Joseph August Jean Polak (Jo), geboren 24 januari 1915 te Amsterdam (Watergraafsmeer). Zijn ouders waren Juda Alexander Polak (1883, handelaar/vertegenwoordiger in tabaksartikelen) en Sophia Polak-Heertje (1877), die in 1905 zijn getrouwd. Jo heeft nog een oudere zus, Louise (30 april 1907, Amsterdam). Het gezin woont aan Newtonstraat 23hs in Amsterdam-Oost. Hier ligt een Stolpersteine voor de deur. Er is geen eenduidigheid in verschillende bronnen over het beroep van Jo: tabakshandelaar (net zoals zijn vader), timmerman, uitponder en vertegenwoordiger worden genoemd.
Uit ‘Partij Verloren’ (bewerkt): “Het is zeker niet te veel gezegd dat na Salo Landau (VAS) en Arnold Johan van den Hoek (Schaakclub Utrecht) de talentvolle Jo Polak de sterkste is, die wij door de oorlog hebben verloren. In 1930, als jongetje van vijftien jaar, zien we hem voor het eerst bij de bondswedstrijden te Valkenburg, nog begeleid door zijn vader. Kort daarop wordt hij lid van de Amsterdamsche schaakclub “Het Oosten”, waar men zijn gezonde speelwijze spoedig opmerkt en hem een plaats geeft in het eerste tiental, dat hetzelfde jaar het kampioenschap van de A.S.B. behaalt. In 1933 wordt hij lid van het VAS, in welke zo veel sterkere club hij eveneens snel vorderingen maakt en tot de hoofdklasse wordt toegelaten.”
Hoewel zeer talentvol, vertoont zijn spel in dit sterke milieu nog een aantal zwakten, die vooral in het eindspel naar voren komen. Nog niet gehard in felle strijd, raakt hij nog spoedig gedeprimeerd bij tegenslagen, die in deze omgeving van keien niet uit konden blijven. Dientengevolge werden zijn resultaten een tijd lang zeer wisselvallig, hetgeen gezien zijn jeugdige leeftijd niet verwonderlijk genoemd mag worden. Maar hij verloor de moed niet, vatte zijn taak: verbetering van zijn theoretische kennis der openings- en eindspeltheorie met ernst op en slaagde erin zijn tekortkomingen aan te vullen. En gezien het feit dat zijn kracht nog steeds toenam, hadden wij nog veel van hem mogen verwachten.
In het eerste tiental van het VAS, dat in zijn glansperiode meerdere malen clubkampioen van Nederland is geworden en waarvan hij reeds op jeugdige leeftijd deel uitmaakte, klom hij steeds hoger en behaalde hij geregeld fraaie resultaten. In het seizoen 1939–1940 speelde hij driemaal aan het derde en éénmaal aan het vierde bord. Deze vier partijen won hij allemaal, daarbij o.a. Felderhof, Wackers en Mr. Oskam aan zijn zegekar bindend. Ook van de bondswedstrijden was hij jaarlijks na Valkenburg een vaste deelnemer. Ook hier gaan zijn resultaten crescendo. Valkenburg 1930: gedeeld 1e in de 2e klasse met 4 uit 5; Zeist 1931 1e in de 1e klasse B; Velsen 1932 ziet hem reeds in de hoofdklasse E geplaatst, gedeeld 1e met Karper. Zijn hoogtepunt bereikte hij in 1939 te Haarlem. Samen met Kramer werd hij daar 1e met 6,5 uit 7, zonder één enkele partij te verliezen. Helaas mocht het hem niet lukken in dit jaar bij de voorwedstrijden voor het kampioenschap van Nederland de finale te bereiken. Bij het VAS toernooi in februari 1940 haalde hij slechts 1 punt uit 7 wedstrijden. Geen schande, van de 8 deelnemers heeft hij de laagste rating. Het toernooi wordt gewonnen door Hans Kmoch (6 uit 7) voor Adrianus de Groot (5 uit 7), Salo Landau wordt samen met Lodewijk Pris gedeeld 3e met 4 uit 7.
Na het uitbreken van de oorlog in mei 1940 nam hij nog aan enige wedstrijden deel onder de schuilnaam T.A. Bakker. Toen het na september 1941 voor Joden verboden was lid van een club te blijven en het hen slechts toegestaan was onderling te spelen, was hij onbetwistbaar de sterkste van het clubje dat elke zondag in een gebouwtje in de Joubertstraat bijeenkwam. In deze omgeving van schakers en dammers, hier broederlijk verenigd, van wie wekelijks afvielen, die hetzij gepakt of ondergedoken waren, behaalde Polak zijn laatste, zij het niet-officiële successen.
Jo is getrouwd op 16 september 1942 met Roza Presser (1922), die werkt als bontwerker (net als haar vader Gerrit). Ze wonen een tijd aan de Waalstraat 120, 2 hoog, samen met zijn oom, tante en nicht. Jo en Roza duiken daarna onder, maar worden door verraad ontdekt en naar kamp Westerbork gebracht, per trein vanaf station Amsterdam Muiderpoort. Ze arriveren op 24 juli 1943 in Westerbork en worden in strafbarak 67 geplaatst. Dit betekent dat zij hun burgerkleding moeten inruilen voor blauwe kampoveralls en dat hun bewegingsvrijheid in het kamp zeer beperkt is. In de strafbarak speelt Jo zijn laatste bekende schaakpartijen. Hier viert hij zijn laatste triomfen in blindséances, speelt hij zijn geliefde spel voor het laatst. Roza is zwanger bij aankomst, wat hen tijdelijk vrijstelling van transport geeft.
De zwangerschap van Roza, die bij aankomst in het kamp al een feit was, is de enige reden dat zij niet direct op het eerstvolgende transport naar het Oosten zijn gezet, maar in Westerbork mochten blijven tot na de geboorte van hun zoon Frans Alexander.
In het ziekenhuis van Westerbork wordt op 18 oktober 1943 om 20:05 uur hun zoon geboren: Frans Alexander Polak. Net als relatief veel zuigelingen in kamp Westerbork leefde het jongetje maar kort; 33 dagen. Hij overleed op 20 november 1943 om kwart voor acht ‘s avonds in Westerbork. Hij wordt gecremeerd op 24 november 1943 en zijn urn met as werd bijgezet op de Joodse begraafplaats in Diemen. Dit gebeurde via de Joodse begrafenisvereniging ‘Misjnee Sjeviem’. In de administratie van deze vereniging staat vermeld dat de kosten voor de urn en de bijzetting vaak werden voldaan uit de (beperkte) middelen die families nog hadden of via bevriende contacten buiten het kamp. Dit bevestigt dat er, ondanks hun status als ‘strafgeval’, nog enig contact was met de wereld buiten het prikkeldraad. Je kunt zijn naam terugvinden op het namenmonument in Diemen, waar een gedenkplaat hangt voor de kinderen die in Westerbork stierven: Urn 465, Veld U (het urnenveld), Rij 13, Graf 18.
In totaal staan er 400 urnen op de Joodse Begraafplaats in Diemen van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Kamp Westerbork zijn overleden, daar werden gecremeerd en wiens urn in Diemen werd geplaatst. De trein met gedeporteerden vanuit Amsterdam richting Westerbork reed destijds direct langs de begraafplaats in Diemen. De slachtoffers wiens as daar nu rust, passeerden hun latere begraafplaats dus al op weg naar het kamp.
Op 25 januari 1944 worden Jo en Roza met een transport (949 personen, veel uit de strafbarak) van Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd, in goederenwagons. Bij aankomst in Auschwitz op 28 januari wordt Roza direct vermoord in de gaskamers. In de kampadministratie staat zij geregistreerd als “niet opgenomen in het kamp”, wat de formele aanduiding is voor directe vergassing bij aankomst. Jo wordt geselecteerd voor dwangarbeid en komt in Auschwitz-Birkenau terecht. Hij behoort tot de groep van 126 mannen uit dit transport die worden geselecteerd voor dwangarbeid. Hij krijgt op dat moment een kampnummer op zijn linkeronderarm getatoeëerd. Hoewel het exacte nummer niet altijd bewaard is gebleven, is bekend dat de nummers voor mannen in die periode in de 170.000-reeks lagen.
Hij overlijdt uiteindelijk op 30 september 1944; exacte omstandigheden (ziekte, uitputting, mishandeling of executie) zijn niet gedocumenteerd. Zijn vader wordt eerder al in Auschwitz vermoord op 26 oktober 1942, zijn moeder in Sobibor op 21 mei 1943, terwijl zijn zus Louise de oorlog overleeft.
Jo Polak speelde tegen diverse spelers van wereldklasse, zoals Reuben Fine en Max Euwe. Hier volgt een knappe remise tegen de voormalige wereldkampioen, gespeeld tijdens een grote simultaanwedstrijd van wereldkampioen Max Euwe tegen 40 borden, georganiseerd ter gelegenheid van de enorme schaakpopulariteit in die tijd. Deze wedstrijd is gespeeld op dinsdag 23 februari 1937. Locatie: De Militiezaal, Singel 423, Amsterdam.
Bronnen: Partij verloren… Gedenkboek ter herinnering aan de schakers in Nederland die tijdens de bezetting zijn omgekomen. (Eggink & Schelfhout) | Joods Monument | Oorlogsbronnen | Westerbork Portret |
Terug naar overzichtspagina | De 36 op Facebook
Er worden diverse bronnen gebruikt bij het opstellen van de artikelen over de 36, zoals de cartotheek en het boek ‘Partij Verloren’. Indien er aanvullingen of correcties op de betreffende artikelen zijn, neem dan contact met mij op via lode.broekman@gmail.com.
