Philidor Leiden bleek een maatje te groot
In 1919 zaten in Leiden een paar schakers bij elkaar die het wel mooi geweest vonden bij het Leids Schaak Genootschap. Dat was hun te chic. Te veel heren met manieren, te weinig volk. En dus deden ze wat in die tijd wel vaker gebeurde wanneer idealen hoog oplaaiden: ze richtten een nieuwe vereniging op. De Leidse Volksschaakclub.
Het was de tijd dat socialisten, sociaal-democraten en liberalen nog geloofden dat het volk verheven kon worden, en dat men daar vervolgens ook iets voor deed. Tegenwoordig zouden we eerst een werkgroep vormen, daarna een commissie, en tenslotte een website.
Maar goed. De Volksschaakclub dus.
Zoals dat met grootse plannen vaker gaat, bleek zes jaar later dat het volk er eigenlijk niet massaal op afgekomen was. De club was helemaal niet zo volks geworden als gehoopt. Er werd nog even over fusies gepraat – dat leverde weinig op – en uiteindelijk besloot men tot iets dat altijd lukt: een nieuwe naam. Sinds 1925 heet de vereniging Philidor Leiden. U kunt het rustig nakijken .
Philidor was een Fransman die muziek schreef en schaakte, en dat allebei bijzonder goed deed. Hij reisde door Europa, speelde tegen iedereen die het wilde proberen en won meestal. Componist, intellectueel en bovendien vrijwel onverslaanbaar achter het bord – dat zijn de ingrediënten waaruit legendes worden gemaakt. Vandaar dat half schakend Nederland wel eens een vereniging naar hem heeft genoemd.
Nog vorig jaar werd in Amsterdam een middag gewijd aan componisten die ook schaakten. Grootmeester Paul van der Sterren praatte het geheel aan elkaar. Er werd zelfs muziek van Philidor gespeeld. Kamermuziek uit de achttiende eeuw. De uitvoering was geweldig! Het stuk zelf moeten we in zijn tijd plaatsen, laten we zeggen, goed uit te zitten… . In Parijs staat nog een beeldje van hem op het operagebouw. De man is niet vergeten.
Behalve Philidor Leiden bestaat natuurlijk ook Philidor Leeuwarden – waar VAS 1 deze ronde overigens met 2-8 won – en in het verleden waren er nog meer clubs die dachten dat de naam geluk zou brengen. De beste schaakchroniqueur van Nederland heeft daar ooit eens een paar geestige regels aan gewijd.
De oudste Nederlandse Philidor zat trouwens in Amsterdam. In 1843 scheidde een groep zich af van het Amsterdamsch Schaakgenootschap. Dat clubje fuseerde in 1855 weer met het moedergenootschap, om een jaar later met vrijwel dezelfde mensen opnieuw een club op te richten. Schakers houden blijkbaar niet alleen van varianten op het bord.
Na 1967, toen Philidor Leiden bijna kampioen van Nederland werd, raakte de club wat in de schaduw van het grotere LSG. Maar de laatste jaren gaat het weer voorspoedig. Meer leden, meer teams. Als het zo doorgaat spelen ze binnenkort weer in de eerste klasse. Maar dit jaar nog even niet.
Ze hebben in Leiden bovendien iets waar we in Amsterdam alleen maar jaloers naar kunnen kijken: een denksportcentrum. Daar verzamelden zich deze zaterdag zeven teams van Philidor en hun tegenstanders. Na een minuut stilte voor Jan Timman kon het schaken beginnen.
Of eigenlijk: bijna.
Raghav en Roland kwamen iets te laat binnen. Dat gebeurt wel eens wanneer de trein niet meewerkt of wanneer iemand thuis nog even naar een variant heeft zitten kijken die hij toch niet gaat spelen. Raghav ging alvast zitten – helaas aan het verkeerde bord – en speelde een stuk of zes zetten theorie.
Toen kwam Roland binnen, keek even naar het bord en merkte op dat hier iets niet klopte. Dat bord was namelijk van hem.
De arbiter – een man met een rustige blik – besloot kordaat dat de gespeelde zetten eenvoudig nooit gespeeld waren. Iedereen schoof een stoel op naar het juiste bord en zo konden ook bord drie en zeven beginnen. Netjes opgelost. Vriendelijke tegenstanders, goede arbiter. Zo kan het dus ook.
Er was nog een theoretische kans op promotie bij winst, maar eerlijk gezegd heeft het er nooit echt ingezeten.

Aran, Joris en Tom verloren – soms regelmatig, soms bijna geruisloos. Roland had al eens eerder van zijn tegenstander verloren in dezelfde opening. Deze keer deed hij het beter, maar aanspraak op iets had hij eigenlijk nooit. Ook een nul.

Bij Job bleef het evenwicht de hele partij intact. Remise lag al vroeg in de lucht en kwam er uiteindelijk ook. Niels probeerde het lang, heel lang zelfs, maar moest tenslotte ook berusten in remise.
Zo stond het ineens 5-1 voor de thuisclub.

Alleen Pim en Raghav zaten nog te spelen. Het deed denken aan de eerste ronde tegen Spijkenisse. Toen stonden we 3½-2½ achter en wisten deze twee heren de zaak nog om te buigen.
Ditmaal zat dat er niet meer in. Pim won nog wel een iets beter eindspel – met een klein zetje van de tegenstander – en Raghav speelde een goede partij die na een klein technisch hobbeltje toch overtuigend werd gewonnen.
Maar verder kwam het niet.
5-3 verlies.
En, zoals men dan zegt: een terechte uitslag.

