VAS op de dodenakkers van Amsterdam West

Begin maart moesten we spelen tegen Amsterdam West 2.

Het clubgebouw van Amsterdam West staat in een soort noodgebouwtje.
Er is een bar, een speelzaal en een gang waar de tocht zich blijkbaar niet thuis voelt.

Er is koffie.
Er is bier.
De toiletten werken.

Meer heeft een schaakvereniging eigenlijk niet nodig.

Terwijl ik naar binnen liep dacht ik dat men honderd jaar geleden waarschijnlijk niet had kunnen bedenken dat hier ooit een schaakclub zou zitten. Maar dat komt omdat men toen nog niet wist hoe steden zich ontwikkelen.

Of beter gezegd: hoe steden hun verleden opruimen.

Want dit was ooit katholiek terrein.

De Liefde

In 1786 verscheen hier een kleine kerk: Sint Nicolaas buiten de Veste. In de volksmond heette die eenvoudig De Liefde.

Het was een katholieke parochiekerk in een stad die lange tijd bestuurd werd door mensen die niet bijzonder warm liepen voor katholieke instellingen. Toch groeide de parochie. Het kleine kerkje werd uitgebreid en kreeg uiteindelijk de naam Nicolaas en Barbara.

Bij de kerk hoorde ook een begraafplaats.

Daar werden generaties Amsterdammers begraven. Mensen die hun leven hadden geleid in de stad, hun kinderen hadden opgevoed en uiteindelijk een plek kregen in de grond achter de kerk.

Totdat de stad begon te groeien.

Wanneer een stad groeit gebeurt er iets merkwaardigs: men ontdekt plotseling dat er te weinig ruimte is. Dan gaat men rondkijken.

En vroeg of laat komt iemand op het idee dat begraafplaatsen eigenlijk nogal veel plek innemen.

De doden protesteren immers zelden.

Zo kwam ook begraafplaats De Liefde op de lijst te staan van terreinen die moesten verdwijnen. Rond 1912 werd de begraafplaats gesloten.

De katholieke bevolking van Amsterdam was daar niet bijzonder gelukkig mee. Er werden bezwaren ingediend, brieven geschreven en men wees erop dat hier niet zomaar grond lag, maar gewijde aarde.

Maar een gemeentebestuur dat eenmaal plannen heeft gemaakt, laat zich zelden tegenhouden door de bezwaren van nabestaanden.

Een deel van de graven werd geruimd en overgebracht naar begraafplaats Sint Barbara achter de Spaarndammerdijk.

Niet iedereen verhuisde.

Een aantal graven bleef liggen. Over het terrein werd later een dikke laag zand gestort.

Daarop kwam het Bilderdijkplantsoen.

Bilderdijk

Het park kreeg de naam van Willem Bilderdijk.

Bilderdijk was een briljant schrijver, dichter en advocaat. Maar hij was ook een man met stevige overtuigingen. Hij was een orthodox calvinist en bovendien een polemist die er niet voor terugdeinsde om zijn tegenstanders publiekelijk te bestrijden.

Een van die tegenstanders was de katholieke publicist Joachim le Sage ten Broek.

In 1829 schreef Ten Broek een open brief aan Bilderdijk waarin hij diens religieuze denkbeelden aanviel. Bilderdijk antwoordde onmiddellijk met een pamflet. Ten Broek schreef daarop nog een tweede brief.

Daarna hield het debat op. Waarschijnlijk omdat beide heren vonden dat de waarheid inmiddels voldoende was vastgesteld.

Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft nooit goed met andersdenkenden kunnen omgaan en rond 1912 gunden de socialisten en de protestanten de Katholieken geen millimeter ruimte. Over de niet geruimde lijken werd later vijf meter zand uitgestort en daarmee ontstond het huidige Bilderdijkplantsoen.

Dat de straatnamencommissie destijds besloot om het parkje naar Bilderdijk de vernoemen mag dan ook wel een politiek besluit worden genoemd. De straatnamencommissie heet tegenwoordig Adviesraad naamgeving openbare ruimte (ANOR), de protestanten zijn ingewisseld voor andere gelovigen, maar veel is er in Amsterdam niet veranderd.

Als je niet tot de juiste kaste behoort is het kwaad kersen eten met het stadsbestuur.

Het lijkenhuisje

Van de hele begraafplaats is eigenlijk maar één gebouw overgebleven: het lijkenhuisje.

Het werd ontworpen door architect Zocher, een man die parken en landschappen kon ontwerpen met een zekere elegantie. Zelfs een gebouw voor doden kreeg bij hem iets sierlijks.

In de tijd van de begraafplaats werden overledenen daar tijdelijk opgebaard voordat zij begraven werden. Dat was in de negentiende eeuw heel gebruikelijk.

Men wilde bovendien voorkomen dat iemand per ongeluk levend werd begraven. Dat klinkt tegenwoordig overdreven, maar in die tijd nam men die mogelijkheid serieus.

Toen de begraafplaats werd gesloten bleef het gebouwtje staan.

De graven verdwenen.
De kerk zou later volgen.
Maar het lijkenhuisje bleef.

Een tijdlang kreeg het terrein een nieuwe bestemming. Op de plek waar ooit grafkruisen stonden kwam een hersteloord. Men vond dat frisse lucht en groen goed waren voor mensen die moesten aansterken.

Het idee dat men daarvoor bovenop een voormalige begraafplaats zat, leek niemand bijzonder te storen.

Amsterdam is een praktische stad.

De kerk van De Liefde hield het nog een tijdje vol maar werd uiteindelijk ook afgebroken.

Wat overbleef was het park.

En het lijkenhuisje.

En toen werd er geschaakt

Maar goed.

Wij waren daar natuurlijk niet gekomen om de geschiedenis van katholiek Amsterdam te bestuderen. Wij kwamen om te schaken.

Amsterdam West 2 geldt op papier als de zwakste broeder in de klasse. Dat geeft een mens een zekere rust wanneer hij de speelzaal binnenloopt.

Het is alleen niet altijd verstandig om op papier te vertrouwen.

Op bord 1 zat Marc tegenover IM Robert Ris.

Robert had het hele seizoen nog geen partij gespeeld in de SGA en Marc had hem dus ook niet verwacht.

Marc schreef later:

“I had expected to play a 2000–2100 rated player.”

In plaats daarvan zat hij tegenover iemand die een Chessable-cursus over het Scandinavisch had geschreven.

Na zeven zetten stond hij al slechter.

Maar activiteit kan veel goedmaken. Marc vond kansen, er ontstonden complicaties en uiteindelijk wist hij zelfs materiaal te winnen.

In zijn woorden:

I had expected to play a 2000-2100 rated player at SGA so as to get some practice before our important duel in Leeuwarden. When arriving there, I was crudely told I would be facing IM Robert Ris, which I didn’t at all expect. I remembered that he authored a chessable course on the Scandinavian and couldn’t resist to test my opening understanding against his. That was utter failure as I was already worse after move 7 (…). Fortunately, I was able to find some activity. In the following position, I decided to go for it:


12.d5 (a good try to keep the position lively; without it black plays Nf6 and I’m likely going to remain with few prospects for the rest of the game) 12…O-O-O 13.Qf3 ed 14.Qxf5 Rhe8!? (Robert decides to gamble. He wanted more than the tame and close-to-equal position with 14…dxc4 15.O-O-O Qg6 16.Qxg6 fxg 17.Bxg7 which is understandable as he is much stronger than me) 15.Be2 d4 16.Bd2 Re5?! (black had better chances to muddy the waters with 16…Re6 17.Qf3 Ne5) 17.Qf3 Rde8 18.O-O-O! Rxe2 19.Be3 with great danger lurking for the e2 rook. After some hesitation, I was able to convert the material advantage.

Victor op bord 2 speelde sterk. Hij had besloten weer wat vaker te spelen en dat bleek een goed idee.

Take speelde op bord 3 een partij waarin alles klopte. Zo’n partij waar de engine achteraf bevestigt dat er eigenlijk nooit gevaar was.

Sierk kreeg een stukoffer van Sven Pronk over zich heen. Hij probeerde het te weerleggen en kwam daardoor in een aanval terecht die er gevaarlijk uitzag.

Sven miste uiteindelijk de genadeklap.

Remise.

Ik speelde weer eens tegen de creatieve Sven Pronk. Ik probeerde de scherpte uit de opening te halen en een langzame gesloten stelling te bereiken die meer gaat over strategisch ideeën dan creatieve aanvalszetten. Dat lukte. Maar Sven was onvergefelijk, en zodra hij de kans kreeg een stuk te offeren deed hij dat. Ik kon het niet laten om het te proberen te ontkrachten, met tegengesteld effect. Sven kreeg een dodelijke aanval. Maar z’n killing instinct ontbrak vandaag, en ik ontsnapte met remise.

Aan de eerste vier borden hadden we 3½ punt.

Waar het misging?

Luc op bord 5 speelde met wit. Dat levert normaal gesproken een punt op.

Deze keer niet.

Er ging ergens een lampje uit. Wat er precies door zijn hoofd ging weet niemand. Grote zorgen, roze olifanten of aantrekkelijke vrouwen — het blijft speculatie.

Niels op bord 6 had een goede stelling maar gebruikte zoveel tijd dat hij in tijdnood zijn eigen positie opblies. Dat gebeurt vaker dan men denkt.

Mijn tegenstander kwam met licht voordeel uit de opening. In het late middenspel kantelde de stelling na wat schermutselingen in mijn voordeel. Ten koste van teveel tijd dat wel. Terugkerend probleem. In plaats van met de naderende tijdnood pragmatisch te werk te gaan blies ik mijn stelling volledig op. Niet lang daarna was het afgelopen. Tegenstander maakte het vakkundig af

Ed speelde op bord 7 een partij waarin de tegenstander nauwelijks nog kon bewegen.

En toch werd het remise. Daar overkwam hem twee dagen later nogmaals.

Met 4-3 voorsprong kwamen we bij bord 8, waar Aran besloot een Najdorf te spelen met Da5.

Dat is een zet die uitstekend werkt in een bulletpartij van een minuut.

Maar minder in een serieuze wedstrijd.

De partij ging na nog wat onregelmatigheden verloren.

Eindstand: 4-4.

Toen we naar buiten liepen was het stil in het Bilderdijkplantsoen.

Het lijkenhuisje stond er nog steeds. Onder het gras lagen de resten van een oude begraafplaats, waar generaties Amsterdammers hun laatste rustplaats hadden gevonden.

Misschien zouden zij het niet eens zo vreemd vinden dat er boven hun hoofden wordt geschaakt, gediscussieerd en af en toe een glas wordt geheven.

Een stad moet tenslotte blijven leven.

En voor de bewoners van deze oude dodenakker lijkt één muziekstuk eigenlijk het meest passend.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *