Bernard Wolff Beffie

Bernard Wolff Beffie, geboren op 18 Mei 1872 in Amsterdam.

Hij was van beroep arts met een praktijk aan het Oosterpark of Sarphatipark. Ook werkte hij in het Binnengasthuis. Hij was arts met specialisatie venerische ziekten (geslachtsziekten). Als je iemand tegen kwam met een kop vol puisten vanwege syfilis, dan vroeg je niet: “Syfilis? maar “Dr. Beffie?” Hij woonde op de Stadhouderskade 35 in Amsterdam. Onder zijn naam hing een bord: “Huidarts. Niet voor huidziekten”.

Hij werd in 1895 lid van het V.A.S. (en later ook bestuurslid), waarvan zijn broers Simon en Eduard reeds lid waren, nadat hij in de Bondswedstrijd te Arnhem 1895 met 8 uit 9 partijen de eerste prijs had gewonnen in de tweede klasse. Toen op 18 oktober 1903 een competitie werd ingesteld tussen teams met 10 spelers van DD, VAS, LSG en Utrecht, kreeg Beffie het zevende bord toegewezen, een plaats die hij met veel succes jarenlang bezette. In het eerste seizoen won VAS de competitie met een half punt meer dan DD (21 tegen 20,5 punten). Ook het seizoen erna 1904/05 werd VAS kampioen, met Beffie als een van de spelers. In 1919 speelde hij op 47-jarige leeftijd in Amsterdam een elfkamp om de Zilveren Koningin. Hier versloeg hij de 18-jarige Max Euwe. Ook won hij van Boudewijn van Trotsenburg die later voorzitter van de Nederlandse Schaakbond werd en speelde hij regelmatig tegen W.A.T. (Willem) Schelfhout, de latere schaakjournalist (WATS), bestuurder en schaakmeester en mede-auteur van het boek ‘Partij verloren …’, over de overleden schakers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een van die partijen is hieronder na te spelen.

Beffie beschikte over een grote theoretische kennis. Het beroemde werk van dr. Tarrasch, “Dreihundert Schachpartien”, kende hij nagenoeg van buiten en van Reti’s “Neue Ideeen im Schachspiel” maakte hij een grondige studie. En toch bereikte Beffie nimmer in de winterwedstrijden een vooraanstaande plaats. Daartoe ontbrak hem de ware vechtlust. Reeds de gedachte dat hij de veilige paden der theorie had veronachtzaamd, verlamde zijn ondernemingslust. Hij speelde daardoor weinig doortastend en men kon hem gemakkelijk intimideren. Merkwaardigerwijs kwam hij in de zomerwedstrijden gewoonlijk los en kon hij schitterende partijen spelen. Bij het 40-jarig jubileum in 1918 is hij lid van De Feestcommissie. Ook bij het volgende jubileum was hij betrokken als ceremoniemeester. Toen het contractbridge in Nederland zijn intrede deed in de jaren ’30, werd Beffie een enthousiast bridger, alhoewel hij het schaakspel steeds trouw bleef.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het voor Joodse spelers steeds moeilijker om ‘s avonds de schaakclub te bezoeken. Er werd daarom veel in huiselijke kring gespeeld. Beffie bezocht vrijwel dagelijks een ander illuster Joods lid van VAS, Abraham Speijer (1873 – 1956). Beffie was de mindere speler (Speijer heeft nog tegen wereldkampioen Lasker gespeeld) maar zijn begeleidende commentaar was van hoog niveau. Zij spraken tijdens de partijen Jiddisch en noemden elkaar bijvoorbeeld ‘Holzhacker’ of ‘Narr’.

Bij de grote razzia’s in Amsterdam-Zuid en Amsterdam-Oost van zondagochtend 20 Juni 1943 viel hij, net als ruim vijfduizend andere Joden die dag, in handen van de SD. Om 3 uur ‘s middags vertrok hij vanaf station Muiderpoort naar Kamp Westerbork, waar hij die avond pas rond 9 uur aankwam. De reis duurde zolang, omdat de locomotief moeite had om de lange trein met personen- en veewagens voort te trekken. Beffie werd kort daarna, al op 29 juni 1943, vanuit Westerbork gedeporteerd naar Sobidor, Polen. Op 2 juli 1943, gelijk na aankomst, is hij vermoord.

Bronnen: Oorlogsbronnen.nl | Partij verloren… Gedenkboek ter herinnering aan de schakers in Nederland, die tijdens de bezetting zijn omgekomen. (Eggink & Schelfhout) | Schaakstad Amsterdam (Bodicker) | Joods Monument | Jubileumboek VAS 1822 – 2022 | VAS clubblad 2001 (Evert-Jan Straat)