SGA: VAS 1 hersteld tegen Caïssa

 

Een winterdag die eruitzag alsof hij speciaal voor een schaakwedstrijd was besteld: koud, helder en zonder haast. In de rustige speelzaal van Cygnus stonden de houten borden al klaar, alsof ze wisten dat er die middag weer iets moest worden rechtgezet.

Mijn tegenstander was ditmaal Jurgen Stigter, een van die mensen die het schaakspel nog altijd het karakter van een sociëteit geven. Nog vóór de stukken waren opgezet, de namen uitgewisseld en de gebruikelijke koffie was gehaald, vroeg hij of ik De Raadselvader kende. Dat leidde tot een korte anekdote, waarna hij op zijn notatieformulier “VAS – Euwe” noteerde, het hardop uitsprak en mij een goede wedstrijd wenste. Dat “Euwe” vroeg om uitleg — en die kwam vanzelf.

 

De Raadselvader, geschreven door Jolande Withuis, vertelt het verhaal van haar vader Berry Withuis: journalist, organisator, schaakpromotor, en in de jaren vijftig bovendien een ideologisch rotsvaste communist. Hij speelde in het eerste tiental van VAS, schreef voor tal van schaakbladen en stond bekend om zijn organisatorische energie — en om zijn politieke overtuigingen, die hem in de koude-oorlogsjaren niet altijd populair maakten.

Zo besloot het VAS-bestuur hem destijds te royeren, een besluit dat binnen het eerste team weinig enthousiasme opriep. Teamgenoten gaven te kennen dat zij niet zonder Withuis wilden spelen, waarna het bestuur zijn beslissing noodgedwongen terugdraaide. De eerstvolgende wedstrijd — tegen Philidor uit Leeuwarden — werd met 5½-4½ gewonnen; Withuis zelf speelde op een middenbord remise. Het was een kleine episode uit een tijd waarin schaakverenigingen nog net zo politiek waren als de wereld daarbuiten.

In diezelfde periode waren de topborden van VAS gereserveerd voor namen die inmiddels tot het collectieve geheugen van de Nederlandse schaakgeschiedenis behoren: Euwe, Donner, Prins, en kende het team regelmatig invallers als Cortlever, Van Scheltinga, Kramer en De Groot. Het eerste bord gold toen al als een plaats die je niet zomaar bezette, maar verdiende.

Bij VAS spreekt men nog altijd over “de stoel van Euwe”: een bord dat men niet lichtvaardig opgeeft, en waarop spelen eerder een eer is dan een recht. Tegelijkertijd kent Nederland een verrassend groot aantal verenigingen die ooit de naam Euwe droegen. In Amsterdam alleen al ontstond uit een reeks fusies een ingewikkeld netwerk van clubs, caféteams en buurtverenigingen die uiteindelijk samensmolten tot grotere gehelen.

Zo fuseerden Max Euwe, Morphy en andere kleinere clubs tot MEMO, terwijl Watergraafsmeer — in de jaren zeventig een van de succesvolste verenigingen van het land —

later samen met MEMO opging in Euwe. In de jaren negentig volgde opnieuw een bredere fusiegolf die uiteindelijk leidde tot Caïssa, een vereniging die in de eenentwintigste eeuw opnieuw groeide toen leden van Euwe massaal toetraden en Caïssa rond 2015 zelfs de grootste club van Nederland werd.

Terug naar de wedstrijd zelf. VAS had de ontmoeting duidelijk serieus genomen en verscheen sterker dan in de vorige ronde, met vier spelers uit het KNSB-eerste in de opstelling. Bij Caïssa was de situatie minder comfortabel: een griepgolf had het team uitgedund, waardoor enkele topspelers ontbraken en vervangen moesten worden. Een blamage zoals vier jaar geleden werd gelukkig voorkomen.

Na het schudden van de handen, het noteren van “VAS – Euwe” en het gebruikelijke moment van stilte voordat de klokken worden ingedrukt, kon de wedstrijd beginnen.

 

De wedstrijd

De resultaten van Victor waren de afgelopen maanden niet bepaald iets om boven de open haard te hangen: goede stellingen verdwenen, slechte gingen verloren en het woord “Victorie” bleef opvallend afwezig. Maar wie hem de laatste tijd zag trainen, wist dat er iets broeide. Hij kwam vooral om ritme op te doen — en zijn tegenstander kreeg daar meteen een demonstratie van. In wat waarschijnlijk zijn beste partij van de laatste jaren was, speelde hij foutloos door de stelling heen. Voor de liefhebbers van cijfers: een centipawn loss van zes. Dat zijn de statistieken waar je als teamgenoot stil van wordt, en een beetje jaloers.

Victor speelde hier 18 …- Pe3! De computer geeft nu 19. h3 als beste voor wit, dan weet je wel dat het over is. 

Op bord één troffen twee spelers elkaar die het schaakspel elk vanuit een geheel eigen filosofie benaderen. Na een zet of vijftien waren ze vermoedelijk allebei tevreden, zij het om totaal verschillende redenen. Marc had activiteit gekregen in ruil voor een licht beschadigde pionnenstructuur — iets waar hij zich zelden druk om maakt. “Mooie structuur,” denkt wit. “Mooie activiteit,” denkt zwart. Wie Marc kent, weet dat zulke stellingen meestal niet lang rustig blijven, en inderdaad: zodra de stukken naar voren mochten, ging het snel.

so: “It seemed to me obvious that black has a very good position here: bishop pair, attacking prospects on the kingside, great center. However, it’s not entirely clear how to progress. White just played b3 to play Ba3 and try to get some bind on c5. After a long think, I went for Qd6! preventing Ba3 but more importantly planning Qc5 and winning the c2 pawn at worst. White responded Qa5 but then dxe4 won a lot of material.”

Daan koos op bord twee voor een kleine openings­expeditie in onbekend gebied. Het leverde geen ramp, maar ook geen overtuigend voordeel op. Met de tussenstand op de andere borden in het achterhoofd was remise een praktische en verstandige beslissing — soms is een half punt gewoon een volwassen keuze.

Op de lagere borden leek het ratingverschil voldoende garantie voor een soepele avond, maar het schaakbord heeft een hekel aan voorspellingen. Take belandde in een theoretisch moeras waarin beide spelers zich zichtbaar thuis voelden. Zij analyseerden met zichtbaar plezier varianten waar de gemiddelde toeschouwer hoofdpijn van krijgt. Uiteindelijk stond er, heel nuchter, een nul aan onze kant van het scorebord — een herinnering dat schoonheid en resultaat niet altijd samenvallen.

Joris daarentegen kreeg voor het eerst in zijn leven een Marshall-stelling met zwart op het bord en ging hard naar voren. Een paar tempi vielen als rijpe appels in zijn schoot, waarna hij de partij gecontroleerd naar winst voerde.

Zo ziet een geslaagde Marshall er uit!

Luc had lange tijd een prettige stelling, maar leek ergens halverwege in een soort schaakmatige middagdut te belanden. Een stuk ging verloren en even leek het mis te gaan, totdat bleek dat Luc — zoals bekend — een hardnekkige overlevingsdrang achter het bord heeft. De partij bleef leven en daarmee ook onze kansen.

Niels trof in Avni Sula een tegenstander die een uitstekende dag had. Waar Niels normaal gesproken in het eindspel nog wel eens wonderen verricht, lukte dat deze keer niet en Avni bracht het punt overtuigend binnen. Een terechte overwinning, waar weinig op af te dingen viel.

Na al deze ontwikkelingen stond het 4-3 voor ons en was alleen Ed nog bezig op bord acht. Hij had met een reeks gezonde, bijna huis-tuin-en-keukenzetten een volledig gewonnen stelling opgebouwd — het soort positie waarin niets mis lijkt te kunnen gaan, behalve de besluitvorming. De mogelijkheden stapelden zich op: materiaal winnen, nog meer materiaal winnen, of op een andere manier winnen. Uiteindelijk bleef er een toreneindspel met een pion meer over. Of de tablebases het nu als winst of remise beoordelen, Ed zag het vooral als een praktische eindspeloefening en speelde het bekwaam uit.

 

 5-3 we leven nog!

Geen monsterscore, geen salonremise, maar een overwinning die precies laat zien wat teamschaak is: rommelig, weerbarstig en pas laat beslist. Aan een enkel bord kon het zomaar de andere kant op vallen, en dat is misschien wel het beste teken. Want wedstrijden die vanzelf lijken te gaan, zeggen zelden iets over de staat van een team. Deze wel.

VAS heeft laten zien dat het kan herstellen. Niet door alles perfect te doen, maar door op de juiste momenten overeind te blijven. Door partijen te winnen waar dat moest, door halfjes te pakken waar ze nodig waren, en door aan het eind gewoon één bord langer te blijven zitten dan de tegenstander. Dat is geen romantiek, dat is vakmanschap.

We hebben het kampioenschap niet in eigen hand, en dat is misschien maar goed ook. Wie nergens achteraan hoeft, verliest scherpte. Nu is elke ronde relevant, elke opstelling een keuze en elke misstap zichtbaar. De marge is klein, maar de boodschap duidelijk: wie ons nu afschrijft, kijkt te veel naar de stand en te weinig naar het bord.

Het seizoen is nog niet beslist. Maar na deze middag weet iedereen weer dat VAS er nog is — en voorlopig ook niet van plan is om plaats te maken.

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *