Heinz Reinhold Emil Nägele

Heinz Nägele (1914–2009)

Van Sint-Petersburg via Finland naar VAS

Heinz Nägele had er een heel leven voor nodig om van Sint-Petersburg via Stuttgart, Finland, Den Haag en Rotterdam in Amsterdam terecht te komen. Daar werd hij voorzitter van ASC, hielp hij die vereniging op te gaan in VAS en bleef hij zich nog jarenlang voor het Amsterdamse schaakleven inzetten. Het was een leven waarin landsgrenzen, verenigingsgrenzen en generaties elkaar voortdurend kruisten.

Dat we zoveel over hem weten, danken we voor een belangrijk deel aan Rob van Dongen. Het erelid van VAS, binnen de vereniging beter bekend als Mister VAS, woonde bij Nägele om de hoek in Nellestein. In 1994 interviewde hij de inmiddels tachtigjarige Heinz voor het clubblad. Vijftien jaar later schreef hij ook diens In Memoriam. Van Dongen is nog altijd bij VAS betrokken en komt, wanneer het kan, naar de clubavond.

Dankzij die twee stukken kennen we niet alleen de bestuurder en de schaker, maar ook iets van de man daarachter.

En die had nogal wat meegemaakt.

Een jeugd zonder grenzen

Heinz Reinhold Emil Nägele werd op 16 april 1914 geboren in Sint-Petersburg. Zijn vader, Eugen Ferdinand Nägele, afkomstig uit Stuttgart, vertegenwoordigde in Rusland Van Berkel’s Patent, de Nederlandse fabrikant van snijmachines en weegschalen.

De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan het verblijf in Rusland. Het gezin kwam uiteindelijk in Duitsland terecht, waar Heinz een belangrijk deel van zijn jeugd in Stuttgart doorbracht. Maar daaraan vooraf ging een reis die zo uit een avonturenboek lijkt te komen.

Als vijfjarige maakte Heinz met zijn vader een tocht naar Finland. Het was 1919. De Eerste Wereldoorlog was voorbij, maar Europa was nog allerminst tot rust gekomen. Rusland verkeerde in een burgeroorlog, Finland had zich pas kort daarvoor onafhankelijk verklaard en reizen door Noord-Europa was bepaald geen eenvoudige onderneming.

Vader en zoon trokken door het noorden, waarbij volgens Nägeles herinneringen zelfs rendieren en arresleeën aan te pas kwamen. Bij Tornio passeerden zij de grens. Voor een vijfjarige moet het een wonderlijke wereld zijn geweest: sneeuw, eindeloze afstanden en vervoermiddelen die in het keurige Stuttgart niet dagelijks voorbijkwamen.

Driekwart eeuw later kon Nägele er nog altijd over vertellen. Het is een van de mooiste herinneringen die Van Dongen aan zijn gesprek met hem overhield.

Het schaken kwam ondertussen van zijn vader. Die leerde Heinz rond zijn vijfde de regels van het spel. Daarmee begon een liefhebberij die hem zijn verdere leven zou vergezellen.

Als scholier schaakte hij veel en op zijn vijftiende kwam hij bij DD in Den Haag terecht. Daar speelde hij onder meer mee in een massakamp. Zijn optreden aan bord 38 stond hem tientallen jaren later nog helder voor de geest.

Na zijn HBS-eindexamen in 1932 studeerde hij enige tijd aan de Rotterdamse Handelshogeschool. Ook verbleef hij in Finland. Het was een jeugd waarin landsgrenzen eerder een praktische hindernis dan een vanzelfsprekende scheidslijn leken.

Een Duitser wordt Nederlander

Heinz’ moeder was geboren in Doesburg, zijn vader was Duitser. In 1933 kwam Hitler aan de macht en na de gebeurtenissen in Oostenrijk in 1934 besloot Eugen Nägele dat de politieke ontwikkelingen hem niet bevielen. Hij vroeg naturalisatie aan. In 1937 kreeg Heinz de Nederlandse nationaliteit.

Zijn familiegeschiedenis verdient nog nader onderzoek. Zijn vader Eugen Ferdinand Nägele werd in 1887 in Stuttgart geboren. De bekende schilder en graficus Reinhold Nägele, medeoprichter van de Stuttgarter Secession, had een jongere broer Eugen, eveneens geboren in 1887.

Een tweetal portretten van zijn vermoedelijke oom:

De oorlogsjaren verliepen voor de familie niet zonder problemen. In zijn interview vertelde Nägele over de onzekerheid, het verlies van bezittingen en de hulp die het gezin van Nederlandse kennissen kreeg. In 1942 trouwde hij.

Na de oorlog werkte hij bij de rijksoverheid, onder meer bij Economische Zaken. Hij hield zich bezig met vraagstukken rond de Nederlandse industrie en was secretaris van een interdepartementale commissie die zich bezighield met het Staatsbedrijf Artillerie-Inrichtingen.

Die belangstelling kreeg ook een historische uitwerking. In 1979 schreef hij samen met Dick Schaap het boek Geen oorlog – geen munitie. De geschiedenis van 300 jaar militaire produktie. Het rijk geïllustreerde werk verscheen ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van Eurometaal. De auteurs beschrijven daarin de geschiedenis van de Nederlandse militaire productie tegen de achtergrond van politieke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen.

DD, Donner en een pijp

In februari 1949 keerde Nägele terug bij DD. Hij werd er tweede secretaris en in 1951 secretaris. Daarnaast bleef hij zelf schaken, en niet zonder succes.

Het bestuur van de Haagse schaakvereniging DD, omstreeks 1951. Heinz Nägele staat linksachter.

Bij DD maakte hij ook de jonge Jan Hein Donner mee. Nägele herinnerde zich hoe Donner in café De Gouden Regen eens een pijp probeerde te roken. De toekomstige grootmeester werd er zo beroerd van dat hij geruime tijd nodig had om weer enigszins bij zijn positieven te komen.

Het is een aardige herinnering aan een Donner die nog niet de nationale schaakautoriteit was die hij later zou worden. En het zegt ook iets over Nägele, die zulke voorvallen na tientallen jaren nog moeiteloos uit zijn geheugen wist op te diepen.

In 1957 verhuisde Nägele naar Amsterdam. Daarmee begon het hoofdstuk dat hem uiteindelijk een plaats in de geschiedenis van VAS zou bezorgen.

Voorzitter van ASC

In Amsterdam werd Nägele lid van de Amsterdamsche Schaakclub, kortweg ASC. Binnen korte tijd werd hij voorzitter.

Ook achter het bord kon hij zich uitstekend handhaven. In zijn eerste seizoen scoorde hij naar eigen zeggen 6½ punt uit zeven partijen. Later vinden we hem nog terug in de hoofdklasse. In 1963 won hij tegen Philidor Leeuwarden van Hoekstra en in 1967 tegen Charlois van Roos.

Ondertussen werd hij ook buiten ASC bestuurlijk actief. Hij trad toe tot het bestuur van de Hoofdstedelijke Schaakbond en vervulde vervolgens functies bij de Koninklijke Nederlandse Schaakbond. In 1964 werd hij eerste secretaris van de KNSB.

Bij het grote Interzonale Toernooi van Amsterdam in datzelfde jaar was hij eveneens bij de organisatie betrokken. Het was de tijd waarin Amsterdam een van de belangrijkste ontmoetingsplaatsen van de internationale schaakwereld was.

Dat Nägele niet altijd alles onder controle had, blijkt uit een kostelijke opmerking van Donner. Tijdens het IBM-toernooi van 1964 bevond Nägele zich met een gezelschap Nederlandse jeugdschakers in Engeland. Door problemen met de reisorganisatie en de postverbindingen liep niet alles volgens plan. Volgens Donner hing de KNSB-bestuurder op een gegeven moment ergens boven Croydon „potsierlijk in de lucht”.

Het moet voor de nauwgezette bestuurder een weinig bevredigende toestand zijn geweest. Voor Donner was het vooral een mooie gelegenheid om erover te schrijven.

Twee reuzen van het Nederlandse schaak

In 1968 kwam een einde aan het zelfstandige bestaan van ASC. De vereniging ging op in VAS.

Dat was een bijzondere gebeurtenis in de Nederlandse schaakgeschiedenis. VAS, met wortels in 1822, was 23 keer landskampioen geworden. ASC, opgericht in 1886, had tien nationale titels op zijn naam staan. Twee van de grootste verenigingen uit de Nederlandse schaakgeschiedenis kwamen daarmee onder één dak.

Nägele was op dat moment voorzitter van ASC. Samen met VAS-voorzitter Smit begeleidde hij de overgang. Zelf deed hij daar later tegenover Rob van Dongen nogal luchtig over. Hij had, zo vertelde hij, daarna eigenlijk alleen nog het samengaan van beide verenigingen geregeld.

Dat woordje alleen mag rustig met een korreltje zout worden genomen.

VAS bleef als vereniging bestaan, maar uit respect voor de rijke traditie van ASC werd de naam VAS/ASC gevoerd. Die bleef tot 1997 in gebruik.

Ook Nägele bleef betrokken. Na zijn pensionering keerde hij terug in het bestuur, ditmaal als penningmeester van VAS/ASC. Daarmee was hij niet alleen de man die de overgang had helpen regelen, maar bleef hij zich ook voor de voortzetting van het verenigingsleven inzetten.

Een jubileum en een oude bekende

In 1997 vierde VAS zijn 175-jarig bestaan. Een van de jubileumactiviteiten was een wedstrijd tegen DD uit Den Haag. Als wedstrijdleider trad niemand minder dan Heinz Nägele op.

Een toepasselijker man was nauwelijks denkbaar. Bij DD had hij als vijftienjarige zijn eerste stappen in het georganiseerde schaakleven gezet. Later was hij er secretaris geworden. Vervolgens verhuisde hij naar Amsterdam, werd voorzitter van ASC en begeleidde het opgaan van die vereniging in VAS.

Bijna zeventig jaar na zijn eerste optreden voor DD leidde Nägele dus een wedstrijd tussen zijn oude Haagse vereniging en zijn Amsterdamse club.

Het jubileumprogramma bood verder simultaanvoorstellingen van internationaal meester Rob Hartoch en grootmeester Karel van der Weide. Ook muzikaal werd het jubileum opgeluisterd, met een koortje dat onder leiding van componist Jeff Hamburg enkele liederen ten gehore bracht.

Heinz Nägele (staand, met bril) tijdens het 175-jarig jubileum van VAS in 1997. Bij de wedstrijd tegen zijn oude vereniging DD trad hij op als wedstrijdleider.

Het jubileumjaar was bovendien het laatste waarin de vereniging de naam VAS/ASC voerde. Vanaf 1997 ging zij weer als VAS door het leven.

Een kamer vol schaakboeken

Wie bij Nägele thuis kwam, kon moeilijk om zijn liefde voor het schaken heen. Rob van Dongen bezocht hem eens om schaakboeken op te halen en ontdekte dat Heinz er een complete kamer mee had gevuld.

Het is een beeld dat goed bij hem past. Een man die het schaken niet alleen beoefende, maar ook verzamelde, organiseerde en in zekere zin bewaarde.

Ook op hoge leeftijd bleef hij belangstelling houden voor de vereniging. Van Dongen bezocht hem in 1994 in zijn woning in Nellestein en trof een opmerkelijk vitale tachtigjarige aan. Het gesprek leverde een levensverhaal op dat zonder die ontmoeting grotendeels verloren zou zijn gegaan.

Op 21 april 2009 overleed Heinz Reinhold Emil Nägele, vijf dagen na zijn 95ste verjaardag.

In zijn In Memoriam omschreef Rob van Dongen hem als een beminnelijk mens en een bekwaam bestuurder. Hij noemde hem zelfs de laatste ASC’er. Dat laatste was niet letterlijk juist. Onder anderen Meinard Jonkman, die eveneens voor ASC had gespeeld, zou Heinz ruimschoots overleven. Ook Pim Ghijsen was aanvankelijk lid van ASC, voordat hij in 1968 meeging naar het VAS.

Maar de typering is begrijpelijk. Nägele had het oude ASC bestuurd, er op hoog niveau geschaakt en vervolgens geholpen de vereniging onder te brengen bij VAS. Hij was een van de mensen die ervoor zorgden dat de geschiedenis van ASC niet met het verdwijnen van de zelfstandige vereniging eindigde.

Zijn naam staat tegenwoordig op de lijst van leden van verdienste van VAS.

Heinz Nägele begon zijn leven in Sint-Petersburg, trok als kind met zijn vader door Finland en leerde schaken in een wereld die inmiddels grotendeels verdwenen is. Hij eindigde als een van de mannen die twee grote hoofdstukken uit de Amsterdamse schaakgeschiedenis met elkaar verbonden.

En daar hoefde hij, anders dan bij zijn tocht door Finland, niet eens een arreslee voor te nemen.

 

Overzichtspagina Portretten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *