Bernard Wolff Beffie

Bernard Wolff Beffie, geboren op 18 mei 1872 in Amsterdam. Zijn vader, diamantslijper Isaac Wolff, kreeg in 1877 bij Koninklijk Besluit toestemming de achternaam van diens moeder, Beffie, aan de zijne toe te voegen. Hij heette sindsdien dus Wolff Beffie. Van het gezin werden er twee zonen arts: Philip en Bernard. De andere vier zonen volgden vader in het vak van diamantslijper. Zijn zoon Bernard Wolff Beffie gebruikte de dubbele achternaam niet, maar noemde zich simpelweg Beffie.

Bernard studeert geneeskunde in Amsterdam, waar hij zijn artsexamen aflegde op 26 februari 1900. Hij is van beroep arts met een praktijk aan het Oosterpark of Sarphatipark. Ook werkt hij in het Binnengasthuis. Hij is arts met specialisatie in venerische ziekten (geslachtsziekten). ‘Huidarts. Niet voor huidziekten’. Als je iemand tegenkwam met een kop vol puisten vanwege syfilis, dan vroeg je niet: “Syfilis?” maar “Dr. Beffie?” 

Op 9 oktober 1924 trouwt hij met Dirkje Kuiper. Hij is dan 52 jaar oud, zij is 42. Het huwelijk is op 22 mei 1938 ontbonden. Hij woont aan het Merwedeplein 39 1hg, waar hij de buurman van Anne Frank was, die op nummer 37 2hg woonde. Hij komt bij de familie Frank over de vloer. Op 13 juli 1942 verhuist hij naar de Waalstraat 23 3hg. Ook de familie Frank verlaat het Merwedeplein in die maand (6 juli 1942) en duikt dan onder in wat nu bekendstaat als ‘Het Achterhuis’.

Hij werd in 1895 lid van VAS (en later ook bestuurslid, secretaris in 1905), waarvan zijn broers Simon en Eduard reeds lid waren, nadat hij in de Bondswedstrijd te Arnhem 1895 met 8 uit 9 partijen de eerste prijs had gewonnen in de tweede klasse. Toen op 18 oktober 1903 een competitie werd ingesteld tussen teams met 10 spelers van DD, VAS, LSG en Utrecht, kreeg Beffie het zevende bord toegewezen, een plaats die hij met veel succes jarenlang bezette. In het eerste seizoen won VAS de competitie met een half punt meer dan DD (21 tegen 20,5 punten). Ook het seizoen erna, 1904/05, werd VAS kampioen, met Beffie als een van de spelers. Bij een jubileumtoernooi bij VAS wordt hij vierde in een poule met Oskam, den Hartog en Reekers.

In 1905 wordt in Scheveningen een internationaal toernooi gehouden, waar hij 2,5 uit 6 scoort. Hendrik Strick van Linschoten wordt 1e met 4,5 uit 6. In 1906 wordt Beffie in Arnhem officieus Nederlands Kampioen Schaken met 4,5 uit 5, voor spelers als Geus, Brandon (ASC) en Baudet (inderdaad, familie van). In seizoen 1912/13 werd hij 2e in de interne competitie (groep B) van VAS. In 1919 speelde hij op 47-jarige leeftijd in Amsterdam een elfkamp om de Zilveren Koningin. Hierin versloeg hij de 18-jarige Max Euwe. Ook won hij in dit toernooi van Boudewijn van Trotsenburg die later voorzitter van de Nederlandse Schaakbond werd. Met 3,5 uit 10 eindigt hij 8e van de 11. Beffie speelde regelmatig tegen W.A.T. (Willem) Schelfhout, de latere schaakjournalist (WATS), bestuurder, schaakmeester en mede-auteur van het boek ‘Partij verloren …‘, over de overleden schakers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een van die partijen is hieronder na te spelen.

Beffie beschikte over een grote theoretische kennis. Het beroemde werk van dr. Tarrasch, “Dreihundert Schachpartien”, kende hij nagenoeg van buiten en van Reti’s “Neue Ideeen im Schachspiel” maakte hij een grondige studie. En toch bereikte Beffie nimmer in de winterwedstrijden een vooraanstaande plaats. Daartoe ontbrak hem de ware vechtlust. Reeds de gedachte dat hij de veilige paden der theorie had veronachtzaamd, verlamde zijn ondernemingslust. Hij speelde daardoor weinig doortastend en men kon hem gemakkelijk intimideren. Merkwaardigerwijs kwam hij in de zomerwedstrijden gewoonlijk los en kon hij schitterende partijen spelen. In de editie van de Winterwedstrijden in 1921/22 eindigde hij 7e van de 11 spelers (3,5 uit 10, net achter Carel Carsten, maar ruim voor Norbert Moldauer die laatste wordt met 2 uit 10). In 1923/24 wordt Bernard 10e van de 17 (6,5 uit 16). In 1924/25 eindigt hij als 9e en laatste met 2 uit 8. In 1927/28 eindigt hij als 5e met 4,5 uit 10.

Bij het 40-jarig jubileum in 1918 is hij lid van de feestcommissie. Ook bij het volgende jubileum was hij betrokken als ceremoniemeester. Toen het contractbridge in Nederland zijn intrede deed in de jaren ’30, werd Beffie een enthousiaste bridger, alhoewel hij het schaakspel steeds trouw bleef.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het voor Joodse spelers steeds moeilijker om ‘s avonds de schaakclub te bezoeken. Er werd daarom veel in huiselijke kring gespeeld. Beffie bezocht vrijwel dagelijks een ander illuster Joods lid van VAS, Abraham Speijer (1873 – 1956). Beffie was de mindere speler (Speijer heeft nog tegen wereldkampioen Lasker gespeeld), maar zijn begeleidende commentaar was van hoog niveau. Zij spraken tijdens de partijen Jiddisch en noemden elkaar bijvoorbeeld ‘Holzhacker’ of ‘Narr’.

Bij de grote razzia’s in Amsterdam-Zuid en Amsterdam-Oost van zondagochtend 20 juni 1943 viel hij, net als ruim vijfduizend andere Joden die dag, in handen van de SD. Om 3 uur ‘s middags vertrok hij vanaf station Muiderpoort naar Kamp Westerbork, waar hij die avond pas rond 9 uur aankwam. De reis duurde zo lang, omdat de locomotief moeite had om de lange trein met personen- en veewagens voort te trekken. Beffie werd kort daarna, al op 29 juni 1943, vanuit Westerbork gedeporteerd naar Sobibor, Polen. Op 2 juli 1943, gelijk na aankomst, is hij vermoord. Saillant detail is dat degenen die na hem het huis aan het Merwedeplein bewoonden, de familie Imbach (twee volwassenen, twee dochters), in hetzelfde transport zijn gedeporteerd en eveneens direct na aankomst zijn vermoord.

Bronnen: Oorlogsbronnen.nl | Partij verloren… Gedenkboek ter herinnering aan de schakers in Nederland, die tijdens de bezetting zijn omgekomen. (Eggink & Schelfhout) | Schaakstad Amsterdam (Bodicker) | Joods Monument | Jubileumboek VAS 1822 – 2022 | VAS clubblad 2001 (Evert-Jan Straat) | Historie NK Schaken

Terug naar overzichtspagina