KNSB VAS 5 – De Waagtoren 4

door Tejo Hagen

Een dag na de zoveelste Mark/Hugo performance konden we op het nippertje nog een KNSB middag organiseren. Uiteraard met coronacheck, 1,5 meter afstand, mondkapjes. 

58 borden in een volle grote zaal van het Cygnus.  Iedereen van het team hoopte op een mooie strijd, en natuurlijk op een uitslag, die recht zou doen aan onze strijdlust. We moeten nog steeds een wedstrijd zien te winnen, na een gelijkspel tegen Woerden en een smadelijke jammerlijke afgang (0-8 nederlaag)  tegen Zuckertort.

Dit keer thuis tegen de Waagtoren uit Alkmaar, die bekend staat als een fanatiek stellletje schakers. Fanatisme overgehouden van de strijd in de 80 jarige oorlog. In augustus 1573 belegerde het Spaanse leger Alkmaar, maar in de drassige gronden rond de stad, kregen de manschappen dermate last van natte voeten dat zij op 8 oktober het beleg opgaven, waardoor Alkmaar als eerste stad in Holland ontzet was. Iets waar de Alkmaarders nog graag aan herinnerd willen worden.

Bijna 450 jaar na deze overwinning staan deze stoere kerels nog steeds hun mannetje en laten zij zich niet zomaar van het bord zetten.

Op het eerste bord gaf ik met de zwarte stukken het slechte voorbeeld. Al na 6 zetten verslikte ik mij in de opening. Geheel onnodig en absoluut niet gedwongen maakte ik een afgrijselijke fout, waarna een loper verloren ging; zonder enige compensatie en met de moed der wanhoop kon ik wonder boven wonder nog een stelling bereiken, die op zich het aanzien waard was, vanuit een esthetisch gezichtspunt: terwijl mijn  tegenstander tegen mijn centraal gepositioneerde  koning een mataanval met zijn dame uitvoerde, kon ik slinks zijn beide  (waag-) torens veroveren, waardoor in de slotstelling mijn paarden door het slaan van beide witte torens op de velden A1 en H1 zich nog konden beroemen op de onoverwinnelijke “Spaanse Cavalerie”. Het enige lichtpuntje wat ik kon overhouden aan mijn nederlaag.

Ik was van alle 58 spelers in de zaal als eerste geveld. Nog zo’n twijfelachtige eer, die mij te beurt viel.

Jaap Goudriaan op bord twee had meer verdiend dan de nul die hij uiteindelijk incasseerde. Tegen de Franse verdediging kreeg hij uiteindelijk een eindspel met dame, paard en pionnen,  beide partijen materieel in evenwicht. Zijn pionnenstructuur bood goede kansen op remise en wellicht zelfs meer, maar in het eindspel ging het niet goed, en de partij ging verloren. Jammer.

Robbert ter Hart (bord drie) speelde tegen Gerrit Lemmen, een graag geziene gast met mooie witte baard en dito haardos in de tienkampen van het Tata toernooi. Robbert speelde uitstekend, kreeg een gelijkwaardige stelling en ik had al een remise in het vooruitzicht voor hem, toen zijn tegenstander een valletje plaatste in het eindspel waardoor Robbert een paard tegen twee pionnen verloor, maar toch nog kansen had op een remise, doordat hij twee verbonden vrijpionnnen met promotiekansen ondersteund door een goed geplaatste toren overhield. Helaas was onze man dermate van slag  dat hij zonder verder te spelen en zijn mogelijke kansen te overzien terstond opgaf en aangeslagen de zaal uitbeende.

Tom Prent met wit op bord vier had naar eigenzeggen een mooie stelling overgehouden na een gelijkmatig verlopen opening. Een manoeuvre met de dame werd hem echter noodlottig.

Zijn tegenstander kreeg twee torens op de zevende rij, had bovendien een mooie vrijpion en kon, zonder dat Tom nog een vuist kon maken, na enige zetten de winst bijschrijven. 

Op bord vijf kreeg Theo Pont met zwart een altijd spannend eindspel, waarbij de tegenstander in het voordeel leek te zijn. Wit had het loperpaar, drie pionnen op de koningsvleugel en 1 pion op de damevleugel. Zwart had paard en loper en twee pionnen op beide vleugels. Een lastige positie waarbij ook de plaats van de koning veel uitmaakt. Theo deed het goed, ruilde het paard tegen de loper en het werd zodoende een eindspel met lopers van ongelijke kleur, wat gemakkelijk remise werd gehouden.

Op bord 6 (Han Dijsselbloem) ontstond een een toren eindspel, wat mogelijk nog wel remise had kunnen worden. Han had weliswaar een pion minder maar dat hoeft in zo’n eindspel niet fataal te zijn. Het werd helaas wel fataal en we moesten weer een 0 incasseren.

Bord 7 met Shantanu Montiani (een sterke in India geboren schaker, die momenteel in Amsterdam studeert) kon als enige speler van ons team de winst bijschrijven. Hij speelde een aanvalspartij met een stuk tegen twee pionnen, er volgde een koningsaanval tegen de rokadestelling met paard, dame en de loper op de lange diagonaal en het eindigde ermee dat hij een prachtig overwicht met een vol stuk meer bereikte, wat hij onberispelijk tot winst voerde.

Op bord 8 speelde Gerton Sluis, naar wat hij achteraf vol trots opmerkte, zijn beste partij ooit. Ik vreesde al dat hij ten onder zou gaan in de sterke aanval tegen zijn koning, die in een benauwde positie stond, slechts beschermd door een paard twee torens en een dame. Maar ook aangevallen door twee torens een dame en bovendien een gluiperige loper. En tot overmaat van ramp ook nog een pion achter. Hoe Gerton het klaarspeelde weet ik niet, maar hij veroverde een pionnetje, sloeg de aanval af, alle stukken werden geruild en wat restte was een pionneneindspel, waar uiterst secuur in gemanoeuvreerd moest worden. Het kleinste foutje zou fataal aflopen en dat gold voor beide spelers. Maar ze deden het goed en de vrede kon worden gesloten.

“Bij Alkmaar begon de Victorie” en het was een verdiende winst voor de Waagtoren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *