Isidor Gunsberg
Erelid op weg naar de wereldtitel
Op 26 augustus 1889 begon in De Roode Leeuw aan de Vijgendam een schaaktoernooi dat Amsterdam even tot het middelpunt van de schaakwereld maakte. Negen spelers namen plaats in de hoofdgroep. Uit Engeland kwamen Amos Burn, Isidor Gunsberg, James Mason, Rudolf Loman, Louis van Vliet en R.K. Leather. Wenen stuurde Johann Hermann Bauer, uit Berlijn kwam een twintigjarige Emanuel Lasker en tegenover al dat buitenlandse geweld zat één Amsterdammer: jhr. Arnold Engelinus van Foreest.
Dat Van Foreest daar zat, was op zichzelf al aardig. Hij had samen met Emanuel van Dien juist veel werk verzet om al die buitenlanders naar Amsterdam te krijgen. De inschrijvingen voor het toernooi kwamen bij hem thuis aan de Prinsengracht binnen. Toen iedereen eenmaal gearriveerd was, schoof hij zelf ook maar aan.
VAS wilde meer dan een gezellig internationaal toernooi organiseren. De vereniging keek nadrukkelijk over de landsgrenzen. Wenen en Berlijn waren vertegenwoordigd, maar vooral de verbinding met Engeland valt op. Loman was Amsterdammer en VAS’er, maar woonde in Engeland. Van Vliet was eveneens in Amsterdam geboren en behoorde inmiddels tot de Londense schaakwereld. Mason was niet alleen meester maar ook schrijver en annotator. Verschillende deelnemers verdienden naast het spelen hun geld met schrijven over schaken.
Het officiële toernooiboek verscheen ondertussen in het Duits.
Zo kwamen aan de Vijgendam werelden bij elkaar die elkaar in die tijd vooral via brieven, kranten, tijdschriften en het schaakbord konden bereiken.
Tussen al die mannen zat iemand die voor VAS bijzonder interessant moet zijn geweest. Hij was 34 jaar, woonde in Londen, schreef over schaken en behoorde tot de beste spelers ter wereld.
Isidor Gunsberg werd tijdens zijn verblijf in Amsterdam erelid van VAS.
Dat was een aardig erelid om te hebben.
Een jongen uit Pest
Isidor Arthur Gunsberg was op 1 november 1854 geboren in Pest.
Zijn vader Abraham kwam uit Kamenets-Podolsky, tegenwoordig Kamjanets-Podilsky in Oekraïne en destijds deel van het Russische Rijk. Het was een stad met een grote Joodse bevolking. Ruim tachtig jaar nadat Abraham er was vertrokken zou de plaats een gruwelijke bekendheid krijgen. In augustus 1941 werden er in enkele dagen ongeveer 23.600 Joden vermoord.
Abraham Gunsberg was koopman en reisde door Europa. Mogelijk werkte hij enige tijd voor een Poolse wijnhandelaar of wijnproducent. Zijn zoon ging mee.
Zo kwam Isidor als kind al in Engeland terecht. Het precieze jaar is niet helemaal duidelijk. Gunsberg zelf verklaarde later dat hij in 1862, acht jaar oud, voor het eerst in Engeland was geweest; andere bronnen noemen 1863.
Het gezin vestigde zich toen nog niet definitief in Londen. Abraham bleef reizen en nam zijn zoon in 1867 mee naar Parijs.
Dat bleek een nuttige zakenreis.
Isidor had van zijn vader leren schaken en kwam in het Café de la Régence terecht. Daar was schaken geen tijdverdrijf voor regenachtige zondagmiddagen. Het was theater. In hetzelfde Parijs speelden mannen als Steinitz, Winawer, Kolisch en Neumann. Wie goed genoeg was, kon met schaken geld en roem verdienen.
De jonge Gunsberg bleek goed genoeg. Maar eerst moest hij nog een beroep vinden.
Tabak en schaakstukken
In 1876 vestigde Gunsberg zich in Londen. Hij zocht werk en vond aansluiting bij een Jewish Working Men’s Club. Vijf jaar later geeft de Engelse volkstelling een bijna volmaakte samenvatting van zijn bestaan. Op 287 Mile End Road woonde:
Gunsberg – Tobacconist and professional chessplayer.
Tabak en schaken dus.
Het aardige is dat Gunsberg volgens tijdgenoten zelf niet rookte en ook geen alcohol dronk. Hij verkocht in ieder geval iets waar hij zelf weinig behoefte aan had.
Met schaken lag dat anders. Daarbij kwam een merkwaardige werkgever hem te hulp.
Mephisto.
De man achter Mephisto
Het publiek was in de negentiende eeuw dol op schaakautomaten. De beroemdste was de Turk, die al sinds de achttiende eeuw met veel geraas en tandwielen de indruk wekte zelfstandig te kunnen schaken.
Dat kon hij natuurlijk niet. In de Turk zat een mens verborgen.
Mephisto was moderner. Ook deze machine kon niet schaken, maar de schaker hoefde niet meer in een kast te worden gepropt. Hij zat ergens anders en gaf zijn zetten op afstand door. De techniek zorgde ervoor dat de stukken bewogen.
Een van de mensen die Mephisto aan zijn verstand hielpen was Isidor Gunsberg.

Wie tegen de machine speelde, speelde dus in werkelijkheid tegen Gunsberg zonder hem te zien.
Dat leverde een fraaie situatie op. Gunsberg kon tegen sterke spelers oefenen, kreeg ervoor betaald en hoefde ondertussen niet eens zelf de zaal in.
In 1883 versloeg Mephisto zelfs Mikhail Chigorin.
De machine kreeg de eer. Gunsberg kreeg de ervaring.
Langzaam werd de man achter Mephisto bekender dan Mephisto zelf.
Later werd de automaat onder anderen bediend door Jean Taubenhaus, een Pools-Franse meester die zich in Parijs had gevestigd. Ook Taubenhaus zou uiteindelijk in Amsterdam achter een schaakbord terechtkomen en bij VAS spelen. Of die verbinding rechtstreeks via Gunsberg en Mephisto liep, kunnen we niet bewijzen. Opmerkelijk is het wel: twee opeenvolgende breinen achter dezelfde schaakmachine vonden hun weg naar de Amsterdamse schaakwereld.
Taubenhaus komen we nog tegen.
Geen gewone buitenlandse gast
Gunsberg hoefde in 1889 allang niet meer achter een machine verstopt te worden.
Hij behoorde tot de wereldtop.
In 1887 had hij Joseph Henry Blackburne in een match verslagen. Blackburne was niet zomaar een sterke Engelse clubschaker, maar jarenlang een van de beste spelers ter wereld. In New York had Gunsberg in 1889 vervolgens als derde geëindigd achter Chigorin en Weiss.
De wereldkampioen heette Wilhelm Steinitz.
En er waren niet veel mannen die serieus konden denken dat zij hem mochten uitdagen. Gunsberg was er een van.
Dat geeft zijn benoeming tot erelid van VAS een andere kleur. VAS gaf de titel niet aan een buitenlandse meester die toevallig een weekje in Amsterdam was. Het bond een man aan zich die mogelijk de volgende uitdager van de wereldkampioen zou worden.
Bovendien schreef Gunsberg over schaken.
Dat paste wonderwel bij het gezelschap dat in Amsterdam bijeen was gebracht. Mason schreef en annoteerde. Loman zou jarenlang schaakrubrieken verzorgen. Van Vliet zou later schaakredacteur van de Sunday Times worden. Via zulke mannen reisden partijen verder dan de trein waarmee de spelers weer naar huis gingen.
Daarbij was Loman misschien wel de interessantste schakel. Hij was Amsterdammer, VAS’er en woonde in Engeland. Hij kende beide schaakwerelden van binnenuit.
VAS hoefde Londen dus niet op een landkaart te zoeken. Het kende er mensen.
Lasker was nog niet Lasker
Achteraf is het moeilijk naar Amsterdam 1889 te kijken zonder onmiddellijk Emanuel Lasker te zien.
Hij was twintig.
In de eerste ronde speelde hij tegen Bauer en offerde beide lopers op de zwarte koningsstelling. De combinatie werd wereldberoemd en staat ruim een eeuw later nog steeds in schaakboeken.
Maar in augustus 1889 was Lasker nog niet de man die wij nu kennen.
Hij was de jonge belofte. Gunsberg was de gevestigde wereldtopper.
Het toernooi werd gewonnen door Amos Burn. Lasker werd tweede, Mason derde, Van Vliet vierde en Gunsberg vijfde. Van Vliet zorgde bovendien voor een mooie Amsterdamse bijzonderheid door Lasker te verslaan.
Van Foreest eindigde lager. Zijn betekenis voor het toernooi lag dan ook niet alleen in zijn score. Hij had samen met Van Dien meegeholpen het hele gezelschap naar Amsterdam te krijgen en zat vervolgens zelf tussen de meesters achter het bord.
Vier jaar later zou hij Gunsberg opnieuw ontmoeten.
Dat liep toen anders.
Voor de wereldtitel
Eerst moest Gunsberg nog bewijzen dat VAS in 1889 niet zomaar een grote naam aan zijn erelijst had toegevoegd.
In Havana speelde hij in 1890 een match tegen Chigorin. Die eindigde gelijk.
Daarna kreeg hij Steinitz.
De wedstrijd om het wereldkampioenschap begon eind 1890 in New York. Gunsberg deed bepaald niet alleen mee om de stukken recht te zetten. Hij won de vierde en vijfde partij en stond na vijf partijen zelfs vóór.
Steinitz herstelde zich.
Na negentien partijen waren de cijfers 6 overwinningen voor Steinitz, 4 voor Gunsberg en 9 remises.
Gunsberg was geen wereldkampioen geworden.
Maar het erelid dat VAS in augustus 1889 aan zich had verbonden, had nauwelijks anderhalf jaar later werkelijk om de hoogste titel in het schaken gespeeld.
Meneer Gunsberg komt weer langs
Daarna had VAS Gunsberg natuurlijk ook gewoon als naam op een lijst van ereleden kunnen houden.
Gelukkig gebeurde dat niet.
Eind december 1892 vierde Discendo Discimus in Den Haag zijn veertigjarig bestaan. De vereniging had, zo staat het tamelijk ondubbelzinnig in het verslag, “den Engelschen meester J. Gunsberg doen overkomen.”
Gunsberg werd aan het werk gezet.
Hij speelde simultaans, vrije partijen en consultatiepartijen. Bij een simultaan tegen 31 tegenstanders won hij er 24, speelde zes remises en verloor er één. De volgende dag verloor hij van Den Hertog uit Amsterdam en speelde hij onder anderen remise tegen Emanuel van Dien.
Daar was Van Dien weer.
Na Den Haag ging Gunsberg naar Hilversum. Daar speelde hij op 2 januari 1893 onder meer tegen 25 tegenstanders tegelijk. Hij won 21 partijen en verloor er vier.
En op 3 januari arriveerde hij in Amsterdam.
VAS zette voor zijn erelid de deuren open. Volgens het verslag gebeurde dat met “onbekrompen gastvrijheid.”
Eerst speelde Gunsberg tegen Van Lennep. Remise.
Daarna volgden veertien vrije partijen tegen leden van VAS. Gunsberg won er negen, speelde er drie remise en verloor er twee.
Beide nederlagen waren tegen dezelfde man.
Arnold Engelinus van Foreest.
De man die vier jaar eerder had meegeholpen Gunsberg naar Amsterdam te halen en vervolgens zelf in het internationale toernooi tegenover hem had gezeten, versloeg de voormalige uitdager van de wereldkampioen nu tweemaal.
De verslaggever vermeldde het met enige nadruk. Geen ander VAS-lid kwam in die reeks verder dan remise.
De volgende dag wachtte Gunsberg een simultaan tegen 28 spelers. Hij won achttien partijen, speelde zes remises en verloor er vier.
Het erelidmaatschap van 1889 bleek in ieder geval geen afscheidscadeau te zijn geweest.
Fouten maken kost geld
Schaken was voor Gunsberg geen hobby. Het moest geld opleveren.
Hij speelde, gaf simultaans en schreef. Jarenlang was hij schaakjournalist en analyseerde hij partijen en problemen. Zijn naam onder een schaakrubriek betekende deskundigheid, en deskundigheid was zijn handelswaar.
Daarom stapte hij in 1916 naar de rechter.
Aanleiding waren twaalf schaakproblemen van Gunsberg waarvan er acht niet deugden of meer dan één oplossing bleken te hebben. Daarover was in de pers weinig zachtzinnig geschreven. Gunsberg vond dat zijn professionele reputatie was aangetast.
Zo moest een Engelse rechter zich opeens bezighouden met ondeugdelijke schaakproblemen.
Deskundigen legden uit dat zelfs zorgvuldig gecontroleerde problemen later fouten konden blijken te bevatten. De rechter merkte op dat rechters tenslotte ook wel eens fouten maakten.
Dat argument zal Gunsberg bevallen zijn.
De jury kende hem 250 pond schadevergoeding toe.
Veel later vertelde C.S. Kipping dat Gunsberg na afloop zijn handen zou hebben gewreven en ongeveer zou hebben gezegd dat hij best nog eens belasterd wilde worden. Het geld kon thuis goed worden gebruikt.
Of hij het werkelijk zo zei, is minder zeker.
Dat 250 pond welkom was waarschijnlijk niet.
In Oostende aan de andere kant van de tafel
In 1906 zien we Gunsberg ondertussen in een andere rol terug.
In Oostende werd een gigantisch internationaal schaaktoernooi georganiseerd. Tientallen meesters kwamen bijeen en Gunsberg behoorde tot de organisatoren. Hij bedacht mede een ingewikkeld wedstrijdsysteem waar niet iedereen even gelukkig van werd.
Dat is minder belangrijk dan zijn positie.
In Amsterdam had hij in 1889 als buitenlandse meester deelgenomen aan een internationaal toernooi dat anderen voor hem hadden georganiseerd.
In Oostende hielp hij zelf de internationale schaakwereld bijeenbrengen.
Dat kon alleen iemand die inmiddels overal mensen kende.
Gunsberg had in Engeland gespeeld en geschreven, in Amerika om de wereldtitel gestreden, in Nederland simultaans gegeven en in heel Europa toernooien bezocht. Hij kende meesters, organisatoren, journalisten en clubs.
De jongen die ooit met zijn vader door Europa had gereisd, was zelf een verbindingsman in de schaakwereld geworden.

In Mariënbad 1925 was hij toernooidirecteur.
Op de foto vrijwel de hele wereldtop.
En juist daarin lijkt hij achteraf zo goed te passen bij wat VAS in 1889 in Amsterdam probeerde te doen.
Taubenhaus
Er loopt nog een klein zijpaadje vanuit Mephisto naar Amsterdam.
Jean Taubenhaus, de meester die later eveneens achter de automaat zat, kwam enkele jaren na Gunsberg in de hoofdstad terecht. Hij speelde er onder meer bij VAS.
Daarbij duikt opnieuw de naam van Emanuel van Dien op.
Of de weg van Taubenhaus naar Amsterdam rechtstreeks via Gunsberg liep, is vooralsnog niet bewezen. Dat moeten we dus ook niet beweren.
Maar het is een mooie verbinding: Gunsberg, Mephisto, Taubenhaus, Parijs, Amsterdam en Van Dien.
Van Dien verdient daarbij meer dan een bijrol.
Daar komen we binnenkort op terug.
Nog één keer Nederland
In mei 1923 was Gunsberg 68 jaar oud.
Hij kwam opnieuw naar Nederland, ditmaal als lid van een ploeg van Hastings & St Leonards die door België en Nederland reisde.
In Rotterdam speelde hij aan het tweede bord tegen dr. L.J.M. Fick. Het werd remise, al meende de verslaggever dat Fick goede winstkansen had gehad.
Daarna ging de reis naar Utrecht.
Voor zover we nu kunnen nagaan was bij deze tournee geen officieel of betaald optreden in Amsterdam opgenomen. Dat is bij een man met zo’n Amsterdamse voorgeschiedenis opmerkelijk. Het betekent niet dat Gunsberg tijdens zijn reis geen voet in de hoofdstad heeft gezet. Daarvoor ontbreekt eenvoudig het bewijs.
Maar aan een bord bij VAS hoefde hij ditmaal niet meer plaats te nemen.
Erelid op weg naar de wereldtitel
Abraham Gunsberg reisde door Europa om handel te drijven.
Zijn zoon reisde uiteindelijk door hetzelfde Europa met schaakstukken.
Isidor begon in Londen als tabakshandelaar en beroepsschaker. Een tijdlang zat hij voor het publiek onzichtbaar achter Mephisto. Daarna versloeg hij Blackburne, speelde tegen Chigorin en kreeg ten slotte Wilhelm Steinitz tegenover zich met de wereldtitel als inzet.
Precies tussen die twee levens in kwam hij in Amsterdam terecht.
VAS organiseerde in 1889 een toernooi waarin verschillende schaakwerelden elkaar ontmoetten. De verbinding met Engeland was sterk, Wenen en Duitsland waren vertegenwoordigd en het officiële verslag verscheen in het Duits. Onder de deelnemers zaten verschillende mannen die niet alleen partijen speelden maar er ook over schreven.
Arnold van Foreest en Emanuel van Dien hielpen dat gezelschap bijeenbrengen. Rudolf Loman vormde een natuurlijke verbinding tussen Amsterdam en Engeland. En tussen de buitenlandse meesters zat een man van wie op dat moment redelijkerwijs gedacht kon worden dat hij nog veel hoger zou komen.
VAS maakte hem erelid.
Gunsberg kwam terug.
Hij ontmoette Van Dien opnieuw, werd tweemaal verslagen door Van Foreest en zat vier jaar na het internationale toernooi weer tussen de leden van VAS.
Dat is misschien wel de aardigste opbrengst van Amsterdam 1889. VAS haalde niet alleen sterke schakers voor een week naar De Roode Leeuw. Het legde verbindingen.
Met Gunsberg was dat een bijzonder goede verbinding.
Het nieuwe erelid was op weg naar de wereldtitel.
