn ogen, greep hij naar zijn dame. En niet om mij te slaan. Nee. Ook niet om tussen te plaatsen. Hij zag een mat. Een woest aantrekkelijk matje. Zo aanlokkelijk, hij kon niet anders. Mijn knappe zwarte koning als de moderne Sirene. Iedereen neemt hij mee de afgrond in. Wit speelde: Dg7.

In de vooruitberekeningen had ik totaal gemist dat Dg7 een mogelijk antwoord was op mijn zet. Ben ik nou zo dom of is hij nou zo slim? Ondergetekende laat zich niet van het veld slaan door deze krachtzet. Want: wie zegt dat schaakmat het einde van de partij is?
Ik besluit door te spelen: Kxg7. De tegenstander kijkt ontzet op. Dat kan helemaal niet, zegt hij. De dame staat gedekt!
Gelukkig is daar over vooruitgedacht door ondergetekende. “Uw koning staat schaak. U moet eerst het schaak oplossen.”
En toen waren de rapen gaar.

Arbitrale dwaling
Het was een mix van verwarring en irritatie bij de tegenstander. Uit beleefdheid zal ik zijn naam niet noemen, maar met uitgebreid detectivewerk kun je er via deze pagina achter komen (de omslagfoto is overigens van een voorrondewedstrijd met een andere tegenstander). Die vond het duidelijk maar een rare en onbegrijpelijke actie van ondergetekende.
Ik wist ook dondersgoed dat het een hele gekke situatie was. En ik wist eigenlijk ook niet wat er nou moest gebeuren. Ik wist wel dat ik op zijn illegale zet geantwoord heb met een zet. Evengoed illegaal natuurlijk. Maar: bij rapidschaken mag je een beantwoorde zet niet meer terugnemen (omdat er geen notatieplicht is). Daarom dat ik niet een tijdstraf had geclaimd – daar koop je niets voor als je totaal verloren staat -, maar dat ik misschien iets zou kunnen met die bijzondere rapidregel.
Hij weigert verder te spelen, stopt de klok en zet mijn koningszet terug. Jasper, die inmiddels zijn partij comfortabel gewonnen had, haalt de arbiter erbij.
Arbiters bestaan niet op aarde om aan schakers uit te leggen hoe de pion ook alweer loopt. Die regels kennen de meeste mensen wel (alhoewel ik ook wel eens een 1900-speler in Wijk aan Zee heb meegemaakt die dat niet meer wist!). Eigenlijk word je als arbiter alleen ingeschakeld als er echt iets geks aan de hand is. De kans is groot dat het iets is dat je maar één keer in je leven meemaakt.
Het is een niet te benijden rol wat dat betreft. Maar het hoort wel de taak van de arbiter te zijn om dan rustig en weloverwogen na te denken, tijdens dat ene moment in je leven. Een arbiter hoort te herkennen dat hier iets bijzonders aan de hand is. Kordaat beslissen klinkt stoer, maar is niet daadkrachtig.
Echter was dat precies wat er gebeurde. De arbiter besloot vrij snel terug te gaan naar de stelling waarin zwart schaak zette. Daarbij die rapidregel negerend. Hij zei dat de tegenstander met de dame moest verdedigen tegen schaak. Na de dameruil zijn er niet veel zetten meer nodig om ondergetekende tot opgave te dwingen.
Ongeloof, boosheid, zelfverwijting. Dat ging er door me heen. Dit kon niet kloppen.
Het was de aanzet van een 1,5-2,5 nederlaag, zoals die in de boeken zou gaan deze avond tenminste.
Er heerst toch strijdbaarheid. Onmiddellijk na de match gaan we in gesprek met de wedstrijdleider. De FIDE Regels van het Schaakspel worden erbij gehaald. De arbiter is druk aan het bladeren. Artikelnummers worden uitgewisseld. Er werd gespind, geframed, gemanipuleerd. De echte oorlog is de beeldvormingsoorlog.
Het had geen zin. De wedstrijdleider houdt voet bij stuk. Wij kondigen aan in beroep te gaan op de uitslag.
In de derde ronde van deze avond proberen we het sportief recht te zetten. We trekken alles uit de kast: een dikke 4-0 overwinning op Zuidoost United.
Niet genoeg. De Amstel won met 3-1. Een gelijk aantal bordpunten maar dankzij hun overwinning op ons, zitten wij met twee matchpunten minder.
Protesteren
Als het op het schaakbord niet lukt, dan maar in de rechtszaal.
De prijsuitreiking voor de Eerste Klasse was uitgesteld vanwege het aangekondigde beroep. “Welke team dient nou een protest in bij de rapidcompetitie”, dacht Niels van Dam (die wel al een klok mocht ophalen). Toen hij erachter kwam dat zijn voorzitter bij dat team hoort, vond hij het opeens een uitstekend idee.
A.5.2. van ‘FIDE-Regels voor het Schaakspel’: “[…] Als de tegenstander niet claimt en de arbiter niet ingrijpt, blijft de onreglementaire zet gehandhaafd en de partij wordt voortgezet. Als de tegenstander een onreglementaire zet heeft beantwoord kan deze niet meer worden gecorrigeerd, tenzij de spelers dit besluiten zonder tussenkomst van de arbiter.”
A.5.4. van ‘FIDE-Regels voor het Schaakspel’: “Als de arbiter waarneemt dat beide koningen schaak staan […] moet de arbiter wachten tot de volgende zet is voltooid. Daarna, als een onreglementaire stelling nog steeds op het bord staat, moet hij/zij de partij remise verklaren.”
Naarmate de avond voortduurde, des te duidelijker werd dat er sprake was van een arbitrale dwaling. Het kostte veel herlezen, gepingpong met aanwezige arbiters en wat wensdenken, maar langzamerhand trok ik de conclusie dat de partij echt remise verklaard had moeten zijn.
Om één uur fiets ik met een tollend hoofd naar huis. Of het tolde van alle schaakregels of van de nodige wijntjes weet ik niet meer.
In een golf van fanatisme en vergeldingsdrang typte ik er thuis op los. Om 3:37 was het zes pagina’s tellende beroepschrift ingediend bij de Protestcommissie van de SGA-competitie.
De werkdag die erop volgde was iets minder productief. Maar dat is niet gek. Hier was sprake van een juridische veldslag, die in de diepe avonduren van 11 op 12 juni 2026 werd uitgevochten. Zo’n strijd gaat je niet koud in de kleren zitten.
Want wat was het een genot. Heerlijk al die regeltjes zo interpreteren dat het in je voordeel uitpakt. En alles zo verwoorden dat het niet anders kan dan dat je gelijk hebt.
Een ware kruistocht was het. Sommigen zullen me een regelnazi noemen, ik voelde me een schaakprofeet. Je hebt het gevoel dat je leeft.
Hoe het recht zegeviert
Het heeft bijna een maand gekost voordat de uitspraak van de zo gewaardeerde Protestcommissie daar was.
In de tussentijd was het nagelbijten. Ik zal de lezer de discussie over de juiste procedure besparen. Er waren momenten dat de paniek toesloeg, en andere momenten dat we positieve voortekenen leken te ontwaren. Er ging nog een hittegolf overheen. De commissievoorzitter wilde ook nog even op vakantie.
Het wachten kreeg een beloning! De uitslag van de bewuste partij verandert van een verlies naar een remise. En zo is het dat Vasuranga toch nog tot kampioen is gekroond! Niet dankzij onze schaakvaardigheden, maar dankzij het feit dat we in een rechtsstaat leven.
De volledige uitspraak van de Protestcommissie is hier terug te lezen, voor wie graag op de hoogste is van de laatste jurisprudentie in schaakland. Hier de drie hoogtepunten:
- “Van belang is met name artikel A.5.2 dat stelt dat een onreglementaire zet die is beantwoord niet meer kan worden gecorrigeerd, tenzij beide spelers dit onderling overeenkomen (wat hier niet het geval is).”
- “Alhoewel de arbiter het ontstaan van beide posities niet ter plekke heeft waargenomen hebben beide spelers bevestigd dat dit het verloop van de partij was, en zij hebben dit ook medegedeeld aan de arbiter. Er hoeft daarom niet aan getwijfeld te worden dat deze situaties zich daadwerkelijk op het bord hebben voorgedaan. De arbiter was derhalve met zekerheid op de hoogte van twee opvolgende onreglementaire posities. Volgens artikel A.5.4 had hij de partij op dat moment remise moeten verklaren.”
- “Een algemene regel dat iemand die onder protest doorspeelt, zijn recht op beroep verspeelt, bestaat niet. Alleen als gegrondverklaring van het beroep ertoe zou leiden dat de partij moet worden voortgezet of een nieuwe partij moet worden gespeeld, kan het feit dat de speler de partij heeft voortgezet een rol spelen bij de vraag of de speler een tweede kans moet worden gegund.”
En zo worden we weer een stukje wijzer. Het heeft de gemoederen bezig gehouden in arbiterland, waar het nog altijd de ronde gaat als sterk verhaal. En daar doe je het voor: de sterke verhalen.
Tekst: Samuel Cohn
