Het ga je goed, Dirk

Het bericht van Dirks overlijden kwam niet onverwacht, en toch kwam het te vroeg. Dat is altijd zo. Een mens weet rationeel dat alles eindig is, maar het hart weigert koppig mee te werken. Dirk Goes was zo iemand van wie men eigenlijk aannam dat hij er altijd zou zijn. Niet op de voorgrond, niet luidruchtig, maar aanwezig — zoals een goed geplaatste loper, die men pas mist wanneer hij verdwenen is.

Dirk was een van de meest aimabele figuren uit de schaakwereld. Iedereen kende hem, vrijwel niemand kende hem werkelijk, en dat was geheel volgens zijn wens. Over zichzelf sprak hij zelden. Hij was liever dienstbaar, liever bezig met anderen, liever op de achtergrond. Daar bloeide hij.

Hij was geen grootmeester, geen kampioen, geen man van heroïsche overwinningen. Hij was iets veel zeldzamers: een onmisbare randfiguur. Clubschaker, toeschouwer, schrijver, corrector, trainer, chauffeur, mecenas, medewerker van het Max Euwecentrum, vaste bezoeker van schaakcafés — het lijstje is lang en onvolledig. Waar schakers bijeenkwamen, was Dirk nooit ver weg.

Bij TAL speelde hij zelf. Zesentwintig jaar lang — men laat dat getal even op zich inwerken — verzorgde hij het clubblad. Hij schreef het vol, stencilde het, voorzag het van diagrammen en niette het eigenhandig bijeen. Zesentwintig jaar, zonder dat iemand hem daartoe hoefde aan te sporen. Hij deed het eenvoudigweg omdat het moest gebeuren, en omdat hij vond dat het goed moest zijn. Ook bij Zukertort en later bij Amsterdam West bleef hij, als schrijver, een stille verbindende kracht.

Nico Louter typeerde hem treffend als een helper: iemand die mensen en organisaties beter laat functioneren, terwijl hijzelf bewust uit beeld blijft. Dat was Dirk ten voeten uit.

Opmerkelijk genoeg was hij geen lid van VAS. Dat betekende allerminst dat hij er niet kwam. Integendeel. Velen hadden ooit les van hem gehad, en op KNSB-zaterdagen maakte hij zijn ronde langs Amsterdamse verenigingen, als een herder die zijn kudde even nakeek. Of men nu uit Hoorn, Zoetermeer of Utrecht kwam — iedereen werd gegroet. De laatste jaren begon hij vaak bij VAS, vertrok na anderhalf uur, en vervolgde zijn tocht via Caïssa om uiteindelijk te eindigen bij zijn eigen Amsterdam West. Een schaakkroegtijger, maar dan zonder drankzucht en met een bijna monastieke toewijding.

Ook bij het tweehonderdjarig bestaan van de vereniging stond Dirk vooraan om te helpen. Hij schreef twee historische stukken en nam de correctie van het jubileumboek op zich. Zonder Dirk was het boek nooit zo zorgvuldig, zo precies, zo mooi geworden. Hij had oog voor detail, en respect voor het verleden.

Op 12 januari namen vele tientallen schakers afscheid van hem. Eerst in de Ark, in een dienst verzorgd door Piet Kooijman, daarna in een uitvaart die — geheel in Dirks geest — tot in de puntjes was geregeld. Dirk had alles gepland, en hij heeft meer dan eens gezegd dat hij er eigenlijk zelf graag bij geweest was. Men gelooft hem onmiddellijk.

De plechtigheid werd afgesloten met Erbarme dich uit de Matthäus Passion van Bach. Wie goed luistert, hoort daarin geen wanhoop, maar overgave. Ik hoop — en vermoed — dat Dirk deze keuze, en misschien ook deze woorden, zou hebben kunnen waarderen.

Het ga je goed, Dirk. En dank je wel.

 

1 Comment

Laat een antwoord achter aan Lode Broekman Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *